Vader Peter en zoon Ayton van Autorecycling Kempers in het Duitse Meppen. Foto: Boudewijn Benting
Al twintig jaar mogen Peter en zijn zoon Ayton Kempers uit Emmer-Compascuum er niet vrijuit over praten. Dat ze in opdracht van Duitse fabrikanten vrijwel nieuwe auto’s ‘opruimen’.Inmiddels is Autorecycling Kempers wereldwijd bekend als dé luxe-autosloper voor hergebruik van zoveel mogelijk onderdelen. Sinds kort ook van Tesla’s.
Toch begint dit verhaal niet met de grote geheime operatie van vader en zoon Kempers en ook niet met de toekomst van een afgedankte Tesla-batterij. Wel met een Porsche die total loss is. Want met die auto slaat Autorecycling Kempers in het Duitse Meppen de weg in naar een nieuw succes. Vader en zoon Kempers boren ruim vijf jaar geleden een nieuwe exclusieve markt aan. Het tot in perfectie uit elkaar halen van een auto om zoveel mogelijk onderdelen opnieuw te gebruiken.
Peter: ,,Ayton zei een keer tegen me: ‘Pa, er staat een mooie Porsche 911 als schade-auto te koop. Zullen we dat eens proberen?’ ”
Ayton lacht, hij kent het verhaal natuurlijk, weet wat er wordt verteld.
Peter: ,,Ik zei tegen hem: ‘Ja, doe maar’. Iets later kwam hij bij me en riep: ‘Pa, we hebben hem’. We gaven elkaar van blijdschap een high five. Totdat ik de prijs hoorde. Ik zei: ‘Ayton, hebben wij echt 26.500 euro betaald om een auto uit elkaar te halen?’”
Ayton: ,,Ik snapte die reactie wel van mijn pa. Maar we hebben de Porsche uit de jas gedaan en twee, drie weken later hadden we al zoveel onderdelen verkocht dat we de aankoopprijs alweer hadden terugverdiend.”
Peter: ,,Als zoiets dan lukt dan krijg je moed, en wil je ook een keer een Ferrari, een Lamborghini proberen. En dat deden we. We kopen eigenlijk alleen exclusieve schadeauto’s in. En het is leuk. Ook voor ons personeel.”
Ayton: ,,We kopen nu zelfs schade-auto’s van 100.000 euro om te recyclen en helemaal uit elkaar te halen om de onderdelen te kunnen verkopen.”
De 911-anekdote typeert de ondernemerszin en -lust van vader en zoon. Elkaar de vrijheid geven iets te doen wat een ander misschien niet snel durft. Iets doen dat je nog nooit hebt gedaan, onderzoeken of je het wel kunt en of Autorecycling Kempers ermee succes kan halen.
Een beschadigde auto op een vorkheftruck. Foto: Boudewijn Benting
‘Slopen? Dát is juist wat wij niet meer doen’
De oorsprong van het bedrijf ligt in Emmer-Compascuum. Daar begint in 1964 Peters vader en Aytons opa Autohandel en Autosloopbedrijf Tonny Kempers. Inmiddels zit de hypermoderne hightechvoortzetting van het familiebedrijf met veertig man personeel in Meppen in Duitsland, pakweg 10 kilometer over de grens bij Zwartemeer. Handel is er nog wel, in de verkoop van onderdelen van schadeauto’s. Maar slopen? ,,Dát is juist wat wij niet meer doen”, zegt Ayton. ,,Intern is het bij ons verboden om het woord slopen te gebruiken. Wij ruimen auto’s op.”
De Kempersen ruimen trouwens ook misverstanden uit de weg over het vak en hun werk. Want je hebt de ouderwetse slopers en autorecyclers. Dat is als het verschil tussen kledingmerken als Primark en Hugo Boss. ,,Wij zijn dan meer Hugo Boss. Denk ik”, zegt Ayton, terloops en bescheiden. De jonge Kempers zegt zulks niet om op te scheppen. Hoewel hij en zijn vader daarvoor best enige aanleiding hebben. Maar zo zijn ze niet. Het blijven twee nuchtere Zuidoost-Drenten die wel heel trots zijn op wat ze hebben bereikt.
Het demonteren van luxe auto's is precisiewerk. Foto: Boudewijn Benting
In de taal van vader en zoon Kempers is het werkwoord slopen vervangen door recyclen, demonteren of opruimen. Per jaar verwerken ze in opdracht van Duitse autofabrikanten 5000 auto’s. Ook recyclen ze jaarlijks tussen de 500 en 600 nieuwe elektrische auto’s.
