Voor veel boeren in Drenthe zal de bedrijfsvoering veranderen. Foto: ANP
De Drentse boer zal de komende jaren op veel plekken moeten inleveren. Dat blijkt uit de plannen voor landbouw, natuur, bodem en waterkwaliteit die momenteel over elkaar heen tuimelen in het Drents Parlement. Toch is BBB-voorman Willem Vossebelt optimistisch. „We halen de doelen met gemak.”
Het goede nieuws voor de boeren in de plannen waaraan de provincie momenteel werkt: de regeldruk vermindert. De provincie wil minder voorschrijven hoe boeren hun werk moeten doen. In plaats daarvan wordt aangestuurd op doelen.
Die doelen houden onder meer verband met het verminderen van stikstofuitstoot. Die vermindering zou nodig zijn omdat de Drentse natuur op omvallen zou staan. Boeren worden gezien als een belangrijke factor in die achteruitgang.
Aanpassen
De provincie Drenthe schetst met de (aanvulling op de) Landbouwkoers richting 2040 een duidelijk toekomstbeeld voor de sector. Maar als je het terugbrengt tot het erf, komt het op een paar harde realiteiten neer.
De provincie wil boeren helpen bij het terugdringen van de uitstoot met subsidies, kennis en samenwerkingen. Dat betekent dat er geld en ondersteuning beschikbaar kan komen voor innovatie en verduurzaming. Tegelijk vraagt de provincie daar wel wat voor terug: boeren moeten hun bedrijf aanpassen aan doelen voor natuur, water, klimaat en ruimte.
Boeren kunnen meedoen op vrijwillige basis. De vraag is of ze een andere keuze hebben, want boeren die hun doelen niet halen, hebben alsnog een probleem. Vrijheid aan de voorkant, druk aan de achterkant dus.
Reduceren
De provincie verwacht veel van innovatie: minder uitstoot, betere bodem, efficiënter omgaan met water en energie. Boeren worden geholpen en gestimuleerd – en feitelijk ook gestuurd – om daarin te investeren
Willem Vossebeld, aanvoerder van de BBB (veruit de grootste fractie in het Drents Parlement) is optimistisch over de haalbaarheid van de doelen met innovaties. „De sector heeft al enorm veel uitstoot gereduceerd.” Hij denkt dat de rest van de doelstelling makkelijk gehaald kan worden met de huidige stand van de techniek.
De Landbouwkoers die woensdag werd besproken in het Drents Parlement, zet zwaar in op landbouw die past binnen de grenzen van natuur, bodem en water. Deze koers is niet het enige stuk papier dat in het provinciehuis wordt geproduceerd. Er wordt gewerkt aan een Omgevingsvisie en vorige week presenteerde het provinciebestuur het Programma Landelijk Gebied Drenthe.
Gemene deler in al deze stukken: boeren moeten stikstof reduceren én de druk op de ruimte neemt toe. Woningbouw, energievoorziening, natuurherstel, infrastructuur en zelfs Defensie — alles vraagt plek. Dat kan betekenen dat in sommige gebieden de bedrijfsvoering van boeren moet veranderen en dat uitbreiden lastiger wordt.
Natuurbeheer
De plek waar je als boer een bedrijf hebt – bijvoorbeeld in een natuurgevoelig gebied of juist in een landbouwkerngebied – gaat steeds zwaarder meewegen in wat een boer wel en niet kan. In bepaalde delen van Drenthe zal het voor boeren steeds moeilijker worden: Drenthe heeft twaalf Natura 2000-gebieden. Ter vergelijking: Groningen kent er één.
Vossenbelt bevestigt dat natuurbeheer een steeds groter onderdeel van het boerenbedrijf kan worden. „Maar daar zijn niet alle bedrijven op ingericht.” Voor met name de grotere bedrijven kan het lastig worden, zegt hij. Lichtpuntje: veel grotere bedrijven zitten niet in de buurt van natuurgebieden. Zelf komt hij uit het zuidoosten van de provincie. „Daar heb je meer grote bedrijven, maar minder natuurgebieden.”
Zeker is dat van veel Drentse boeren in de toekomst meer verwacht wordt dan alleen voedsel produceren. Ze moeten ook bijdragen aan natuurbeheer, biodiversiteit en landschap. Daar staan mogelijk vergoedingen tegenover, maar het betekent wel dat het vak breder wordt. Iets minder boer en iets meer ‘boswachter'.