Boswachter Rudmer Veenstra in het nog altijd natte natuurgebied Ootmaanlanden. Foto: Rens Hooyenga
In het ondergelopen natuurgebied Ootmaanlanden bij Uffelte is nog steeds niet al het water weg. De exacte schade blijft onzeker. Het is een kleine ramp. „Zo kun je het wel noemen.”
Boswachter Rudmer Veenstra (33) van Natuurmonumenten kijkt vanaf de rand het gebied in. Een Canadese gans steekt verderop zijn kop boven het groen; het vrouwtje en hun drie jongen hebben zich verdekt opgesteld. „Ja, die vindt dat prachtig, al dat water.”
Watervogels kunnen zich nog wel aanpassen, maar dat geldt minder voor zangvogels, insecten en kleine zoogdieren. Veel soorten zijn verdronken, denkt Veenstra. En dat midden in het broedseizoen.
Aan de andere kant van de weg, in het bos, zijn volop zangvogels te horen. Maar in het natuurgebied hoort hij niets. De mannetjes verdedigen hun territorium niet. „Het is stil geworden”, peinst Veenstra. „De vogels hebben andere prioriteiten.”
Waterberging
In de nacht van vorige week donderdag op vrijdag ging onbedoeld een schuif open, waardoor water het natuurgebied instroomde via een inlaatpunt vanuit de Drentsche Hoofdvaart. Nu, een week later, is het er nog altijd verre van droog. „Het gros is weer afgevoerd, maar op de lage percelen staat nog wel een centimeter of tien”, stelt de boswachter.
Zo zag het natuurgebied er afgelopen uit. Foto: Natuurmonumenten
Ootmaanlanden is twee jaar geleden ingericht om in noodsituaties extreem veel regenwater op te kunnen vangen. Dankzij die berging houdt Meppel droge voeten. Zo’n situatie zou zich eens in de 25 tot 30 jaar kunnen voordoen. Maar dan in het najaar, of in de winterperiode.
Verdronken nesten
Zo’n 75 hectare is ondergelopen; op sommige plekken stond het water tot kniehoogte. Er zaten ongeveer honderd vogelpaartjes. Dat weet Veenstra, omdat hij kort daarvoor nog een inventarisatie had gedaan. „Ik ga ervan uit dat hun nesten verdronken zijn”, zegt hij.
Zangvogels als de geelgors, de roodborsttapuit en de braamsluiper nestelen in de ondergelopen houtsingels. In de hooilanden huizen broedvogels zoals de graspieper. „En van het paapje hadden we hier voor het eerst een broedpaar.”
Ook insecten, bijvoorbeeld rupsen van het oranjetipje, het hooibeestje en de vuurvlinder, zijn geraakt. Bovendien leven hier kleine zoogdieren, zoals de dwergmuis, de wezel en de hermelijn. Zeker die laatste kwam toch al weinig meer voor in Drenthe. Het is gissen waar al die dieren nu zijn. Veenstra: „Je mag ervan uitgaan dat ook die nesten en overnachtingsplekken om zeep zijn geholpen.”
Hier drie verdronken slakken. „Ooievaars kunnen nu met weinig moeite hun kostje bij elkaar vinden." Foto: Rens Hooyenga
Over de exacte schade valt vooralsnog weinig te zeggen. Veenstra durft bijvoorbeeld geen schatting te maken hoeveel procent van de insecten is verdronken. Het is bovendien afwachten hoe de vegetatie en de voedselketen zich herstellen. Pas bij tellingen volgend jaar zal duidelijker worden hoeveel soorten zijn uitgebroed of teruggekomen. „Misschien zijn we hier ook wel soorten kwijtgeraakt.”
Gebied met rust laten
De boswachter trekt het gebied nu niet in. „We laten het met rust. Er staat nog steeds te veel water, we kunnen nu ook verder niks doen”, zegt Veenstra. „We gaan straks nog wel kijken of we de grote waternavel kunnen vinden. Het laatste wat je wil is dat die binnenkomt.”
Het risico op zo’n meegelifte exoot zit er immers wel in. „Er is met veel donder en geweld water vanuit de vaart binnengekomen. Ook stukken plastic, planten en slib komen allemaal mee.”
Het water op de laagstgelegen percelen moet nu gaan verdampen of in de bodem zakken. Hoelang dat nog duurt, kan Veenstra niet zeggen. „Dat hangt ook van het weer af, het heeft de afgelopen dagen veel geregend. De bodem is nu ontzettend verzadigd”, stelt Veenstra.
„Dit is voor mij ook een unieke situatie”, besluit de boswachter. „Maar het is gebeurd. Nu moeten we de balans voor de langere termijn opmaken.”