Kiem voor het succes is een opdracht van twee grote Duitse merken die het familiebedrijf krijgt in 1997. Of ze hun testauto’s willen ‘opruimen’, en zelfs hun prototypes – de voorstudies van te ontwikkelen nieuwe modellen.
,,Het ging om test- en ontwikkelingsauto’s die werden gebruikt om allerlei proeven mee te doen. Die hadden geen type-goedkeuring en mochten daarom ook nooit deelnemen aan het verkeer. Die moesten we zo goed en zo milieuvriendelijk mogelijk recyclen. Destijds mochten wij onder zware restricties en controles nog wel onderdelen ervan verkopen”, legt Peter uit.
‘Excuses gemeente Emmen’
De Duitse autofabrikanten blijken in die tijd bijzonder tevreden over hoe de Kempersen de klus klaren. Het werk neemt zo toe, dat het familiebedrijf aan de Westelijke Doorsnee in het Zuidoost-Drentse dorp al snel uitbreiding behoeft. Een aanvraag daartoe dienen ze in 1998 in bij de gemeente Emmen. Die neemt volgens Kempers meer dan vijf jaar de tijd om erover na te denken. Hoewel Peter Kempers verre van ongeduldig van aard is, duurt dat hem toch rijkelijk te lang. Ondanks de excuses van de gemeente Emmen is Kempers derhalve op zeker moment op zoek gegaan naar een ‘mooie zichtlocatie’ elders. ,,Ik wilde altijd al graag met ons bedrijf langs de Autobahn zitten. En daarom zijn we hierheen, naar Meppen in Duitsland verhuisd.”
Een grijper aan het werk. Foto: Boudewijn Benting
In 2004 begon de bouw, aan het eind van het jaar erop was het nieuwe onderkomen klaar. Aan de A31, de Duitse autosnelweg die langs de Drents/Groningse grens loopt tussen Leer het Ruhrgebied. Op deze plek voeren ze sinds 2005 een James Bond-achtige operatie uit voor inmiddels vrijwel alle grote Duitse merken.
In opdracht ruimen ze testvoertuigen, prototypes en schade-auto’s op. Daardoor heerst op het immense terrein een verplichte geheimzinnigheid over de uit elkaar te halen auto’s. Een sticker Top Secret zou niet misstaan op de weg te werken Duitse testwagens, die niet herkenbaar op de foto mogen.
‘Daarom moet ons werk geheim blijven’
Peter Kempers: ,,De eisen die de fabrikant aan ons stelt, hoe we die auto’s verwerken, zijn voor ons nog strenger dan de eisen van de overheid. Zo moet ons hele terrein worden afgeschermd, zodat niemand van buiten iets kan zien. Sichtschutz noemen ze dat. Prototypes, bepaalde nieuwe onderdelen, ontwerplijnen, vormen en modellen. Niks mag uitlekken. Er is altijd angst dat concurrenten, tot in China aan toe, iets zien, ontdekken en ermee aan de haal gaan. Daarom moet het geheim blijven.”
Ze hebben op de nieuwe plek in Duitsland vergunning voor het demonteren van 10.000 auto’s per jaar. Momenteel benutten ze daarvan de helft.
Ayton: ,,80 procent van ons werk bestaat uit het opruimen van testwagens van de autofabrikanten. Wij demonteren die auto’s van soms een week of 2,3 oud. Die leveren we kant-en-klaar af als schrootpallet voor verdere verwerking in de shredder. Dat doen we op zo’n manier, dat je tot 98 procent van het materiaal kunt recyclen.”
Vader Peter en zoon Ayton Kempers. Foto: Boudewijn Benting
Rode 12-cilindermotorblokken van Ferrari
Hij noemt de andere 20 procent van het werk van Autorecycling Kempers ook interessant.Dat deel bestaat uit het opkopen van vooral de wat exclusievere schadeauto’s (zie de video van een Lamborghini) om die tot het kleinste detail uit elkaar te halen en alle nog bruikbare onderdelen te verkopen. En daarvan zijn er veel, heel erg veel. In het magazijn tref je stellingen vol Porschespiegels, achterlichten van de duurste Mercedessen, rode 12-cilindermotorblokken van Ferrari en motorkappen van Lamborghini’s, maar ook rem- en gaspedalen, navigatiesystemen, remklauwen, draagarmen en kilometer- en toerentellers.
Elk nog te gebruiken onderdeel wordt afzonderlijk in een bijna volautomatische studio op de foto gezet, voorzien van een QR-code en belandt vervolgens keurig naar merk en soort gerangschikt in een schap op een van honderden stellingen. ,,Bijna alles wordt online verkocht aan schadeherstellers. Onze spullen gaan heel de wereld over. Van Texas tot Australië. En we geven overal een jaar garantie op”, zegt Ayton.
