Guus Hellingman (man van Silvia Hellingman) met een paintballgeweer waarin hij de feromonen in de boom schiet. Foto: Silvia Hellingman
Als je de seks tussen vlinders verstoort, krijg je minder eikenprocessierupsen. Afgelopen jaren werd de methode – die geen schade doet aan andere natuur – volop getest in Drenthe. Nu ligt de panklare aanpak op de plank te verstoffen.
Met zijn handen vol kogels stond ecoloog en professor Teun Dekker een tijd geleden bij de balie van landbouwtechnologiebedrijf Sygenta in Bazel, een bedrijf dat gewasbescherming verkoopt. De kogels – roze van kleur – waren gevuld met de lokstof van vrouwelijke eikenprocessievlinders. Dat is een efficiënt wapen gebleken tegen de eikenprocessierups, dat Dekker zelf samen met het Kenniscentrum Eikenprocessierups heeft ontwikkeld en nu graag op de markt zou willen laten brengen.
Door met een paintballgeweer deze biologisch afbreekbare kogels in bomen te schieten kun je de paring van eikenprocessievlinders verstoren. Zo bestrijd je rupsen zonder gif of bacteriën waarmee ook andere insecten doodgaan.
Volgens Dekker is het een rupsenoplossing op een presenteerblaadje. „Maar ze vonden dat het product nog verder ontwikkeld moest worden.” Dat was de eindconclusie nadat hij al vier gesprekken had gevoerd bij het bedrijf om het product toe te lichten. „Ik schoot uit mijn slof en zei: ‘Hoeveel verder kun je dit nu nog ontwikkelen? Ik heb de ballen in mijn hand!’”
Rupsen uit de grond
Voor wie dacht dat we van de eikenprocessierupsen af waren: helaas. Op sommige plekken, zoals Nieuwegein, explodeert het aantal dit jaar weer. De rupsen kruipen massaal uit de grond, waar ze jarenlang hebben gewacht op de ideale omstandigheden. Helemaal van de rups zullen we nooit afkomen, en dus blijven bestrijdingsmiddelen nodig tegen de dieren die zorgen voor bultjes, jeukende ogen, brandende longen en kortademigheid.
Afgelopen jaren stak Dekker samen met rupsendeskundige Silvia Hellingman uit Almere (voorheen Wapserveen) veel tijd in de ontwikkeling van de paringsverstoring. Dekker was tot voor kort universitair hoofddocent entomologie (‘insectenkunde’) in Zweden en is recent komen werken bij Nationaal Soorten Management in Wageningen. Sinds vorig jaar werkt hij samen met Hellingman voor het Kenniscentrum Eikenprocessierups.
60 tot 70 procent minder rupsen
Na een ingewikkeld en langdurig proces kregen Hellingman en Dekker in 2020 toestemming om de geurstoffen te testen in eikenlanen in Drenthe, Friesland en Overijssel. Een tijdrovende klus, en dus deed Dekker de seksuele lokstof twee jaar later in paintballballetjes om ze van afstand in de boom te kunnen schieten. Wat bleek? In behandelde bomen kwamen 60 tot 70 procent minder rupsen terug. Uit de waslaag die bij het uiteenspatten van de paintballetjes vrijkomt, ontsnapt gedurende langere tijd een vrouwelijke lokgeur.
Waskogeltjes met lokgeur (feromonen) van de vrouwelijke eikenprocessievlinder. Foto: Teun Dekker
De mannelijke eikenprocessievlinders raken er compleet door in de war. Je doodt niet, maar verstoort de vlinderseks: de eitjes van de vrouwtjes worden daardoor niet bevrucht. Zulke paringsverstoring worden in andere delen van de wereld al gebruik. Bijvoorbeeld in Zuid-Europa om de dennenprocessierups te beteugelen.
„Dit is anticonceptie avant la lettre”, zegt Silvia Hellingman. „We hebben geobserveerd hoe mannetjesvlinders reageerden op dat feromonenbolletje. Ik weet nog toen we dit de eerste keer in het lab bekeken. Mijn god, wat heeft die geprobeerd met dat bolletje te vrijen.”
Toelating kreunduur
Toch wil het middel in Nederland maar niet van de grond komen. Dat komt omdat de toelating minstens 2 miljoen euro kost, schat Dekker. „Het CTGB (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, red.) is verstrikt in bureaucratie en verstoken van de drang om te vernieuwen. Aan het eind van de toelatingsprocedure heb je alleen een stapel papier en moet je het product nog maken.”
Eikenprocessierups met brandharen. Jan de Vries Naturalis
Daardoor kunnen alleen grote jongens als Sygenta of Bayer-Monsanto dat betalen. Die houden echter de deur dicht. Ze hebben er geen geld voor over, want ze hebben al alternatieven op de plank zoals gif en bacteriën die de rupsen ziek maken. Die middelen doden echter ook andere insecten in de eikenboom. „De feromonenaanpak is ideaal, want het is soortspecifiek”, zegt Dekker.
Ook bij andere plaagrupsen zoals de buxusmot en de plakker kun je deze paringsverstoring toepassen. „Maar ja, ben je voor elke mot miljoenen kwijt, terwijl de markt voor zulke soortspecifieke middelen klein is, waardoor het enorm lang duurt voordat je die investering hebt terugverdiend.”
Bureaucratie zorgt voor vertraging
Dekker hekelt de Europese bureaucratie. Hij is betrokken bij projecten in Afrikaanse landen waar volgens hem veel meer ‘groene’ innovaties op gang komen in de landbouw. „En in Nieuw-Zeeland hebben alle motferomonen een uitzonderingspositie, zodat ze sneller op de markt kunnen komen. In Europa lopen we achter op de rest van de wereld. Dat is slecht voor de vergroening.”
De strenge toelatingsregels werden decennia geleden opgezet om te voorkomen dat we zomaar van alles op onze planten zouden spuiten. „Dat was heel goed,” erkent Dekker, „maar dezelfde regelgeving werkt nu tegen de vergroening waar het in de kern om te doen was. Hier hebben we een hartstikke groen alternatief voor de toxische middelen die nu op de markt zijn. Maar door diezelfde strenge regels wordt de invoering nu belemmerd.”
Dekker heeft in zijn frustratie zelfs al naar de Tweede Kamer geschreven. Zonder resultaat. Hij snapt er niets van. „Het is nog leuk ook: wie wil nou niet met een paintballgeweer schieten?”