Advocaten Renée Vermeulen en Justus Reisinger met hun cliënt Richard K. Illustratie: Petra Urban
De verdachte van de dubbele moord in Weiteveen Richard K. zei woensdag op de eerste dag van zijn rechtszaak dat hij ‘niet goed te passe’ was, Drents voor minnetjes. En dat vooral hij erg zijn best had gedaan om te voorkomen wat er uiteindelijk gebeurde.
Dat is dat K. op 16 januari 2024 eerst Ineke (44) doodschiet en later haar man Sam (38) met vuur- en steekwapens om het leven brengt. Met het stel ruziede hij toen al bijna een jaar over verborgen gebreken aan het huis dat hij hen verkocht.
Tegen de voorzitter van de rechtbank, Jeroen van Bruggen, omschrijft K. zichzelf als een nuchtere Drent, die niet wijkt voor getreiter van het paar en graag biljart met vrienden in zijn mancave op maandagavond.
Een kleine groep vrienden uit Weiteveen is in de rechtszaal om hem te steunen, onder wie een man die Richard al kent van toen die nog een klein ventje was. K. is nu een grote breedgeschouderde man die vorige week weer een TIA heeft gehad. En zijn vrouw ligt met een gescheurde kransslagader in het ziekenhuis. Dat verklaart zijn mindere doen en haar afwezigheid.
Hij draagt een donkerblauwe trui op een spijkerbroek en heeft sportschoenen aan. Als K. ontspannen kan vertellen, leunen de zolen op de vloer. Worden de vragen van de rechter wat moeilijker, dan loopt hij bijna op zijn tenen en staan zijn gympen op de punten in het tapijt gedrukt.
‘Een luchtbuksie vond ik mooi’
Hij is, zo vertelt hij, een man die op zondag graag ontspande met andere schutters op de kleiduivenvereniging in Oude Pekela. Vanaf zijn tiende heeft K. al iets met wapens. ,,Een luchtbuksie, dat vond ik mooi. Jagen zat in de familie.” K. is ook van ‘hard werken en aan zijn kinderen het goede voorbeeld geven’ .
Het ene moment legt K. de rechters vlot en met zichtbaar plezier uit hoe zijn verschillende wapens, zelfs zijn drie illegale, werken. Een ogenblik later struikelt hij huilend over de woorden als hij vertelt over de verkochte ouderlijke woning.
Daar is hij in 1977 in de voorkamer geboren, en overleed zijn vader in 1999 in de keuken. K. zegt dat hij leed onder het geschil, maar stoer bleef voor zijn gezin. Die moesten zien dat hij strijdbaar was, terwijl hij ‘inwendig een wrak was’.
‘Als u in zijn ogen had gekeken’
Het was niet de kopstoot, maar vooral de bedreigingen die Sam hem volgens K. in het oor fluisterde tijdens een knallende ruzie de zondag voor de moorden, die hem angstig maakten. ,,Als u in zijn ogen had gekeken”, zei K. tegen de rechter, ,,dan wist u dat het ging gebeuren, hij wou mijn hele gezin uitmoorden.”
Kan hij zich voorstellen dat Ineke en Sam ook bang voor hem waren, wil de rechter weten, die K. al een paar keer heeft verteld dat zijn gedrag niet louter op bemiddeling lijkt. K. antwoordt dat hij altijd heeft geprobeerd om zich zo netjes mogelijk te gedragen.
Maar waarom keerde hij dan op de dag voor de moord terug naar zijn schuur, vlakbij het huis van Sam en Ineke, wilde de rechter weten. ,,U was toch bang voor de bedreigingen?”
Even later praat hij dan weer honderduit en bezigt hij vaak verkleinwoorden. In K. zijn wereld is het paardje, brommertje, trekkertje, schuurtje, gehaktballetje, revolvertje, patroontjes en vuurbuksie. Met dat laatste illegale wapen schoot hij ook op de dag dat hij Sam en Ineke ombracht.
K. steeds loslippiger
Rechter Van Bruggen neemt alle tijd en stelt K. heel veel vragen. Sommige daarvan keren – als K. eerst niet zo uitgebreid antwoordt – verpakt in een soort vermomming terug. Die strategie werkt, want K. wordt steeds loslippiger.
Zijn advocaat Justus Reisinger last daarom tweemaal een time out in. Een keer moet K. vlak voor de heftige beelden van de kopstootzondag plotsklaps naar de wc. Later vraagt de raadsman vlak voor het tonen van de allerheftigste beelden – die van het doden van Sam en Ineke– om de ondervraging te stoppen. K. is moe, kan niet meer en zet zijn bril af: ,,Ik volg niet meer goed wat er gebeurt.”
De rechter verplaatst na ampel beraad de ondervraging over de beelden van zijn moorden daarom naar donderdag. K. hoort het achteroverleunend aan. Hij heeft zijn bril ook weer op. Zijn vingers verstrengelt hij in elkaar, alsof hij aan het duimen is. En hij kan ook weer voorzichtig wat lachen en schenkt zijn beide advocaten water in.
K. kan emoties niet goed controleren
K. volgt nog wel de uitleg van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC). Die vertellen dat in het hoofd van K. ondanks een eerdere hersenbloeding gevolgd door een TIA nog geen sporen van dementie te zien zijn, een mogelijke oorzaak voor zijn gedrag die januaridag. De drie geraadpleegde PBC-experts zien in het infarct ook geen aanleiding voor ander gedrag. Het is volgens hen zeker geen verklaring voor de geweldsexplosie. K. is na zijn infarct zelfs wat opgeknapt en in de kliniek sociaal en vriendelijk, een persoon die geen problemen heeft met het beheersen van geweld.
Wel kan hij zijn emoties – snel huilen– niet goed onder controle houden. Donderdag moet hij in weer een volle zaal kijken naar wat hij heeft aangericht en de verklaringen van de nabestaanden aanhoren.