Een buschauffeur stempelt een strippenkaart op het busstation in Groningen, oktober 2011. Foto: Archief/Corné Sparidaens
In de serie Deze week in... blikken we terug op historische momenten in Drenthe. Dit keer de laatste dag van de strippenkaart in het openbaar vervoer, op 2 november 2011.
Wie bij mensen van boven de 25 jaar oud over de strippenkaart begint, krijgt veelal reacties met een nostalgische toon. Niet zo gek, want in dit digitale tijdperk is het nauwelijks voor te stellen dat we tot nog maar dertien jaar geleden helemaal analoog de bus konden nemen.
Strippen stempelen
Weinig zaken in Nederland waren zo ingeburgerd als de Nationale strippenkaart. Met een vooraf betaald bedrag kon je hiermee bij alle stads- en streekvervoerders betalen door bij de chauffeur een of meerdere strippen af te stempelen, afhankelijk van de af te leggen route.
De opvolger van de strippenkaart, de ov-chipkaart, werd aanvankelijk met veel scepsis ontvangen. Groningen en Drenthe gingen daarom zo lang mogelijk door met die vertrouwde strippenkaart. Toen het OV-bureau Groningen Drenthe op 2 november 2011 dan toch officieel afscheid nam – in het Nederlands Stripmuseum, hoe kan het ook anders – waren bijna alle provincies al lang en breed over op de elektronische ov-chipkaart.
Het oorspronkelijke plan was namelijk dat uiterlijk 1 januari 2009 de strippenkaart in heel Nederland moest zijn vervangen door de chipkaart. Met een nationale aftrap van toenmalig minister Karla Peijs en talloze reclamespotjes op radio en televisie werd daar al vanaf 2007 op voorgesorteerd.
Groningen en Drenthe hebben niet genoeg geld
Er volgde enkele malen uitstel en in 2010, toen verschillende regio’s in Nederland al over waren, liet het OV-bureau Groningen Drenthe weten niet genoeg geld te hebben voor de invoer van de chipkaart. Zo moesten alle bussen worden voorzien van meerdere kaartlezers en behalve aanschaf en onderhoud van apparatuur had het OV-bureau ook geen geld om de kosten van het achterliggende systeem en een nieuw verkoopnetwerk op te hoesten.
Daar kwam nog bij dat er veel vragen rezen over de fraudegevoeligheid van de chipkaart. Verschillende onderzoekers en hackers kraakten de chipkaart, zodat je er onbeperkt mee kon reizen.
‘Opperste verwarring’
Bij de introductie van de strippenkaart, in 1980, was het wantrouwen al net zo groot. Groningen en Drenthe waren het niet eens met de verdeelsleutel waarmee de landelijke opbrengsten van de strippenkaart werden verdeeld. Direct na de introductie was de kritiek van reizigers bovendien dat het systeem veel te ingewikkeld was, met lange rijen bij de chauffeur tot gevolg.
Zo zag de strippenkaart eruit. Foto: Archief/Floris Lok
‘De passagier moet altijd eerst vragen hoeveel strips hij moet stempelen om op zijn bestemming te komen’, liet een ontevreden reiziger in november 1980 weten aan het Nieuwsblad van het Noorden. ‘Ik hoop dat de normale meerrittenkaart terugkomt.’ Nieuwsblad zelf kopte in diezelfde maand dat de strippenkaart ‘de buspassagier vooralsnog in opperste verwarring brengt’:
‘De reiziger moet de zone kiezen aan de hand van een kaart’, schreef het Nieuwsblad. ‘Die wordt de reiziger – voor zover het althans om zijn woonomgeving gaat – gratis verstrekt. Voor de rest mag de passagier het zelf uitzoeken, met natuurlijk het risico, dat een verkeerde zone wordt gekozen.’
Zwartrijden met kaarsvet
Nadat de verwarring enigszins was afgenomen, hadden enkele slimme reizigers al snel in de gaten dat de strippenkaart ook voordelen bood. De allereerste versie was heel eenvoudig na te maken, omdat er nauwelijks echtheidskenmerken aan zaten. Tja, dan is het lekker reizen natuurlijk. Later werden verschillende, moeilijk na te maken eigenschappen aangebracht, zoals een hologram. Die zie je tegenwoordig ook nog op bankbiljetten.
Een andere veelgebruikte truc van reizigers: wel stempelen, maar minder strippen dan eigenlijk nodig. Grijsrijden heette dat. Of witte, doorzichtige tape op de vakjes plakken, of kaarsvet aanbrengen. Zodra je de bus uit kwam, veegde je de stempel die de chauffeur had gezet simpel weer weg. Zo kon je strippenkaart een stuk langer mee.
Ook op die trucs werden oplossing bedacht, door bijvoorbeeld inkt te gebruiken die alleen verkleurde als er niet met de strippenkaart was geknoeid. Uiteindelijk bleek de strippenkaart een betrouwbare en na drie decennia vertrouwde manier van betalen voor het streek- en stadsvervoer in Nederland.
Ook de chipkaart nadert zijn einde
Toen Drenthe en Groningen op 3 november 2011 officieel overgingen op de ov-chipkaart, zag de Nederlandse reiziger dit als het einde van een tijdperk. Nu, dertien jaar later, is ook die chipkaart alweer bezig aan de laatste stuiptrekkingen. Betalen met je pinpas of telefoon wordt de nieuwe norm. Ook dat zal vast weer tot de nodige scepsis leiden.