Vrijwilligers van Assen Bloeit in Assen-Oost. Wethouder Jan Broekema ziet de stichting als goed voorbeeld van zijn nieuwe aanpak. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het kost gemeenten steeds meer moeite de stijgende kosten voor jeugdzorg, welzijn en Wmo in de hand te houden. Dat geldt ook voor Assen. Wethouder Jan Broekema wil de zorg naar de wijken brengen, maar verwacht ook meer zelfredzaamheid. „Het systeem is niet houdbaar.”
Wethouder Jan Broekema (SP) wil in zijn kantoor op het stadhuis maar wat graag vertellen over zijn nieuwe plan voor de maatschappelijke zorg, dat de naam ‘Buurtkracht’ draagt.
Broekema spreekt van „een heel grote verandering” als het gaat om de jeugdzorg, welzijn, hulp bij armoede en schulden en Wmo. Vanaf 2028 moet het zover zijn.
En dat gaan Assenaren merken. Een deel van de maatschappelijke zorg moet dichter bij de inwoners komen, in de wijken. Tegelijkertijd wordt er meer zelfredzaamheid verwacht .„De bevolking is behoorlijk aan het vergrijzen”, zegt Broekema. „Mede daardoor zijn er de komende jaren minder professionals beschikbaar.”
Ook heeft de gemeente ‘behoorlijk veel extra geld’ in het sociaal domein gestoken. „Vanuit Den Haag krijgen we structureel te weinig geld. Op deze manier is het niet meer houdbaar. Dat maakt dat je sommige zaken anders moet organiseren.”
Wethouder Jan Broekema (SP) in buurthuis De Open Hof van Stichting Assen Bloeit. Hier werken professionals en vrijwilligers samen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Wachtlijsten, dure zorg en lange trajecten
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de Wmo en de jeugdzorg, maar er zijn veel problemen. Vooral de jeugdzorg kent lange wachtlijsten. Ook worstelen gemeenten met het groeiende aantal zorgaanbieders, steeds duurder wordende zorg en lange zorgtrajecten.
Ook Veendam worstelde met die problemen en ging over op een nieuwe aanpak. Daar zijn de wachtlijsten voor jeugdzorg inmiddels verdwenen. De Groningse gemeente geldt als voorbeeld van hoe Assen het graag ziet, zegt Broekema.
Dat is toekomstmuziek voor Assen, dat nog altijd veel geld kwijt is aan zorg. In 2023 maakten 2475 Assenaren gebruik van jeugdhulp, wat de gemeente 28 miljoen euro kostte. Aan de Wmo was de gemeente relatief gezien minder kwijt, namelijk bijna 42 miljoen euro op 6431 inwoners. Nog altijd een fors bedrag.
Volgens wethouder Broekema wordt aan het gehele ‘sociaal domein’, waar ook andere zorg onder valt, inmiddels bijna de helft van de gemeentebegroting uitgegeven. Met Buurtkracht hoopt de gemeente de kosten terug te dringen, door onder meer minder zorgorganisaties te contracteren en te snijden in gemeentelijke bureaucratie. Dat moet in 2031 naar schatting 3,7 miljoen euro opleveren.
Zorgwethouder Jan Broekema: 'Het huidige systeem is niet houdbaar' Foto: Marcel Jurian de Jong
Jeugdzorg en Wmo: hoe zat het ook alweer?
Sinds 2015 zijn gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor jeugdhulp. Daaronder vallen de jeugdzorg, maar ook jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Sinds deze zogenaamde decentralisatie zijn de kosten voor jeugdzorg landelijk meer dan verdubbeld, stelt de Jeugdautoriteit, die toezicht houdt: van 3,6 miljard naar 8,1 miljard euro.
Ook de Wmo (Wet Maatschappelijke ondersteuning) is sinds 2015 een taak van de gemeenten. De wet is er op gericht mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen.
Hulpbehoevenden kunnen via de Wmo hulpmiddelen krijgen, zoals een traplift. Maar ook onder andere hulp in de huishouding, dagbesteding, begeleiding en beschermd wonen vallen onder de Wmo. Ook die zorg wordt steeds duurder en kent wachtlijsten.