De familie Veenhuis bij de melktap in Paterswolde. Vlnr: Jan, zijn echtgenote Petra, Geertina en Harm Jan. Foto: Geert Job Sevink
Boerderijwinkels hebben de wind mee. Sinds de coronapandemie weten steeds meer consumenten ze te vinden. ,,Mensen zeggen: we willen de boeren steunen.”
Boerderijwinkels doen prima zaken, signaleert LTO Nederland. Er is in de aanloop naar de feestdagen veel belangstelling voor lokale producten die door boeren en tuinders bij de boerderij worden aangeboden.
De loop zit er inderdaad goed in, bevestigt Geertina Veenhuis van het Melktappunt aan de Hooiweg in Paterswolde. ,,Maar het is het het hele jaar al behoorlijk druk. Eigenlijk al sinds corona begon.’’
De maatschap Veenhuis, die bestaat uit haar echtgenoot Harm Jan Veenhuis en Jan Veenhuis, is de vierde generatie boeren op deze plek. Sinds 2017 kunnen voorbijgangers zelf verse rauwe koemelk tappen bij het Melktappunt. Maar ook de kniepertjes en de rolletjes vinden gretig aftrek, zegt Veenhuis. ,,Die lopen prima’’.
Mensen willen de boeren steunen
Daarnaast worden er aardappelen, eieren, jam en ook seizoensgroenten zoals pompoen verkocht. En, ook in het seizoen, al dertig jaar bloemen. ,,We merken dat mensen vaker dit soort winkeltjes opzoeken. Ze worden zich bewust waar voedsel vandaan komt. Ik hoor klanten ook regelmatig zeggen: we willen jullie boeren steunen. Dus kopen we lokaal. En bij ons is het allemaal zelfbediening en dat vinden de meesten heel leuk’’, weet Veenhuis.
De omzet van het winkeltje helpt mee het hoofd boven water te houden. ,,Maar melk is ons belangrijkste product. Dit komt er mooi bij. Maar het is wel druk, het kost veel tijd. Vooral in de zomer, als we groente en bloemen aanbieden.’’
Tom en Marlieke Geijsel uit Een-West verkopen op afspraak varkensvlees. Ze hebben een varkensvermeerderingsbedrijf, waar biggetjes worden geboren. Klanten bestellen vlees en halen dat op afspraak op. ,,Het loopt goed. Rond kerst en de feestdagen is het altijd wat drukker. In januari is het dan weer minder’’, zegt Marlieke.
Klanten proeven het verschil
Ook zij ziet dat sommige consumenten graag bij de boer kopen. ,,Ik verkoop alleen ons eigen vlees, klanten weten dat het bij mij vandaan komt. Er zit niemand tussen, dat speelt mee. Mensen proeven het verschil tussen ons vlees en dat uit de supermarkt. En sommige klanten komen voor speciale producten zoals reuzel of varkenswangen. Karbonades en speklappen lopen het beste.’’
De omzet valt in het niet bij die van de boerderij. ,,Als ik mijn uren meereken, blijft er weinig over. Maar dat is niet de opzet. Ik wil graag het verhaal van de boer vertellen. Ik wil af van dat slechte imago van boeren, we staan hier dag en nacht klaar voor onze dieren. Je krijgt regelmatig vragen en ik kan hier dingen uitleggen.’’
Ze ziet het aantal winkeltjes aan huis flink toenemen. ,,Er moeten er niet te veel komen. Ook burgers verkopen hun eieren of zelfgemaakte jam. Mijn vlees ligt ook bij andere boerderijwinkels. Ik werk liever samen dan dat iedereen voor zichzelf begint. Dat werkt ook niet.’’
Samenwerking met lokale winkels
Volgens LTO telt ons land bijna 4000 land- en tuinbouwers die producten verkopen bij hun eigen bedrijf. Samen zijn zij goed voor een omzet van 380 miljoen. Tien jaar geleden was dit nog minder dan 200 miljoen. Boeren en tuinders werken bovendien vaak samen met lokale winkels in de regio om hun spullen aan de man te brengen.
Marktonderzoeksbureau GfK constateerde in de zomer overigens dat er een dipje zat in de verkopen van boerderijwinkels. Tijdens coronajaar 2021 verdubbelden veel verkooppunten bij boerderijen hun omzet, maar begin dit jaar namen de verkopen zo’n 14 procent af. Ondanks de daling is GfK niet somber over de toekomst van de winkels bij de boer. In 2019 bezocht 3 procent van de huishoudens een boerderijwinkel. Dat zijn circa 240.000 van de acht miljoen huishoudens die Nederland telt. Dit jaar is dat aantal bijna verdubbeld.
Klanten geven gemiddeld ook meer uit, becijfert GfK. Vergeleken met 2019 gaat het om een stijging 50 procent naar zo’n 13,50 euro per bezoek.