Rob Rietvels staat omwonenden van windturbines bij als voorzitter van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW). Foto: Marcel Jurian de Jong
Een windpark zet je niet neer over de ruggen van de inwoners. Maar met alleen schreeuwen bereik je ook niets. Actievoeren kan niet zonder de dialoog. Daardoor zijn misschien wel miljoenen blijven liggen voor het gebied.
Het zijn de lessen die Rob Rietveld (64) uit Annerveenschekanaal in de afgelopen vijftien jaar leerde. Ooit begon hij actiegroep Tegenwind Hunzedal, die later opging in de overkoepelende actiegroep Tegenwind Veenkoloniën. Rietveld wilde de komst van het windpark tegenhouden. Al snel werd hem duidelijk dat dat niet zou gaan lukken. Hij stapte uit de protestclub van Jan Nieboer en veranderde zijn motto in: ‘Als het gebeurt, dan op een fatsoenlijke manier’.
In de jaren die volgden, probeerde Rietveld omwonenden aan tafel te krijgen. Hij richtte de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) op. Maar praten ging moeizaam. De overheid had de plannen al klaar, bewoners reageerden woedend op de voldongen feiten. Die benadering lag aan de basis van het felle verzet.
De echte strijd, zo benadrukt Rietveld, vond niet plaats tussen burgers en boeren, maar tegen de overheid. „De autoritaire opstelling van de overheid is mij het meest bijgebleven. Dat doet het ministerie niet gauw weer”, zegt Rietveld. Inmiddels gaan gemeenten en de provincie over vergelijkbare plannen veel uitgebreider met de lokale bevolking in gesprek.
Dat ziet Rietveld bij Emmen, waar hij ook heeft meegepraat met bewonersgroepen over de locatie en voorwaarden van een nieuw te bouwen windpark. „Mensen zijn best bereid tot acceptatie, als je maar goed uitlegt waarom een bepaalde plek is gekozen voor windmolens.”
50 cent te weinig
Het was in 2019 de Omgevingsadviesraad (opgericht door de gemeente Aa en Hunze) die boer en burger weer om tafel moest krijgen om afspraken te maken over het gebiedsfonds, een pot geld voor bewoners en dorpsprojecten in het windmolengebied. Rietveld wierp zich op als adviseur. Het liep moeizaam. Harde schreeuwers en opgekropte frustratie bepaalden aanvankelijk de toon.
Aan de ene kant waren omwonenden het niet eens met de hoogte van het compensatiebedrag van 50 cent per opgewekte kilowattuur. Aan de andere kant waren initiatiefnemers na al die roerige protestjaren verhard in hun opvattingen en vonden ze elke eurocent te veel.
Het bleef 50 cent. Al denkt ook windboer en oud-windparkvoorzitter Bert Kruit (74) uit Borger achteraf dat het bedrag hoger had kunnen zijn. De windboeren wilden aanvankelijk immers ook de lokale bevolking mee laten profiteren van het park. „Als mensen gewoon als volwassenen met elkaar hadden gepraat, dan was er meer mogelijk geweest”, denkt hij. „Die actiegroep had het standpunt: als je met hen praat, dan heul je met de vijand.”
De toon door de jaren heen was volgens Kruit te hard. Te agressief. „Als ze je jarenlang op een verschrikkelijke manier bejegenen, zonder dat ze ook maar één keer gelijk krijgen, valt er niet meer te praten. Het is kapotgemaakt door die kleine, harde kern.”
Bert Kruit uit Borger was als akkerbouwer een van de initiatiefnemers en tot midden 2023 voorzitter van het deel van het windpark dat in de gemeente Aa en Hunze ligt. Foto: Marcel Jurian de Jong
‘Het moet slijten’
De afstand tussen bewoners die toen ontstond, is volgens Rietveld niet makkelijk te herstellen. „Ze moeten elkaar weer tegenkomen bij verenigingen, op het voetbalveld. En het moet slijten en verwateren doordat mensen verhuizen en nieuwe bewoners in het gebied komen wonen.”
Na de affaire in zijn achtertuin, heeft Rietveld er zijn werk van gemaakt om omwonenden van turbines bij te staan. Vanuit de NLVOW heeft hij bij meer dan vijftig projecten zijn ervaring kunnen gebruiken. „Ik hoef nergens uit te leggen waarom ik dit werk doe. Als ik vertel dat ik uit de Drentse Veenkoloniën kom, snapt iedereen dat direct.”
„De Veenkoloniën zijn hét voorbeeld van hoe het niet moet.”
Windpark Drentse Monden en Oostermoer
Het Windpark Drentse Monden en Oostermoer telt 45 turbines met een ashoogte van 145 meter. De wieken reiken hoger dan 200 meter. De molens staan in de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze, in het noordelijke deel van de Drentse Veenkoloniën. Per jaar levert het park genoeg om in potentie alle 216.000 huishoudens in Drenthe van stroom te kunnen voorzien.
Het plan voor de molens ontstond in 2009. In die tijd probeerden projectontwikkelaars boeren warm te maken voor het plaatsen van windmolens. In de Drentse Veenkoloniën zagen boeren kans om een deel van de molens zelf te exploiteren. Samen met de commerciële energiebedrijven Raedthuys en Windunie zijn zij verantwoordelijk voor de bouw van één groot windpark.
Met de zogeheten ‘rijkscoördinatieregeling’ nam het Rijk de regie en overlegde rechtstreeks met de initiatiefnemers. De regionale politiek kon toen geen vergunning meer weigeren. Vergelijkbaar ging het met Windpark Meeden langs de N33, waar 35 windturbines zijn gebouwd. Die beslissing van het Rijk ontketende op beide plekken verzet. Actiegroepen ontstonden en streden fanatiek.
Ondanks het verzet, kwamen de windmolens in Drenthe er toch: zes rijen over een gebied van 50 vierkante kilometer langs dorpen als 2e Exloërmond, Nieuw-Buinen en in een L-vorm langs Gasselternijveen, Gasselternijveenschemond en Nieuwediep.
Nooit meer goed?
In vijf verhalen zien we het herstel van de dorpsgemeenschappen rond het windpark Drentse Monden en Oostermoer, maar ook de littekens. Het verzet dat er misschien altijd wel zal blijven. En we leren hoe dit alles voorkomen had kunnen worden. Kies een hoofdstuk om verder te lezen, of klik hier voor het hele verhaal.