Selfiejagers die het podium bestormen, overleden bassisten, Japanse psychedelica en een verlossende Jessie Ware: muziekexpert Jacob Haagsma is er maar druk mee
Omar Souleyman verwelkomt fans en selfiejagers met open armen. Foto: Jasper Bolderdijk
Muziekredacteur Jacob Haagsma maakt wat mee in de pop en wijde omstreken, tot en met het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Wat hield hem deze week weer van de straat?
En, Jacob, hoe was je weekend?
Ik was zaterdagavond bij Colors Of MENA, onderdeel van het MENA-festival dat deze week Groningen flink opsiert. MENA staat voor Middle East North Africa, dus in grote lijnen het Arabische deel van de wereld. En daar komt ook spannende muziek vandaan, zo blijkt.
Wist je dat niet, dan?
Natuurlijk wel, en wie dat niet al in de gaten had moet ziende blind zijn geweest en horende doof. Belangrijkste acts Bombino, uit Niger, en Omar Souleyman, held uit het geteisterde Syrië, zijn al verscheidene keren op Noordelijke podia te zien geweest, en ook op Lowlands. Ik herinner me als de dag van gister, en het was toch al in 2011, hoe Omar Souleyman daar op Lowlands opkwam, de meute in de zaal ontplofte en de fotografen voor de hekken zich als één man omdraaiden om die kolkende taferelen vast te leggen.
In De Oosterpoort ging het ook al mal. Om de haverklap sprongen er mensen het podium op om een selfie te maken met Omar Souleyman. Die liet zich dat kalmpjes aanleunen, om vervolgens weer rustig door te zingen - spannende stemwendingen in Arabische toonladders, op stevige elektronische beats en virtuoze toetsenriedels.
Die selfiejagers, dat waren vast geen oudere, grijze, witte mensen, doorgaans toch de meest talrijke en dominante cultuurconsumenten.
Nee precies. Dat was ook het mooie van deze avond: een heel gemengd publiek. Dus ook die oudere, grijze, witte mensen, die dus best nieuwsgierig zijn, maar ook jongeren, uit verschillende culturen, meisjes en vrouwen met hoofddoekjes, kinderen zelfs. Ook rond middernacht nog, toen Souleyman pas aantrad. Dat gag allemaal een reuze prettige, losse sfeer. Bij het openingsconcert van het festival, door nota bene het Noord-Nederlands Orkest, ging het er al zo informeel aan toe, las ik in dit stuk van collega Job van Schaik. Zoiets kunnen we dus mooi opsteken van andere culturen en mij lijkt dat winst. Dat stijve gedoe in dat pluche, misschien heeft dat zijn beste tijd wel gehad.
Nounou. Hoe is het intussen op de Friese festivalweiden?
Ureterp heeft Oerrock, drie dagen lang vanaf Hemelvaartsdag, altijd de belangrijkste dag met toppers als Goldband, Son Mieux en een van de twee UB40-filialen - die van zanger Ali Campbell, die al jaren vechtend over straat rolt met zijn broers in de andere editie. Maar helaas, ik kon er niet bij zijn. Collega Jaap Hellinga nam een kijkje achter de schermen.
Het is dus niet altijd feest in jouw beroep.
Was dat maar waar. Gelukkig verschijnen er nog altijd leuke plaatjes. Ik leverde deze week mijn albumrecensies in voor OOR, met zware kost als Swans en Bell Witch en ook de uitermate pittige Oegandese rapster MC Yallah. Maar ik word nog steeds blij van That! Feels Good!, het nieuwe, vijfde album van Jessie Ware uit Engeland. Haar vorige album What’s Your Pleasure ging heel elegant de discokant uit, en dan veer ik al snel enthousiast op. Verlossing via de dansvloer. Op deze nieuwe is het palet wat verbreed richting andere zwarte stijlen, en bliksem, dat voelt goed op de oorschelpjes.
Nog doden te betreuren deze week?
Twee bassisten, heel toevallig, dus niet direct de mensen die op de voorgrond treden. John Giblin baste bij de groten der aarde: Peter Gabriel, Simple Minds, Scott Walker, Kate Bush, Fish, Brand X - dat was het jazzrock-hobbyclubje van Phil Collins, van Genesis. En Andy Rourke heeft ook allerlei dingen gedaan, maar zal toch vooral in onze herinnering voortleven als bassist van The Smiths, ooit in de jaren tachtig. Maar goed, woensdagavond mogen we naar Bo Ningen, heerlijke Japanse psychedelica en noise in Vera, in Gro Ningen.
Met die flauwe woordspeling draaien we maar weer een eind aan deze rubriek.