2,1 miljoen Nederlanders bekijken finale Eurovisie Songfestival Foto: ANP
De verbinding was deze week ver te zoeken in Malmö. In de Zweedse stad botsten twee werelden op elkaar: de onbezorgde glitter van het Songfestival en de grimmige realiteit van de oorlog in Gaza.
Of ik zijn kaartje wil? We zitten in een cafeetje tegenover Malmö Arena. Het is zaterdagavond en zo dadelijk begint daar onder extreme hoogspanning de uitverkochte finale van het Eurovisie Songfestival. José Luis, een Spanjaard in kleurig gilet met een diepe (maar wankele) liefde voor het Songfestival, schuift zijn entreeticket over de tafel. Neem gerust, gratis en voor niks. Hij gaat tóch niet.
Een vriendelijke daad, ingegeven door angst.
Straatprotesten in Malmö tegen de deelname van Israël aan het Eurovisie Songfestival. Foto Johan Nilsson/TT
José Luis is enorm bezorgd over de veiligheid in de Zweedse stad. Hij heeft tot nu toe alle shows bezocht maar voelt zich niet langer op zijn gemak in deze politieke arena. ,,Ik ga met vrienden in een club naar de televisie kijken.’’
Plakdiamantjes en pro-Palestijnen
Voor de ramen van het cafeetje valt Hyllie Boulevard uiteen in twee werelden: over links trekt een uitgelaten stoet publiek in opzichtige glitterpakken met boa’s, vlaggen en wangen vol plakdiamantjes naar de ingang van de concertzaal. Over rechts protesteren groepen pro-Palestijnse activisten met uitgestoken vlaggen luidruchtig tegen de deelname van Israël.
De sfeer is grimmig. Politiemensen haken hun armen in elkaar en leggen zo een beschermende kring om de groep. Dit dus, knikt José Luis. Politietroepen en een legermacht om een liedjesfeest te kunnen houden. Fort Malmö. Hier, dat kaartje is voor jou.
Gejankt om Joost
Songfestivalgoeroe Rudy Swart uit Appelscha zit hier ook – uitgeblust na een volle week met álle shows kijken en dansen op afterparty’s in de fanclub. Hij heeft gejankt toen hij hoorde dat Joost Klein uit de wedstrijd werd gegooid. Hij voelt zich verbonden met de eigenzinnige Friese artiest. Beiden zijn ze op jonge leeftijd ouders kwijtgeraakt. Rudy wéét hoe dat voelt. ,,Toen ik het nieuws hoorde, dacht ik eerst dat het een grap was of een promotiestunt. Joost is een gekke jongen, dat zou typisch iets voor hem zijn.’’
En jemig, wat had-ie met Europapa een beeldschoon liedje voor ons allemaal. ,,Er is zoveel gezeik in de wereld. Europapa is dan toch hét anthem van het jaar.’’
‘Er is iets mis’
Rudy draagt vandaag zijn zwarte, met gouden lovertjes bestikte colbert. Zijn signatuuroutfit – het maatpak van Friese vlagstof met bijpassende cowboyhoed – komt de kast niet meer uit. Er is dit jaar iets goed mis met het songfestival. Dat opvallende pak zit hem hier niet lekker. ,,Ik wil niet provoceren.’’
United by music is het mantra van de organiserende EBU (Europian Broadcasting Union) maar de verbinding is ver te zoeken. ,,De sfeer is zo bedrukt ook.’’
De gemoederen liepen zaterdagavond hoog op tijdens de finale in de Malmö Arena. Foto Johan Nilsson/TT
Hij volgt het Eurovisie Songfestival al jaren op de voet. Het mooie aan dit bonte festijn vond hij altijd dat iedereen zichzelf kan zijn. ,,Of je groot, klein, wit of zwart bent: het maakt geen bal uit.’’ Maar als het over politieke verschillen gaat, liggen de zaken kennelijk anders. Afkeuring en weerstand hebben de tolerantie en waardigheid van hun plek geduwd. Rudy heeft gezeik gekregen over zijn mooie Friese pak. En eenmaal buiten zegt hij: kijk eens, er zijn bijna geen Nederlandse fans meer verkleed.
De Rotterdamse vrienden Michael en Juri durfden het nog wel aan: mét Nederlandse vlag om de schouders, krijtstrepen op de wangen en oranje bril op de neus. Ja, dat hebben ze dus geweten. De mannen kregen net een boze duw van een kwaaie betoger. Gelukkig was de politie er snel bij.
Osterdahl is een flapdrol
De diskwalificatie van Joost Klein is in deze eclectische verzameling festivalgangers geen wereldnieuws. Het feest in de Malmö Arena gaat zaterdagavond écht gewoon door. Een keertje hard ‘boe’ roepen bij de vlaggenparade en de puntentelling haalt niets uit. Al blijven Rudy en José Luis erbij dat Eurovision Executive Supervisor Martin Osterdahl (‘You’re good to go’) een grote flapdrol is. De presentatrices noemden hem ‘onze eigen europapa’. Hoe durfden ze!
Het juichen en klappen in de concertzaal overstemt de protestsongs buiten. In Section C, het vak tegenover het podium, staat een man in een zijdebloemenjasje. Hij heeft glitters in zijn baard gesmeerd en wiegt met zijn vriend hand in hand mee op het Always on the run van Duitsland.
Oekraïne (de act met dat Bedrock-decorstuk) krijgt een ovatie. De Armeense act is blijmoedig, iedereen smult van het homo-erotische optreden van Engeland. En als de man met de bladblazer zijn paadje op het podium weer heeft schoongeveegd, is de volgende aan de beurt.
'De verbinding is ver te zoeken hier.' Foto Andreas Hilligren
Zitten als protest
De lucht verdikt als Israël aan de beurt is. De man in het zijdebloemenjasje steekt zijn middelvinger hoog op naar zangeres Eden Golan, die wel van gewapend beton moet zijn gemaakt. Twee meiden laten zich middenin het stavak zakken tussen het publiek en gaan demonstratief met hun rug naar het podium zitten. Niemand die het ziet.
Applaus en scheldkanonnades. Meezingen en wegfluiten. Waar staan we hier nou eigenlijk naar te kijken: verdeeldheid of verbondenheid?
En als het liedjesfestijn ver na middernacht voorbij is, de stemmen verstomd zijn en het publiek onder de lichtbundels van de helikopters en gepantserde wagens uitwaaiert over Malmö, houdt alleen het zingen en vlaggenzwaaien van de demonstranten nog aan. Vriend en vijand staan onder dezelfde maan. En er zijn mensen die zomaar een duur kaartje weggeven.
De puntentelling van het gediskwalificeerde Nederland op het scherm in Malmö. Foto: Jessica Gow