Peter: ,,Toen we net begonnen verstuurden we de eerste onderdelen nog in lege dozen van Croky-chips die we van de supermarkt haalden. Al gauw bleek dat we zoveel onderdelen naar alle windstreken op aarde moesten verzenden, dat we snel zijn overgegaan op eigen, duurzaam gemaakte dozen.”
Belang bij 70 nagelnieuwe Rolls-Roycemotoren?
De eerste schade-Porsche die ‘helemaal van zijn jas’ werd ontdaan smaakte de Kempers naar meer. Andere exclusieve bolides met averij werden opgekocht op de ‘restwaardebeurs’ om ze in Meppen helemaal uit elkaar te halen. Dat doen de Drenten goed, snel en schoon. ,,We kregen daardoor naamsbekendheid in deze wereld”, zegt Ayton. Zo gebeurt het dat BMW hen benadert met de vraag of ze belang hebben bij zeventig nagelnieuwe Rolls-Roycemotoren. ,,Ja, dat hebben we wel”, zeggen vader en zoon.
De kolossale 12-cilinderblokken van het beroemde Engelse merk, waarvan het Duitse BMW de eigenaar is, staan inmiddels in een hal tussen de stellingen op kopers te wachten.
,,Of we daar dan al kopers voor hebben? Nee. Maar die vinden we wel”, zegt Peter. ,,Ik schat in dat de meeste van deze motoren in een van de Emiraten of het Midden-Oosten terechtkomt. Waar ze veel lopen, gaan er ook meer van kapot. Nee, dit zijn echt geen slechte motoren van Rolls-Royce. Integendeel. Maar je wilt niet weten wat al die zandstormen met je motor doen als die dan de buitenlucht aanzuigen.”
Ayton: ,,We hebben inmiddels ook een vestiging in Dubai. Daar gaan vooral onderdelen naar toe van heel dure exclusieve auto’s. Ook die Rolls-Roycemotoren. Die kosten bij ons tussen 15 en 20 mille per stuk. Duur? Tja. Als je die bij de autofabrikant zelf moet kopen, praat je al gauw over een nieuwprijs van zo’n 40.000 tot 50.000 euro.”
Honderden schappen met stellingen in tientallen gangen. Foto: Boudewijn Benting
‘Melkrobot’ in hal 3
We lopen met Peter en Ayton door de enorme hallen. In hal 3 wijzen ze op hun ‘melkrobot’. Daarmee bedoelen ze een vernuftige machine, die volledig geautomatiseerd alle voor het milieu schadelijke vloeistoffen – diesel, benzine, koel- en remvloeistof – uit de op te ruimen wagen ‘melkt’. ,,De brandstoffen hergebruiken we uiteraard”, zegt Peter. De andere spullen worden afgevoerd.
In dezelfde hal is een van de medewerkers bezig met het slaan met een hamer op een nog vrij nieuw ogende grijze stekkerauto van Duitse makelij. Op elk onderdeel van het glimmende koetswerk, zeg maar de buitenkant van de auto, veroorzaakt hij met een doffe klap een fikse deuk. ,,Dat moet om de fabrikant de zekerheid te verschaffen dat geen enkel deel van het plaatwerk in een andere auto wordt toegepast”, verklaart Peter Kempers.
Vanuit de werkplaats in deze hal zie je buiten tientallen tikje geheimzinnige houten kisten staan. Peter Kempers: ,,Daarin zitten allemaal versnellingsbakken, waar volgens de klant iets mee was. Omdat er nog garantie op zat, is vervanging ervan door de fabrikant vergoed. Die wil er daarna wel zeker van zijn dat zo’n bak niet nog een keer in een auto terechtkomt, omdat hij die dan mogelijk opnieuw moet vergoeden. Ook die versnellingsbakken ruimen we dus op.”
‘Wat wil je met zo’n elektrische wagen?’
Vader en zoon zijn echte petrolheads en fan van fossiele brandstofmotoren met liefst een cilinder meer dan minder. Toch was Ayton na de Porsche, de eerste Ferrari, de eerste Lamborghini en de eerste Mercedes AMG ook wel nieuwsgierig of ze ook een Tesla met schade konden kopen, uit elkaar halen en hergebruiken.
