De eikenprocessierups is weer helemaal terug van relatief weggeweest. Foto: Jan de Vries Naturalis
Het wordt weer ouderwets krabben deze zomer. Na jaren van relatieve rust wordt er een explosie aan eikenprocessierupsen verwacht in vooral de noordelijke provincies. Het Kenniscentrum Eikenprocessierups rekent op een ware processie-polonaise.
Door het hele land zijn speciale vallen uitgezet om een beeld te krijgen van de hoeveelheid eikenprocessievlinders. Afgelopen jaar werden in totaal bijna 39.000 exemplaren gevangen in heel Nederland. Dat is drie keer zoveel als het jaar daarvoor.
„Dat betekent simpelweg dat er meer rupsen aankomen,” zegt woordvoerder Arnold van Vliet van het Kenniscentrum. Vooral in de provincies Drenthe, Groningen, Friesland en Overijssel liggen de aantallen hoog, bleek uit de metingen van vorig jaar.
Oprukken vanuit het zuiden
Waarom juist het Noorden er nu uitspringt, is niet helemaal duidelijk. Volgens Van Vliet spelen waarschijnlijk meerdere factoren mee. „De rups is vanuit het zuiden opgerukt, dus het noorden loopt als het ware wat achter,” legt hij uit. „Daarnaast kan het zijn dat er in het zuiden inmiddels meer natuurlijke vijanden zijn, die de populatie daar al wat onderdrukken.”
In het Noorden zijn verder relatief veel eiken langs lanen en wegen. Plekken waar de rups goed gedijt. In dichte bossen speelt dat minder, aldus Van Vliet.
Beruchte brandharen
De eerste echte overlast wordt half mei verwacht. Dan ontwikkelen de rupsen hun beruchte brandharen, die huidirritatie, jeuk en andere klachten kunnen veroorzaken.
Opvallend is dat het seizoen uitzonderlijk vroeg is begonnen. In het Overijsselse Hengelo kwamen op 23 maart al de eerste rupsen uit het ei, de vroegste waarneming ooit in Nederland. Dat komt vermoedelijk door de combinatie van hoge temperaturen en veel zon.
Lifters
Er is ook een kleine meevaller: voor het eerst zijn in alle provincies bronswespen aangetroffen. Deze insecten zijn natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups en liften letterlijk mee met de vlinders.
„Ze zitten vast aan de haren van de vlinder en reizen zo mee naar nieuwe plekken,” zegt Van Vliet. „Als de vlinder eitjes afzet, blijven zij achter en kunnen ze hun werk doen.”
Toch betekent dat niet dat het probleem vanzelf verdwijnt. „Die natuurlijke vijanden helpen, maar ze zorgen er niet voor dat de rups helemaal verdwijnt. Je blijft altijd overlast houden.”
Niet grootschalig bestrijden
Overheden en andere beheerders wordt aangeraden om met beleid ten strijde te trekken tegen de plaagrups. „Overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen kan ook natuurlijke vijanden schaden.”
De nadruk moet volgens Van Vliet liggen op risicoplekken, zoals drukke fietspaden, rond scholen en plekken waar evenementen zijn.