Eikenprocessierupsen worden met een stofzuiger van de stam van een eik gezogen. Foto: Niels de Vries
De rood-witte lintjes mogen weer om de bomen en de jeuk kan weer beginnen, want de eikenprocessierups heeft weer brandharen. Wist u dat de meeste rupsen dit jaar in Noord-Nederland te vinden zijn?
Het droge weer van de afgelopen weken was uitstekend voor eikenprocessierupsen om zich te ontwikkelen. De rupsen komen nu in het vierde larvestadium. Dan krijgen ze brandharen en gaan ze hun karakteristieke nesten bouwen in de oksels van de eikenbomen.
Maar er is goed nieuws: het aantal eikenprocessierupsen neemt landelijk al een aantal jaar af, ook in het Noorden. Opvallend is wel dat inwoners van Groningen, Drenthe en Friesland desondanks de meeste plaagdieren van het hele land kunnen verwachten.
Eikenprocessierups met brandharen. Jan de Vries Naturalis
Dat blijkt uit feromoonvallen die onderzoekers in 2024 overal in het land hebben neergezet. Dat zijn vlindervallen met geurstoffen (feromonen) waarmee vrouwtjesvlinders de mannetjes verleiden tot seks. In Noord-Nederland werden de meeste vlinders gevangen en zijn dus ook de meeste eitjes afgezet.
Noorden loopt achter
Dat valt best te verklaren, zegt eikenprocessierupsexpert Arnold van Vliet van Wageningen University & Research. De vlinders kwamen in de jaren negentig aan in Zuid-Nederland. Daar is sindsdien aan beheersing van het probleem gewerkt, bijvoorbeeld door het faciliteren van natuurlijke vijanden, terwijl dat noordelijker nog helemaal niet aan de orde was. ,,Het Noorden loopt daardoor iets achter met de timing.”
Volgens Van Vliet is er nog een oorzaak waardoor eikenprocessierupsen hier iets meer hun gang kunnen gaan. Dat heeft te maken met de bewoningsdichtheid. „Ik kom regelmatig in het Noorden, mijn schoonouders wonen in Siegerswoude, in de buurt van lange eikenlanen. Op zo’n plek leveren de rupsen minder overlast, waardoor bestrijding minder noodzakelijk lijkt en de kosten voor bestrijding daarom hoog zijn.”
„Ik heb daar vorig jaar nesten in de buurt gezien die niet zijn opgeruimd. Daar zijn vlinders uitgekomen, die hebben eitjes afgezet en daar komen weer nieuwe rupsen uit.”
Gif, stofzuigen of natuurlijke bestrijding
Gemeenten kunnen de rupsen grofweg op drie manieren bestrijden. Met een stofzuiger, met gif of door natuurlijke vijanden aan te trekken. Vaak kiezen gemeenten voor een combinatie.
In gemeente Emmen, bijvoorbeeld, wordt 12 procent van de bomen (6500 stuks) preventief bespoten met gif. Het gaat dan om plekken zoals winkelcentra, scholen/kinderopvangcentra of drukbezochte fiets- en wandelroutes. De hoeveelheid gif die de gemeente gebruikt, neemt af omdat het aantal processierupsen daalt. Op andere plekken zuigt de gemeente de nesten weg.
Natuurlijke bestrijding is vooral een oplossing voor lange termijn. Daarbij kan een gemeente of individuele bewoners proberen om vleermuizen en vogels zoals roodborstjes, spechten en koolmeesjes aan te trekken. Ook sommige insecten zoals sluipvliegen en sluipwespen eten de rupsen. Het belangrijkste daarvoor is om de biodiversiteit te verbeteren met inheemse kruiden en bloemen. Ook worden er vaak nestkastjes opgehangen.