Het gezin Postma. Van links naar rechts Joop, Jacob (in uniform), moeder Janna, Bert (in uniform), Frouwkje en vader Sjouke. Hennie en Klaas ontbreken op de foto. Foto: Collectie Wiebe Postma
Het Emmer hotel Postma stond voor velen symbool voor landverraad en collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Eigenaar Jacob Postma was districtsleider van de NSB in Drenthe. Waarom koos hij voor deze partij en wat gebeurde er met hem na de oorlog?
In het centrum van Emmen waren weinig panden te vinden die mooier waren dan hotel Postma. Het gebouw stond op de hoek Stationsstraat/Hoofdstraat, tegenover het huidige café Rue de la Gare. Sjouke Postma en zijn vrouw Janna Jans lieten het hotel in 1909 bouwen, vlakbij het toen pas geopende treinstation. Jacob Postma, de hoofdpersoon van dit verhaal, was toen acht jaar oud. Hij was het oudste kind in het gezin. Om die reden was hij de aangewezen persoon om het hotel op termijn over te nemen.
Jacob leek er geknipt voor. Hij had een opleiding genoten op de hotelschool in Den Haag en had daarna werk- en levenservaring opgedaan op de grote vaart. Sjouke Postma was een gerespecteerd ondernemer, die in Emmen ook raadslid was voor de Vrijheidsbond. Zoon Jacob bewandelde in politiek opzicht een ander pad. Hij sloot zich in 1933 aan bij de NSB. Dit was twee jaar nadat die partij was opgericht en in het jaar waarin hij met zijn echtgenote Frieda het hotelbedrijf overnam van zijn vader.
Wat bewoog Postma om voor de NSB te kiezen? Na zijn dood liet de voormalige hotelhouder een koffer met 25 cassettebandjes na waarop hij terugblikte op zijn leven. Hij vertelde er over de oorlogsperiode, de interneringstijd en de eerste jaren daarna. Alie Noorlag uit Vlagtwedde mocht de in 1980 ingesproken bandjes beluisteren van een van de kinderen van Postma. Ze gebruikte die informatie onder meer voor haar boek Een leven lang gezwegen, dat in 2007 uitkwam. Hierin staan getuigenissen van voormalige NSB’ers en hun familieleden centraal.
Hotel Postma was een van de meest markante panden van het Emmer centrum. Foto: Gemeentearchief Emmen
Duidelijk is dat Postma ontevreden was over hoe het er voor de oorlogsjaren in Nederland aan toe ging en toen al belangstelling kreeg voor de NSB. Hij betoogt dat voedsel ongeschikt werd gemaakt voor consumptie, terwijl veel mensen honger leden. Hoogstwaarschijnlijk gebeurde dit om de prijzen op een bepaald niveau te houden, denkt Noorlag. Postma vertelt over gaten die in aardappelen werden geslagen, bloemkolen die in brand werden gestoken en graan waaraan kleurstof werd toegevoegd. ,,En onze roomboter ging voor 34 cent per kilo naar Engeland, terwijl het grootste deel van de Nederlandse bevolking niet in staat was deze boter te betalen. Ik vond het echt een schande!’’
Nadat Postma in Emmen het hotel van zijn vader had overgenomen, begon hij zich steeds meer voor de politiek te interesseren. Hij bestudeerde het programma van Mussert en raakte onder de indruk. ,,Het intrigeerde me dat Mussert niet een partij oprichtte, maar een beweging. Mijn conclusie was daarom: Mussert wil zich niet alleen inzetten voor een bepaalde groep, maar voor de gehele Nederlandse bevolking.’’ Mussert wilde geen aansluiting van Nederland bij Duitsland, benadrukt Postma. ,,Het ging hem om het Nederlandse volk.’’
NSB-voorman Anton Mussert spreekt zijn leden toe tijdens een partijbijeenkomst van de NSB op de Dam in Amsterdam. Foto: ANP/Co Zeylemaker
Volgens Postma had de NSB niets tegen joden, maar hij tekent wel aan dat joden ‘grote kapitalisten’ waren die op belangrijke posten zaten. ,,Vrijwel de gehele Nederlandse pers werd door hen gecontroleerd en in alle politieke partijen trokken joden aan de touwtjes. Er waren ook joden in de beweging, maar zij werden wel gecontroleerd door ons. Dat we vonden dat er te veel joden in Nederland waren, had niets met antisemitisme te maken, maar met het feit dat joden van nature niet zo bescheiden zijn.’’
Aan het eind van de jaren dertig vluchtten Duitse joden naar Nederland en bij Westerbork werd een kamp gebouwd voor deze vluchtelingen. ,,De mensen die in het veen werkten, woonden nog in veenhutten, terwijl de joden in Westerbork in prachtige huisjes woonden’’, stelt Postma. In 1942 namen de nazi’s het kamp over en werd Westerbork een doorgangskamp naar de vernietigingskampen. Volgens Postma was dit niet gebeurd als in Nederland eind jaren dertig beter naar Mussert was geluisterd. De NSB-leider pleitte toen voor een Joods Nationaal Tehuis in Zuid-Amerika. ,,Niemand deed iets. Mussert wel, hij maakte tenminste een plan.’’
