Claw Boys Claw is bezig aan een afscheidstournee, waarbij de band binnenkort Sneek en Groningen aandoet. De muziek vaarwel zeggen doet de groep niet. Zo is er een nieuw album, ‘Fly’.
,,In de vroege jaren 80 had je een explosie van creatieve Amsterdamse rockgroepen. En wij zaten daar met Claw Boys Claw midden in’’, zegt gitarist John Cameron. ,,Maar als ik naar mijn jongste dochter kijk, is zoiets nu ook weer het geval. Zij maakt deel uit van een scene met allemaal jonge bands waarvan de muzikanten elkaar even goed kennen als wij destijds.’’
Destijds dat was 1983, toen Claw Boys Claw ontstond, en 1984, toen het spraakmakende debuutalbum Shocking Shades verscheen. De recensie van popjournalist Swie Tio in mei van dat jaar in muziekblad Oor noemde de groep ’de grootste Amsterdamse sensatie sinds The Outsiders’ en sloot af met: ’Shocking Shades van Claw Boys Claw is de allerbeste elpee ooit in Nederland gemaakt. And that’s official.’
75ste verjaardag
Tot op de dag van vandaag bleven Cameron en zanger Peter te Bos de ziel en drijvende krachten achter de groep. Drummers en bassisten kwamen en vertrokken, al is de huidige ritmesectie, Jeroen Kleijn en Marcus Bruystens, alweer geruime tijd van de partij. Deze maand verscheen het 14de album Fly – twaalf degelijke songs in de meer melodieuze en ingetogener stijl die de band sinds 1990 kenmerkt. Daaraan ging echter wel de mededeling vooraf dat de komende tournee de laatste zal zijn. Eind december, vlak voor zijn 75ste verjaardag, is het voor frontman Te Bos welletjes geweest met de podiumcapriolen.
,,Nee, toen we de liedjes voor Fly schreven was dat besluit nog niet genomen’’, zegt Cameron. ,,Maar toen we de plaat opnamen wel. Vandaar ook die titel.’’
,,En het sluit natuurlijk ook mooi aan bij ons vorige album, dat Kite heette’’, valt Te Bos hem bij. ,,Het laatste nummer op de plaat, Page after Page zou je ook als afscheidslied kunnen interpreteren. Daarom past het goed op die plek. Al is het niet per se als afscheidslied geschreven.’’
Bassist Marcus Bruystens en Peter te Bos. Foto: Jaap Stiemer
,,Dit is ook niet per se ons laatste album’’, vervolgt Cameron. ,,We wilden alleen weg uit die sleur van ieder jaar of iedere twee jaar weer een tournee.’’ En Te Bos: ,,Het is ook zeker niet zo dat we geen zin meer hebben. Maar het is gewoon goed om het eens anders aan te pakken. Zoals je op de fiets van je werk naar huis ook wel eens een andere route kunt nemen.’’
Bob Dylan kan als gevorderde 80’er nog altijd gezeten aan zijn piano op blijven treden, zoals Leonard Cohen dat ook tot op hoge leeftijd deed. Voor muzikanten die het meer van podiumdynamiek en het uitstralen van energie moeten hebben, zoals The Rolling Stones of Iggy Pop kan dat lastiger worden. Claw Boys Claw is ook zo’n groep. Heeft dat meegespeeld?
Rol van John Cameron
,,Nou, ik zag onlangs Iggy Pop nog optreden en die springt ook niet meer zoals hij dat vroeger kon’’, zegt Cameron. ,,Hij kroop wat over het podium. Maar hij heeft die uitstraling behouden. Dat geldt ook voor Peter. Die klimt allang niet meer in de coulissen of naar het balkon. Maar hij staat daar nog steeds!’’
Peter te Bos: ,,Ik rook en drink al jaren niet meer; anders zou ik echt omvallen.’’ Foto: Jaap Stiemer
De zanger knikt: ,,Mijn gezondheid is nog goed.’’ Om daar wat zuinigjes aan toe te voegen: ,,Nou ja, een zeventje. Maar ik rook en drink al jaren niet meer; anders zou ik echt omvallen.’’
Terwijl de meeste aandacht bij Claw Boys Claw altijd uitgaat naar Peter te Bos, is de rol van Cameron niet te onderschatten. Al meer dan vier decennia is hij verantwoordelijk voor het enige solo- en melodie-instrument naast de zanger en de ritmesectie. De man die alles moet inkleuren. Bijna een éénmansorkest. ,,Nou, dat vind ik wat overdreven’’, relativeert hij. ,,Vaak valt het niet zo op wat Marcus en Jeroen allemaal spelen. Dat wordt nogal onderschat. Maar daar steunt het wel héél erg op.’’
