Caren van Herwaarden (zelfportret). Foto via Akerk
‘Ruach’: de ademtocht die een tekening in gang zet. Drie kunstenaars gaan met hun tekeningen in dialoog met de Akerk. We spraken met twee van hen.
„‘Ruach’ – als je het uitspreekt voel je de adem al: ‘roeachhh…’ Als een zucht”, verklaart Marisa Rappard (Emmen, 1979) de titel van de tentoonstelling in de Akerk in Groningen. „Het is een oud-Hebreeuws woord, dat zoiets betekent als levensadem. Maar het staat ook voor de geest van God; voor de kracht die iets in gang zet.” Ze verbindt het ook met het tekenen: „Een eerste lijn. Iets wat je hand in gang zet”, doet Rappard met een breed armgebaar voor, alsof ze een potlood vast heeft.
De laatste jaren onderzoekt ze in haar werk hoe mensen steeds meer gaan geloven in technologische ontwikkelingen. „Religie zelf verdwijnt naar de achtergrond. Maar mensen praten tegenwoordig over techniek met termen uit de religie.” Zo is er een sterk geloof in AI. Of mensen willen hun hersenen laten conserveren, in de verwachting dat de wetenschap in de toekomst zo ver komt, dat die hersenen weer tot leven gewekt kunnen worden. Op die manier zou men alsnog eeuwig kunnen leven.
Een terugkerend thema in het werk van Rappard is de wolk: „God verscheen voor het eerst als wolk. Maar het verwijst ook naar de cloud, waarin onze digitale gegevens staan opgeslagen.” Ze onderzoekt oude tekeningen en gravures, waarin die goddelijke wolk verbeeld werd. Ook laat ze AI van dergelijke prenten digitale voorstellingen maken. Deze oude en nieuwe afbeeldingen combineert ze tot tekeningen, waar bijvoorbeeld mensen opgaan in pixelpatronen. Of ze maakt grote collage-achtige taferelen met verschillende blokken, alsof er allemaal tabbladen open staan in een beeldscherm.
Marisa Rappard. Foto: Thomas Segers
Verdriet, kwetsbaarheid en kracht
Haar collega Caren van Herwaarden werkt al een poos aan de serie Pietà. Die is geïnspireerd op het beroemde werk van Michelangelo, waarbij Maria treurt met het dode lichaam van Jezus op schoot. Deze sculptuur verbeeldt het ondraaglijke lijden van een moeder die haar kind verliest.
In de sacristie van de Akerk vond Van Herwaarden bovenin een gewelf een afbeeldinkje van Maria met kind. Dit inspireerde haar tot een 3 meter grote tekening van een vrouw met een pasgeboren kind. „In het atelier stond die enorme tekening rechtop en was zij indrukwekkend. Nu ze hier in de sacristie op de grond ligt, onder dat gewelf, zie je de kwetsbaarheid van de vrouw, en tegelijk de kracht van haar, die een kind ter wereld brengt.”
Van Herwaarden maakt ook sculpturen van textiel: „Dat zijn oude lakens die ik altijd kreeg van mijn moeder, om bijvoorbeeld mijn kwasten mee schoon te maken. Toen zij overleed, kreeg ik ál haar oude lakens. Maar na gebruik kon ik die niet weggooien. Dus dat werd een hele stapel in mijn atelier.” Totdat ze er ‘lakenbeelden’ van ging maken. „Door van die oude lappen van mijn moeder nieuwe beelden te maken voor de serie Pietà, was voor mij de cirkel rond.’’
Ze legde zo’n sculptuur eens weg op een tekening met mensfiguren. „Het was alsof het beeld gedragen werd door die figuren.” Sindsdien combineert ze beide, waarbij de mensen op het kwetsbare papier in hun uitgeknipte armen de stoffen poppen toch weten te dragen.
Pionier van de tekenkunst
Beide kunstenaars breken een lans voor de derde exposant, die bij dit gesprek niet aanwezig is, maar gezien kan worden als aanstichter van deze tentoonstelling en als pionier van de tekenkunst: Arno Kramer. „Hij heeft bijvoorbeeld het Drawing Centre in Diepenheim opgericht en zich altijd ingezet om tekenen te zien als volwaardige kunstuiting”, zegt Rappard. „Oh, ik weet nog dat ze tijdens de opleiding bij een tekening zeiden: ‘Ja, leuk, maar nu in het echt…’”, vult Van Herwaarden aan.
Arno Kramer. Foto: Hans de Bruijn
Zij wijst ook op de verschillende stijlen van hen alle drie, waarmee ze elkaar aanvullen. Ze werken gedrieën samen in de Drawing Inventions Academy, een masteropleiding die volledig gericht is op de tekenkunst. Elk jaar zijn er twaalf studenten. „We zijn zeven jaar geleden begonnen en hebben er inmiddels 72 opgeleid”, vertelt Rappard. „Na die eerste lichting hadden we niet verwacht dat de belangstelling hiervoor blijvend zou zijn. Het tekenen is dus echt wel op de kaart gezet. Steeds meer kunstenaars zijn er serieus mee bezig.”
Bij tekenen denk je in eerste instantie aan potlood en papier. Maar in de tentoonstelling zijn ook driedimensionale kunstwerken of collages. Van Herwaarden gebruikt vaak aquarel, terwijl Rappard digitale prints of zelfs keramiek combineert met haar werken op papier. „Tekenen moet je breed opvatten”, zegt Van Herwaarden. „Het begint inderdaad met potlood of houtskool op papier. Maar je zou ook kunnen tekenen met tape of ijzerdraad. Wij staan overal open voor.”
Tentoonstellingen
Poster 'Ruach'. Poster: Akerk
‘Ruach’, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard en Arno Kramer. T/m 31 mei in Akerk, Akerkhof 2, Groningen. Open di-za 10-16, zo 12-16. Meer informatie op akerk.nl
Van 13 maart t/m 10 mei ook bij galerie Getekend in Heerenveen. Zie ook galeriegetekend.nl