Hans Zilverberg legt de laatste steen voor zijn familie, die omkwam in de Shoah. Foto: Boudewijn Benting
Alle 128 Joodse inwoners van de stad Coevorden die omkwamen in de Shoah hebben vanaf nu een struikelsteen. Daarmee is het project na elf jaar voltooid. ,,Hier mag menig gemeente in Nederland een voorbeeld aan nemen", vindt nabestaande Hans Zilverberg.
Joëlina Gersone van der Vegt-Levie. Joseph Vos, Mietje Vos-Bierman. Louis Zilverberg, Froukje Zilverberg-Simons, David Zilverberg, Betje Zilverberg. Allemaal kwamen zij uit Coevorden en zijn zij in 1942 vanuit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz, Auschwitz-Birkenau en Sobibor. Als laatste zeven uit de stad krijgen zij nu ook een struikelsteen voor hun oude woonadres.
In het Jodendom zijn namen erg belangrijk. Als je namen noemt, besta je. ,,Wij zien de struikelstenen als één compleet monument, ter nagedachtenis aan de Joodse inwoners”, zegt Barend Faddegon, voorzitter van Stichting Synagoge Coevorden en organisator van het leggen van de struikelstenen (ook bekend met het Duitse woord Stolpersteine).
Mieke Zilverberg legt een witte roos bij de struikelstenen van haar familie. Foto: Boudewijn Benting
Zondag werd bij de laatste stenen stilgestaan. Hans Zilverberg, nabestaande van de familie Zilverberg, legde de allerlaatste steen aan de Rijnsestraat en sprak het kaddisj uit, een van de gebeden. Het gezin Zilverberg werd met z'n vieren naar Westerbork gedeporteerd. De ouders mochten op wonderbaarlijke wijze terug naar Coevorden, om zes weken later alsnog te worden opgepakt. ,,Zolang wij leven, blijven zij leven. Zij zijn een deel van ons, zolang wij hen herdenken", droeg Hans’ zus Mieke Zilverberg voor.
‘Ik had er nachtmerries van’
Het zijn niet alleen de namen van de Joodse inwoners die worden herinnerd. Historica Dirkje Mulder-Boes presenteerde zondag ook het boek Zij waren één van ons, met daarin de 44 achtergrondverhalen van Joodse families. ,,We weten nu naar welke scholen en verenigingen ze gingen, wat voor werk ze deden. Je kunt ze weer neerzetten als mensen”, zegt Mulder.
Zoals Joëlina van der Vegt. Haar echtgenoot David van der Vegt had een kledingwinkel met goede, stevige kleding voor op het boerenland. ,,Toen de politie bij hen aan de deur kwam, heeft Joëlina in het Hebreeuws tegen haar man gezegd ‘probeer jij door de achterdeur weg te komen, dan ga ik door de voordeur, en dan zie we elkaar’”, vertelt ze. Dat is David gelukt. Hij heeft op zijn vrouw gewacht, maar Joëlina kwam niet. David dook onder en overleefde de oorlog, alleen.
Zondagochtend trok een stoet mensen door Coevorden om de laatste zeven struikelstenen te onthullen. Links Barend Faddegon. Foto: Boudewijn Benting
Het zijn allemaal hartverscheurende verhalen. Ook die van de familie Frank, bijvoorbeeld. Winkelbediende Hartog Frank en zijn vrouw Mietje Daatje Zilverberg woonden aan de Gramsbergerstraat met twee kleine meisjes, Kitty Sara (geboren in 1940) en Sarina Jeanette (1942). Ze hadden een aanzienlijke vriendengroep in Coevorden en ze hielden van chansons.
