Eikenprocessierupsen worden met een stofzuiger van de stam van een eik gezogen. Foto: Niels de Vries
De eikenprocessierups krijgt familie over de vloer. De dennenprocessierups rukt op en dat kan grote gevolgen hebben. Expert Silvia Hellingman onderzoekt van Limburg tot aan Groningen of de vlinders en rupsen hier al zijn. „Ik verwacht het wel.”
In 2024 werden vlinders van deze nieuwe plaagrups waargenomen in drie provincies in België, waaronder Luik, niet ver van de Nederlandse grens. Ook in Duitsland komt de rups dichterbij, op twee uur rijden vanaf Coevorden.
Daarom start rupsenexpert Silvia Hellingman van Kenniscentrum Eikenprocessierups in Wageningen een onderzoek. Ze vangt dennenprocessievlinders met vallen die in alle provincies langs de grens met Duitsland of België hangen, waaronder Groningen en Drenthe. „We gaan grenscontroles voeren. Want op het moment dat je ze veel tegenkomt, is het uit de hand gelopen.”
Waarschijnlijk al de grens over
De provincies Groningen en Drenthe betalen mee aan het onderzoek. „Die overheden willen het niet zo ver laten komen als met de eikenprocessierups, waarmee we met name in 2019 flinke problemen kregen. Ik verwacht dat ze de grens al overgestoken zijn, maar er is nooit gemonitord.”
Naast de waarnemingen in Duitsland en België heeft Hellingman nog een reden voor dat vermoeden. „Vorig jaar zaten in eitjes van de eikenprocessierups in Overijssel een soort bronswesp die normaal alleen parasiteert op de eitjes van dennenprocessierups. Hij is waarschijnlijk meegelift met een dennenprocessievlinder.”
Ze verwacht dat de rups komende jaren in Noord-Nederland opduikt. De dennenprocessierups geeft dezelfde klachten als zijn eikenbroertje: jeuk, brandende huid, oogirritatie en ademhalingsproblemen, maar toch gaan we van deze rups veel meer merken.
Dennenprocessierups legt grote afstanden af
Dat komt doordat hij grote afstanden aflegt als hij ‘op processie’ gaat. Dat is het laatste stadium voordat de rups zich in de grond gaat verpoppen. De rupsen volgen dan een vrouwtjesleider in een meterslange sliert terwijl zij een bepaalde spoor achterlaat.
Processiespoor van dennenrupsen in hun laatste stadium als rups. Silvia Hellingman
Daarbij verlaten ze regelmatig – anders dan de eikenprocessierups – hun nesten om op zoek te gaan naar een geschikte plek om te verpoppen. Ze kruipen over wegen, door tuinen, huizen en kantoren, vallen in het zwembad of lopen door een weiland. „Als een hond, paard, kat of koe eraan snuffelt, krijgen ze de haren in de neus, mond en ogen, wat vaak tot de dood leidt zonder behandeling”, vertelt Hellingman. ,,Deze rupsen zijn complexer om mee om te gaan dan de eikenprocessierups. De processie is een gevaar voor de volksgezondheid.”
De rupsen hebben ongeveer een miljoen brandharen. Dat is meer dan een eikenprocessierups met gemiddeld 700.000 brandharen. „Ze zitten bovendien niet alleen op dennen, maar ook op meidoorn, steeneiken, sparren en ceders. En in tuinen met sierdennen en coniferen.”
Klimaatopschuivers
„Een leuk beest hoor”, haast de expert zich te zeggen. De rupsen zijn volgens haar ‘relaxter’ dan de eikenrupsen en vuren daardoor minder snel brandharen af. Ze maken in de winter boomnestjes in de vorm van een soort katoenbolletje en geen dan in het vroege voorjaar op ‘processie’. Daarna verpoppen ze zich tussen maart en mei in de grond. De vlinders zijn actief van juni tot september. De poppen kunnen ook – als het weer ongunstig is – tot wel negen jaar lang in de grond blijven wachten.
Nestzakjes van de dennenprocessierups. Silvia Hellingman
De rupsen hebben zich aangepast aan ons mildere klimaat, terwijl ze aan de zuidkust van Spanje langzaamaan verdwijnen doordat er minder te eten is en het ’s zomers te heet is. „Ik vind het wel heel boeiend, hoor.”
Hoe leuk Hellingman ze ook moge vinden, ze vindt dat we het gevaar van deze dennenrups niet moeten onderschatten. Niet voor niets nam zij het initiatief voor het onderzoek met de feromoonvallen, waar mannetjesvlinders worden gelokt met vrouwtjesgeur. Hellingman zal aan de geslachtsdelen van de gevangen vlinders beoordelen of ze gepaard hebben en of er eitjes zijn afgezet. Op basis van de vangsten zullen inspecties volgen in de winter en voorjaar van 2026.
Natuurlijke vijanden genoeg
Eén ding scheelt. Natuurlijke vijanden zijn er genoeg. Maar die zullen deze nieuwe proteïnesnack misschien wel eerst even moeten ontdekken. „Het is afwachten hoe de spechten, kraaien en koolmezen er hierop gaan reageren. Maar normaal eten koolmezen ze als kroketjes.”
Pas uitgekomen dennenprocessievlinder (mannetje) rustend op een cocon. Silvia Hellingman