Voorlopig worden aan de meeste wegen in dorpen binnen Midden-Drenthe alleen kleine onderhoudswerkzaamheden gedaan. Foto: archief/Boudewijn Benting
Inwoners van Midden-Drenthe kunnen de komende jaren meer hobbelige wegen verwachten in de dorpen en buitengebieden. Omdat het wegenonderhoud flink duurder uitvalt, gaat de gemeente minder aan die wegen doen.
Midden-Drenthe kent drie onderhoudsniveaus voor wegen, waarbij A ‘hoog tot zeer hoog’ is, B staat voor ‘basiskwaliteit’ en C voor ‘laag’. Fiets- en voetpaden blijven op A-niveau. Wandelaars en fietsers zijn de kwetsbaarste verkeersdeelnemers en verdienen volgens de gemeente prioriteit. Hoofdwegen tussen de verschillende dorpen blijven op het al eerder vastgestelde B-niveau. Maar voor rustigere wegen in het buitengebied en wegen in woonbuurten en -wijken wordt het onderhoudsniveau naar beneden bijgesteld, naar C dus.
Volgens verkeerswethouder Jan Schipper (CDA) gaat dit niet ten koste van de veiligheid van die wegen. „Veiligheid blijft op één staan. Bij gevaarlijke situaties grijpen we in. Weggebruikers zullen het gaan merken aan het comfort van de weg”, legt hij uit.
De gemeenteraad ging deze week in meerderheid akkoord met de aanpassing van het wegenonderhoud, alleen oppositiepartijen VVD en Onafhankelijk Midden-Drenthe (OMD) stemden tegen. Die partijen vinden dat alle wegen waar auto’s rijden op B-niveau moeten blijven.
Meer groot onderhoud nodig
In 2017 stelde de gemeenteraad het Beleid onderhoud Wegen en Bruggen 2018-2028 vast. Eerder dit jaar liet Midden-Drenthe een evaluatie uitvoeren en daaruit bleek dat de onderhoudskosten voor wegen veel hoger uitvallen dan destijds verwacht, omdat er aan een aantal wegen groter onderhoud moet worden gepleegd dan voorzien. Jaarlijks zou de gemeente 3,5 miljoen moeten uittrekken voor groot onderhoud als ze op de oude voet verder zou gaan. Dat betekent dat ze jaarlijks bijna 2 miljoen tekort komt.
Daarom is besloten minder geld uit te geven aan wegen in het buitengebied en de wijken en buurten. „En dan nog wordt het a hell of a job om geld te vinden”, aldus Schipper. „Als we alle wegen op B-niveau willen houden, kost het nóg meer geld en wordt het nog ingewikkelder”, reageerde hij op de reacties van de VVD en OMD.
Kwaliteit hobbelt achteruit
Op dit moment wordt gewerkt aan het opknappen en verkeersveiliger maken van de Beilervaart tussen Beilen en Hoogersmilde. Het benodigde geld daarvoor, ruim 2,2 miljoen euro, was vorig jaar al gereserveerd. Dat geldt niet voor de grootscheepse aanpak van de (Verlengde) Middenraai bij Nieuw-Balinge, de Steegde en Oosterveldseweg tussen Spier en Wijster en de Suermondsweg in Smilde, die voor volgend jaar in de planning staan. De verwachte kosten daarvan bedragen bijna 4,7 miljoen euro. Dat bedrag is opgenomen in de perspectiefnota 2024, maar daar moet de gemeenteraad nog over beslissen. Dat gebeurt komende donderdag.
Uit een adviesrapport van Royal HaskoningDHV blijkt dat, ondanks dat er de afgelopen jaren behoorlijk wat onderhoud aan deze wegen is gepleegd, de kwaliteit toch sneller achteruit hobbelt dan verwacht. Datzelfde geldt voor nog tien andere wegen, zoals het Oranjekanaal Zuidzijde tussen Oranje en Hijken, een deel van het Oranjekanaal bij Orvelte en de Asserweg en delen van de Oude Provinciale weg in en bij Hooghalen.
Uit extra onderzoek is gebleken dat deze wegen het einde van hun levensduur hebben bereikt en er dus grootscheepse opknapbeurten nodig zijn. De kosten hiervoor - de tien wegen die dus pas na 2024 aan de beurt zijn - worden geraamd op ruim 10,6 miljoen euro. Geld dat er niet is. Daarom worden voorlopig aan de meeste wegen alleen kleine onderhoudswerkzaamheden gedaan, laat Schipper weten.