,,In Westerbork zaten zij in overvolle barakken. Aan een neef die ondergedoken zat, schreef Hartog een brief waarin hij vroeg om een kinderwagen”, zegt Mulder. Onderweg naar Auschwitz werd Hartog uit de trein gehaald voor dwangarbeid bij Cosel. De 26-jarige Mietje moest alleen met haar twee jonge dochters verder in de veewagon. Niemand kwam terug. Historica Mulder: ,,Toen ik dat had uitgezocht, had ik er nachtmerries van. Ik ben met ze meegereisd in die goederentrein.”
Niet meer thuis in Coevorden
De verhalen in het boek beginnen niet met de Shoah, de uitroeiing van de Joden in WOII, maar juist met het Joodse leven. ,,Joodse mensen maakten onderdeel uit van de gemeenschap. Coevorden had tot vlak voor de oorlog nog Joodse gemeenteraadsleden. En Joodse kinderen waren ook gewoon lid van niet-Joodse verenigingen, zoals voetbalclub Germanicus.” Ook bij de winkel van David van der Vegt kwam iedereen.
In Coevorden hebben zestien mensen de Shoah overleefd. ,,Twee of drie families zijn hier blijven wonen, maar de rest is vertrokken. Naar het westen, of naar Israël, of Canada”, zegt Mulder. De last was voor velen te zwaar om te kunnen blijven. ,,Je voelde je hier niet meer thuis. Want hier woonde je neefje, daar je oma, hier je vriendin. Je werd er continu mee geconfronteerd dat zij allemaal zijn vermoord.”
De mensen die het hebben overleefd, staan ook in het boek. Ook zij zijn slachtoffer van de Shoah. Zoals de familie Jakobs, van wie alleen het kleine jongetje Jacob Israël de oorlog overleefde. Hij was vier jaar oud toen hij moest onderduiken. ,,Vaak zijn ouders en kinderen van elkaar gescheiden in de onderduik, omdat dat veiliger was”, zegt Mulder. ,,Zo was er ook een vader die na de oorlog zijn zoontje na jaren onderduik kwam ophalen. Hij was toen pas twee jaar oud, dus na die onderduiktijd herkende hij zijn eigen vader niet meer.”
Voor de nabestaanden van de families komt Mulder soms nieuwe informatie tegen. ,,Sommigen die uit de onderduik kwamen, waren na de oorlog heel bang om ervoor uit te komen dat ze Joods waren. Je wist maar nooit of de vervolging terugkwam. Nazaten komen dan pas later achter hun Joodse wortels”, vertelt ze. „Een mevrouw zei eens ‘het is zo fijn om weer eens in Coevorden te zijn, in de synagoge, waar ik ontdekte dat ik Joods ben.’”
Dankbaar
Het was een jarenlange puzzel en vaak nachtwerk om een boek als dit te schrijven, zegt Mulder. Een lijst met namen en adressen had de synagoge in 2014 – toen het project begon – wel, maar ook alle geboorte- en overlijdensdata en de nabestaanden moesten worden opgespeurd voor de struikelstenen. In bijna alle gevallen is dat gelukt.
Stolpersteine zijn bedacht door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig; in 2014 legde hij zelf nog de eerste stenen in Coevorden, sindsdien doet de Stichting Synagoge Coevorden het zelf. De stenen zijn handgemaakt en kosten inmiddels 150 euro per stuk. „Het is vrij prijzig, dus het duurt lang voor je dat bij elkaar hebt. We hebben als stichting veel giften gekregen, en halverwege het project heeft de gemeente de helft betaald van wat er nog over was”, zegt Faddegon.
„De nabestaanden zijn erg betrokken bij het leggen van de stenen en komen er zelfs voor vanuit Israël. Ze hechten er veel waarde aan”, besluit hij. „En ze zijn ook heel dankbaar dat we nog steeds in de voormalige sjoel (synagoge, red.) bij elkaar komen.”
De gelegde struikelstenen aan de Rijnsestraat. Foto: Boudewijn Benting
De gelegde struikelstenen aan de Van Heutszsingel. Foto: Boudewijn Benting
De struikelsteen aan de Sallandsestraat. Foto: Boudewijn Benting