Cees Nooteboom wordt geïnterviewd door Rense Sinkgraven tijdens festival Het Grote Gebeuren in 2019. Foto: Duncan Wijting
Thomas Heerma van Voss interviewde schrijvers over het besef dat hun werk al tijdens hun leven vergeten is. Dat levert een fantastisch boek op.
Dit najaar verschijnt een nummer van het literaire tijdschrift De Revisor waarin auteurs een zelfportret van zichzelf hebben getekend. Dat is geen nieuw idee, want in 1977 vroeg het blad hetzelfde aan schrijvers die toen in de schijnwerpers stonden.
Het merendeel van hen is inmiddels overleden: Marga Minco, Willem Frederik Hermans, Andreas Burnier, Harry Mulisch, Doeschka Meijsing, Gerrit Krol, Rutger Kopland, Frans Kellendonk en Gerrit Komrij om er maar een paar te noemen.
Gelukkig zijn er ook nog een paar schrijvers van toen in leven. Thomas Heerma van Voss interviewde ze voor de site van het Literatuurmuseum en die interviews zijn nu gebundeld.
In een rolstoel
De zelfportretten uit 1977 vormen een mooie insteek om terug te kijken op schrijverscarrières die inmiddels een halve eeuw verder zijn. Voor Cees Nooteboom kwam het grote internationale succes pas later. Heerma van Voss interviewt de schrijver op Menorca waar de inmiddels 92-jarige schrijver woont. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson, zit in een rolstoel en schrijft niet echt meer. De laatste keer dat hij zijn werkkamer binnenliep, zei hij: ‘Belachelijk.’
In Duitsland wordt zijn verzamelde werk uitgegeven, completer dan in Nederland. Het portret dat Heerma schetst, is aandoenlijk en meedogenloos door de koele registrerende vorm. Als het glas whisky van Nooteboom leeg is, dan zegt hij ‘Tingelingeling’ en dan komt zijn vrouw Simone Sassen het glas bijvullen.
Overal rommel
Andere schrijvers wonen alleen en zijn bijna vergeten, zoals de dichter Jan Kal (78) die op een tweekamerappartement in Amsterdam woont, ‘overal rommel, en overal dezelfde scherpe, penetrante lucht’.
De dichter die zeer teruggetrokken leeft, krijgt op de dag van het interview juist bezoek van twee mensen van de woningbouwvereniging. ‘Het wordt tijd om te accepteren dat u een beetje hulp nodig heeft, meneer Kal, dan kunt u hier nog mooie jaren tegemoet gaan.’
De prullenmand heeft veel plezier aan mij – Schrijversportretten toen en nu (2025), Thomas Heerma van Voss. Foto: uitgeverij Das Mag
Het fascinerende aan de bundel is het besef bij veel schrijvers dat hun werk al tijdens hun leven vergeten is. Een deel van hen heeft geen uitgever meer en ze hebben nauwelijks contact met hedendaagse schrijvers.
En zelfs als ze nog wel een uitgever hebben, zoals H.C. ten Berge (86), P.C. Hooft-prijswinnaar in 2006, dan is het succes niet heel groot: ‘Toevallig kreeg ik gisteren van Atlas Contact mijn jaarafrekening: dertien euro negenenzestig. Vorig jaar kreeg ik van Koppernik negenendertig euro voor drie boeken.’
Heerma van Voss wil horen hoe de schrijvers terugblikken, ‘welke grondtoon blijft hangen’. Dat is met deze bundeling fantastische interviews meer dan gelukt.