Claw Boys Claw ontstond in 1983 toen gitarist Allard Jolles en bassiste Bobbi Rossini bij een concert Cameron tegenkwamen. Ze besloten om samen wat muziek te maken op de studentenkamer van Jolles, waar toevallig een drumstel van diens andere band stond. Omdat John ook gitarist was besloot Allard te gaan drummen. En er was een zanger, die echter al snel verdween. Dus haalde Cameron de vriend van zijn oudere zus erbij. Peter te Bos was 32, zo’n tien jaar ouder dan de rest, wist niets van de hippe rockbands van die tijd, maar had wel in een mannenkoor gezongen.
Claw Boys Claw live. Foto: Jaap Stiemer
Enkele maanden later werd in drie uur tijd de lp Shocking Shades opgenomen en niet veel later was Claw Boys Claw de ’hotste’ band van Nederland. ,,Wij kwamen precies op het goede moment’’, zegt Te Bos. ,,We pasten waarschijnlijk perfect in de tijdgeest…’’
,,En we waren ook héél erg bezig met die ’trashrock’’’, valt Cameron hem bij. ,,Vooral Allard. Hij was zo gedreven. Iedere keer weer even fanatiek.’’ Allard Jolles overleed oktober vorig jaar op 66-jarige leeftijd. Het nieuwe album Fly is aan hem opgedragen.
Mensen die het ‘beter wisten’
,,Shocking Shades stond nog helemaal in het teken van het ontdekken. Van niets iets maken’’, zegt Te Bos. Cameron: ,,En toen we opeens wat bekend waren begon iedereen zich met ons te bemoeien. Allerlei mensen die het zogenaamd ’beter wisten’. Platenmaatschappijen, managements…’’ De groep liet zich meeslepen door internationaal bekende producers en ambitieuze marketingplannen. Het werd geen succes, artistiek niet en commercieel niet. ,,Dat is wat mij betreft de minst leuke periode met de band geweest’’, blikt de gitarist terug. ,,Rond 1990, met platen als Angelbite, Sugar en Nipple namen we het heft weer in eigen hand. En dat is sindsdien eigenlijk altijd zo gebleven.’’
De muzikale koerswijziging op Angelbite werd ondersteund met een pr-campagne die voor wat ophef moest zorgen. ’Is Claw Boys Claw volkomen kut of beestachtig goed?’ schreeuwden de advertenties die de plaat moesten ondersteunen. ,,En toen was het natuurlijk een kleine stap naar T-shirts met die tekst’’, zegt Te Bos.
Cameron herinnert zich dat hij in die tijd als technicus bij Paradiso in Amsterdam werkte. Er was een programma waar nogal wat hotemetoten van de gemeente op af kwamen, wat veel personeelsleden helemaal niet zagen zitten. ,,Daarom besloten we die dag allemaal in zo’n ’Volkomen Kut’ shirt te gaan werken. Nou, toen werd ik dus wel even bij de toenmalige directeur op het matje geroepen.’’
John Cameron Foto: Jaap Stiemer
En terugkijkend op de tijd dat de platenmaatschappij hen internationaal wilde laten doorbreken: ,,Dat ging helemaal nergens over. In New York stonden we te spelen in een zaaltje met alleen vertegenwoordigers van de Stichting Popmuziek Nederland en het barpersoneel.’’ Te Bos: ,,Die muziekbeurzen… Ik weet nog dat we voor een showcase in Parijs het stuntje hadden bedacht dat ik met een helm met een zwaailicht op zou komen. Dat zou het helemaal gaan worden. Maar eenmaal op het podium werkte dat ding niet. Dat voel je je zo’n prutser. Compleet ’Spinal Tap’.’’
Nooit afhankelijk van succes
John en Peter hebben er altijd voor gewaakt om niet financieel afhankelijk te worden van de groep. Toch is dat niet de voornaamste reden dat Claw Boys Claw al vier decennia bestaat, zegt Te Bos. ,,De essentie is dat John en ik nog altijd fris en open staan voor elkaars ideeën.’’ De gitarist knikt: ,,We hebben de groep nooit afhankelijk gemaakt van succes. Daar moet ik niet aan denken. De muziek zelf is altijd de belangrijkste motivatie gebleven.’’
En een rolmodel voor de 70-plussers van vandaag hoeft Peter Te Bos al helemaal niet te worden. ,,Welnee, dat klinkt meteen zo ouwelullig. Ik keek onlangs een programma van Omroep Max en dat vond ik zo ongelofelijk tuttig…’’ Maar geforceerd jong blijven is evenmin een alternatief. ,,We hebben recent eens opgetreden in het Amsterdamse Skatecafé, waar mijn dochter en haar vrienden ook komen’’, zegt Cameron. ,,Die jongeren gingen helemaal uit hun bol. Zo van ’Wow, is dat jouw vader?’. Maar hoe leuk dat ook is, we zullen nooit deel van die scene worden. Dat is onmogelijk.’’
Claw Boys Claw
Fly van Claw Boys Claw verscheen bij Excelsior. Concerten: 18/10 Bolwerk, Sneek; 28/11 en 29/11 Vera, Groningen