‘Wat wil je met zo’n elektrische wagen?’, vroeg zijn vader hem nog. Ayton zette door, tikte een Tesla met averij op de kop en de eerste auto met stekker was volgens hem in ‘no time kaal’: ,,We ontdekten dat je er nog heel veel mee kunt. Ook die onderdelen zijn gewild. Ook die gaan over heel de wereld. We proberen nu zoveel mogelijk schade-Tesla’s op te kopen. Ook hierin willen we toonaangevend zijn, marktleider worden in recyclen van Tesla’s. Het is trial and error, maar je bouwt wel nieuwe kennis op. Dan krijg je als je het goed doet vanzelf naamsbekendheid. En dat werkt. Het is nu zo dat Tesla ons al belt. Laatst hadden ze paar wagens die total loss waren en daar wilden ze vanaf.”
Hoewel vader en zoon fans zijn van dikke auto’s zónder stekker zien ze wel in dat duurzaam en fossielvrij de toekomst is. En daarom maken Peter en Ayton zich wel zorgen over de invloed van de sociale media op hun vak van recycler in het bijzonder, en de energietransitie in het algemeen.
,,Mensen die niks zien in elektrische auto’s of groene energie beweren zonder enig bewijs te leveren dat je de wiek van een windmolen of de accu van een elektrische auto niet kunt hergebruiken. Er verschijnen posts dat je die alleen maar diep onder het zand kunt begraven. Wat een onzin. De accu van een schade-Tesla of een andere stekkerauto halen we blokje voor blokje uit elkaar en de materialen worden voor 96 procent hergebruikt. Of zo’n batterij krijgt na goedkeuring van de fabrikant een second life . En weet je wat er in Duitsland al gebeurt? Dat zo’n batterij bij iemand in de tuin belandt om het overaanbod van zijn zonnestroom op te slaan. Ik voorspel je dat dit in Nederland, als het salderen ophoudt, ook gaat gebeuren.”
‘Autobatterijen, dát is het nieuwe goud’
Voor Autorecycle Kempers zijn de accu’s van te demonteren schade- of op te ruimen elektrische auto’s extra aantrekkelijk. ,,Ze leveren ons gratis elektriciteit. We halen de stroom die er nog in zit er eerst uit om die te gebruiken in ons bedrijf. En de kracht van de batterijen verbaast ons”, zegt Ayton. ,,We hadden een keer een schade-Tesla die al een jaar bij ons op het terrein stond. We dachten dat die accu wel leeg was. Niet dus. Nog 100 procent vol.”
Peter: ,,Die batterijen, dát is het nieuwe goud. Zet bij een windmolen een container neer met een hoop van die omgebouwde accupakketten die niet meer geschikt zijn voor het aandrijven van de motor van elektrische auto. Daarvoor geldt dat de batterij vaak nog minimaal tot 80 procent opgeladen moet kunnen worden. Gebruik accu’s waarvan dat niet meer kan, om als batterij te dienen voor de energie die een windmolen oplevert, maar waarnaar op dat moment geen vraag is. Want 70 procent van 80 kilowatt is nog altijd 56 kilowatt aan bruikbare stroom. We hebben contact met een Belgisch bedrijf dat al afgeschreven accu’s van stekkerauto’s ombouwt tot batterijen voor een supermarktketen. Want in België hapert het stroomnet weleens, waardoor geregeld koelkasten uitvallen en vriezers ontdooien. Die autobatterijen leveren dan noodstroom als de elektriciteit uitvalt. Wat ik maar wil zeggen: afval bestaat niet meer.”
5000 tot 6000 luxe auto's per jaar
Het opruimen, demonteren en tot verkoopbare onderdelen of schroot verwerken van 5000 tot 6000 auto’s per jaar gebeurt net over de Duitse grens bij Meppen op een terrein van bijna 200 bij 200 meter. En Autorecycle Kempers gaat binnenkort uitbreiden.
Het Duitse bedrijf Deppe uit het nabijgelegen Lingen bouwt vlakbij Kempers voor 25 miljoen euro een nieuwe fabriek om lithium en andere grondstoffen terug te winnen uit batterijen van elektrische voertuigen en deze te hergebruiken voor de productie van nieuwe accu’s voor stekkerauto’s. De keuze viel op Meppen, omdat het voor Deppe een logistiek en dus duurzaam voordeel heeft om dichtbij Kempers te zitten.
Er werken in het bedrijf in Meppen zo’n veertig mensen. Maar er is behoefte aan tien tot vijftien nieuwe medewerkers, van monteur tot marketingspecialist.
En o ja: Ayton is niet genoemd naar de legendarische Formule 1-coureur Ayrton Senna. Het is een samentrekking van zijn beide voornamen Ydan en Tonnis. En nogmaals o ja: opa Tonny, de grondlegger, maakt de bloei van het bedrijf nog altijd in levende lijve mee.