Nadat de Duitsers op 10 mei 1940 ons land waren binnengevallen, werden Duitse officieren in hotel Postma ingekwartierd. In januari 1941 verhuurde Postma zijn hotel aan de NSB en verhuisde hij met zijn gezin naar Groningen. Binnen de NSB klom hij op tot districtsleider Drenthe. ,,Ik ging een week in opleiding om te leren omgaan met een pistool. Er waren heel veel aanvallen op onze mensen.’’ Het gros van de Nederlanders zag de NSB vanwege haar Duitsgezinde houding en gedrag als een bondgenoot van de bezetter, maar volgens Postma was dit onterecht. ,,Veel Duitsers hadden zelfs een gloeiende hekel aan ons, omdat wij geen Duitse provincie wilden worden.’’
In april 1945 merkte Postma dat er Canadezen in de Drentse bossen waren. Hij ging meteen naar Utrecht om bij Mussert verslag uit te brengen. ,,Tegen mij zei hij: Doe uw uniform uit en probeer levend door deze periode te komen. Misschien heeft het Nederlandse volk u nog een keer nodig.’’ Eenmaal terug in Drenthe hoorde Postma dat zijn vrouw Frieda gevangen zat en meldde hij zichzelf bij de politie. Hij werd in Assen in de cel gezet en een paar dagen daarna overgebracht naar Veenhuizen. In november 1945 werd Postma naar kamp Westerbork overgebracht en in januari 1946 naar een interneringskamp in de Carel Coenraadpolder bij Finsterwolde. De NSB’ers werden daar te werk gesteld bij landaanwinningswerken.
Hotel Postma werd in 1909 gebouwd, op korte afstand van het Emmer station. Foto: Gemeentearchief Emmen
Volgens Postma werden de NSB’ers daar zeer slecht behandeld. ,,Als je met roken gesnapt werd, moest je alle sigarettenpeuken uit de asbakken in de plurkenkantine opeten. Bewakers noemden wij plurken, een samenvoeging van de woorden ploert en schurk. ‘s Avonds was het het gevaarlijkst. In het kantoor van de commandant werd er van alle kanten op los geslagen. Voor straf moesten jongens soms vijf tot tien kilometer hardlopen, deels door het water. In de winter zakten jongens door het ijs. De bewakers schoten dan met hun geweren van achteren langs hen heen, om hen op te zwepen als ze niet hard genoeg liepen.’’ Ook vertelt Postma over bijtgrage bouviers die in het kamp los werden gelaten.
In 1947 werd Postma er bij het tribunaal niet alleen van beschuldigd dat hij districtsbeheerder en organisator was van de NSB, maar ook dat hij lid was van de Germaanse SS en begunstiger van de Jeugdstorm. Na achttien maanden in de Coenraadpolder gevangen te hebben gezeten, meldde Postma zich aan om in de Limburgse mijnen te gaan werken. Er waren mensen nodig om kolen te delven. ,,Ik moest toen nog een half jaar zitten. Ik kreeg werk in de mijn Emma in Hoensbroek. De toestand was daar heel wat soepeler dan wij gewend waren.’’
Het duurde niet lang of Postma werd vanwege knieproblemen afgekeurd voor het ondergrondse werk. Hij moest in het vervolg klusjes doen in het kamp en kwam uiteindelijk vrij op 11 november 1947. Het hotel in Emmen, dat van 1941 tot 1943 diende als kringhuis van de NSB, stond nog recht overeind. Het pand was volgens Postma zonder zijn toestemming verkocht aan de gemeente Emmen. Die liet het verpauperen en veel later met de grond gelijk maken.
Eventjes werkte Postma voor een hotel in Amsterdam, maar het bleek lastig om ergens vast werk te krijgen. Hij vertelt wel een paar honderd sollicitaties te hebben gedaan. ,,Bij een hotel in Amsterdam leek het zo goed als rond, maar toen bleek dat het een joodse firma was. Ze deden antecedentenonderzoek en op grond daarvan ben ik afgewezen.’’
Hetzelfde gebeurde ook bij grote maatschappijen zoals de KLM en de Holland-Amerikalijn. Na bij hotels in Alphen aan den Rijn en Scheveningen te hebben gewerkt, runde hij enige tijd een eigen hotel in Scheveningen. Een terugkeer naar Emmen werd vanwege het verleden nooit serieus overwogen. Na de oorlog bleef Postma zijn keus voor de NSB verdedigen. Hij wilde altijd graag uitleggen dat hij een echte Nederlander was en dat zijn partij zich daarop richtte zonder zijn eigen identiteit en zelfstandigheid op te geven.
In 1991 overleed Jacob Albert Postma op 90-jarige leeftijd in het Friese Warns.