Ronald Mulder snapt dat Gasunie en Shell voor eigen belang inzetten op waterstof, maar waarom werken onze regionale overheden daar zo hard in mee, vraagt hij zich af.
Zo’n 20, 25 jaar geleden draaide in Den Haag de wind wat betreft het regionaal-economische beleid. Kort gezegd wilde de politiek niet langer de zwakke regio’s steunen, maar in plaats daarvan de sterke gebieden, de ‘pieken in de delta’, nog sterker maken. De rest van het land zou dan vanzelf worden meegezogen in de vooruitgang. Noord-Nederland, de grootste ontvanger van steun in het oude beleid, werd te verstaan gegeven dat het maar beter ook snel een aantal ‘pieken’ kon verzinnen als het nog geld uit Den Haag wilde krijgen.
De Groningers zetten zwaar in op energie. Ze maakten het ministerie van Economische Zaken wijs dat NAM en Gasunie niet alleen maar gas uit de grond haalden en door het land pompten, maar dat Groningen een ware Energy Valley was. Vol met waardevolle kennis en kansrijke bedrijven op het gebied van energie.
Bluf werkte
De bluf werkte. De Groningers kregen hun pieken - en de Friezen en Drenten ook, want zo werkt dat, maar daar gaat het nu niet over. Het betekende wel dat een groot deel van het geld dat voortaan van Economische Zaken naar Groningen ging, bestemd zou zijn voor energie-gerelateerde projecten. Zo geschiedde, en na behendig surfen op allerlei geldstromen beschikte Groningen na verloop van tijd inderdaad over een aantal kennis- en andere instituten op energiegebied.
Al deze instituten waren het er al snel over eens waar de toekomst van Groningen zou liggen op het onvermijdelijke moment dat de gasproductie zou eindigen: waterstof! In een paar jaar tijd werd de energievallei omgebatterijd tot waterstofvallei. Groningen is zelfs hydrogen capital van de wereld, lees ik op reclameborden in de provinciehoofdstad. (Waterstof is in het Engels hydrogen, en geen waterstuff, wat erg jammer is.)
Daarmee houdt het wel op
Waterstof wordt nu nog vooral in de industrie gebruikt. De productie van groene waterstof (uit water en groene stroom) ter vervanging van deze ‘grijze’ waterstof (uit aardgas) is een grote kans, daar is iedereen het wel over eens. En de Eemshaven is een uitstekende plaats om groene waterstof te produceren. Maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op met de kansen voor waterstof in de energietransitie.
Het probleem is niet dat er geen toepassingsmogelijkheden zijn, maar wel dat er voor de meeste toepassingen betere alternatieven zijn. In het wegvervoer gaat de accu het winnen. De ontwikkelingen in de accutechnologie gaan zo snel dat de traditionele nadelen (gewicht, laadtijd en levensduur) eigenlijk nu al niet meer gelden. Verder zou je in woningen en gebouwen in principe de cv-ketel kunnen stoken op waterstof, aangevoerd door de oude gasleidingen. Maar warmtepompen en warmtenetten presteren in verreweg de meeste gevallen beter.
Bakfiets op waterstof
En zo is het eigenlijk steeds. Het kan wel, een bakfiets op waterstof, of een stadsbus, of een trein. Of een nieuwbouwwijk. Het slaat alleen nergens op.
Behalve natuurlijk als je het Nederlandse gasleidingennetwerk exploiteert, zoals de Gasunie. Of als je, zoals NAM-eigenaren Shell en Esso, samen 30 procent van de Nederlandse tankstations in handen hebt. Dan zit je niet te wachten op een toekomst waarin ieder huishouden rijdt, kookt en verwarmt op eigen zonnestroom. Dan grijp je elke strohalm. Dat snap ik. Dat onze regionale overheden daaraan meewerken, dat snap ik veel minder.