Nacht van de filosofie: tijdens de lezing van Stine Jensen doet iedereen zijn ogen dicht voor een korte meditatie. FOTO REYER VAN BOXEM REYER BOXEM
'Over de grens' was dit jaar het thema van de Groningse Nacht van de Filosofie. Dat bleek lastig genoeg, want ook filosofen hebben moeite om de grenzen van het eigen gelijk in te zien.
‘Je hebt geen fuck van mijn boek begrepen!’, zei Floris van den Berg tegen Ronald Hünneman. ,,En ik zie dat je leren schoenen draagt en dus bijdraagt aan de dierenholocaust. Je bent gewoon een immoreel monster en een fucking idioot!’’ Welkom op de Groningse Nacht van de Filosofie.
Hünneman had zojuist Van den Bergs boek besproken, waarbij kwalificaties voorbijkwamen als ‘de jihad van Floris’, ‘een boek voor en door één persoon’ en ‘ego-humanisme’. Gespreksleider (nou ja) Hans Harbers had voor Van den Bergs reactie al handenwrijvend van genoegen geconstateerd dat ‘het toch mooi was geweest om te zien hoe iemand gehakt probeert te maken van de filosofie van een veganist’.
,,Je kunt niet ethisch leven als je geen veganist bent.’’
De argeloze en licht-verbijsterde toehoorder in Zaal 2 van het Groninger Forum bekroop toen het onbehaaglijke gevoel dat Van den Berg was uitgenodigd om als nar te dienen op de Nacht (die weer eens een Avond was). Een rol die de Utrechtse filosoof overigens met verve had vervuld in zijn eigen praatje, met oneliners als: ,,Het boek dat ik geschreven heb, is beter dan de Bijbel en natuurlijk beter dan de Koran.’’ Of: ,,Heidegger is geen echte filosoof maar totale quatsch.’’ En: ,,Je kunt niet ethisch leven als je geen veganist bent.’’
Tsja. Het rolde opgewonden uit de mond van een man die boosheid lijkt te verwarren met kritisch denken. Dat was overigens beter te verteren dan de vaagheid die Simone van Saarloos voor filosoferen aanziet. De zomergaste van vorig jaar bereed haar stokpaardje over het onheil dat de monogame relatie met zich meebrengt en etaleerde opnieuw haar gave om mensen al halverwege een zin kwijt te raken. Als je er als toehoorder al eens in slaagde iets van haar betoog te onthouden dan waren het beweringen als: ,,Eros is de lonkende ruimte tussen mij en de ander, of iets anders.’’
Van Saarloos liet haar publiek tot slot elkaar twee minuten zwijgend in de ogen kijken en noemde dat tantra. Het leverde een mooie ervaring op maar wat het filosofische doel ervan was, bleef volstrekt onduidelijk... Ook bij Stine Jensen moesten we een oefening doen, maar de flitsmeditatie waaraan zij haar publiek onderwierp, paste in haar betoog over de zegeningen van yoga en mindfulness, en de veroostersing van de Westerse samenleving. Die strekt zich volgens Jensen nu ook uit tot de ideeën van de Oosterse filosofie.
Dat die even veelzijdig is als de Westerse filosofie – van het Japanse esoterisch boeddhisme, via het taoïsme tot de logica van de oud-Indische Nyaya-school – werd duidelijk in Zaal 5 van het Groninger Forum. Daar stond de niet-Westerse filosofie centraal en daarvoor moesten we niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk een grens oversteken (de Herebinnensingel) naar een ander gebouw. Het waren noodgedwongen inleidingen die – hoe interessant ook – door de vreemdheid van dat andere denken niet erg diep konden gaan.
Zo kon het gebeuren dat een theatermaakster de bijdrage leverde die het langst bleef hangen. Laura van Dolron schreef tijdens het ‘debat’ tussen Van den Berg en Hünneman een magistrale column die ze na afloop voordroeg. Tegenover de macho-filosofie van beide kemphanen stelde ze gemompelde kwetsbaarheid en knuffelliefde. ,,Heb je ooit mensen met innerlijke vrede zo in de microfoon horen schreeuwen’’, vroeg ze zich hardop af. ,,Ik hoop dat ze zich vanavond, als ze in bed liggen, een beetje schamen.’’
,,Ik hoop dat ze zich vanavond, als ze in bed liggen, een beetje schamen.’’
En passant trok Van Dolron – die aankondigde veganist te worden – op subtiele wijze de angel uit het platte atheïsme van beide filosofen. ,,Ik geloof in God en ik wil beiden graag bewijzen dat God bestaat, maar ik denk dat God er geen zin in heeft om daaraan mee te doen.’’ Waarna ze toch een poging deed door God te omschrijven als ‘een stilte, een zwijgen’. ,,Iets dat niet hoekig is, maar rond. En dat geen grijs jasje draagt.’’ Om te besluiten met: ,,Misschien dat U niet bestaat, maar bedankt dat U er bent.’’
Het leverde haar zowaar een onhandige knuffel op van Van den Berg.