De zonnewijzer wordt inmiddels in het Groninger Museum getoond. Foto: Groninger Museum
Wie niet beter weet, ziet er een drie meter hoge totempaal in. In werkelijkheid heeft het Groninger Museum een zeldzame zonnewijzer uit het begin van de achttiende eeuw weten te verwerven.
Dat is dinsdag bekendgemaakt. Met de verwerving gaat een wens in vervulling van vertrekkend directeur Andreas Blühm. Toen de zonnewijzer begin jaar dit onverwachts via een kunsthandel in Parijs tijdens de Tefaf-kunstbeurs werd aangeboden, was hij vastberaden dit pronkstuk van de Groninger elite terug naar het Noorden te halen.
Maker van de zonnewijzer is Jan de Rijk (1661-1738), een beeldsnijder die rond 1700 veel in Groningen heeft gewerkt. Om het object wetenschappelijk verantwoord en nauwkeurig te krijgen zou hij kunnen hebben samengewerkt met de in Groningen verblijvende Zwitserse natuurkundige Johann Bernoulli (1667-1748). Nader onderzoek moet daarover nog uitsluitsel geven.
Afgaand op een monogram en een breedtegraad op de wijzer wordt ervanuit gegaan dat het voorwerp is gemaakt voor de in Uithuizen geboren Willem Alberda, heer van ’t Zand en Godlinze (1674-1721). Bijzonder is dat de wijzer van hout is. De meeste zonnewijzers zijn van steen en kunnen daardoor tegen weer, wind en zon.
Koloniale handel
Een aantal elementen op de wijzer laat zien hoe destijds naar de wereld werd gekeken. Europa wordt gepresenteerd als dominerend continent, boven Azië, Amerika en Afrika. Het museum wijst erop dat de Groninger elite in de zeventiende en achttiende eeuw betrokken was bij de koloniale handel.
Hoeveel voor de wijzer is betaald, is niet bekend gemaakt, wel dat er negen geldschieters bij betrokken zijn geweest. Het museum spreekt van een ‘indrukwekkend voorbeeld van artistiek en wetenschappelijk vakmanschap uit Groningen’ en een bewijs dat ‘de Groninger elite er in de achttiende eeuw naar streefde zich op hetzelfde niveau te positioneren als hun tijdgenoten elders in Europa’.
,,De zonnewijzer getuigt van vooruitgang en onderdrukking en nodigt uit tot reflectie over onze complexe erfenis”, aldus het museum. De aanwinst wordt inmiddels getoond.