We wilden met z’n drieën een weekendje weg, maar we hadden nog geen idee waarheen. Totdat jongste dochter, zonder enige toelichting, zei: „Münster”. Dat bleek een schot in de roos.
Alles wat het internet beloofde, bleek te kloppen. Mooie oude gebouwen, veel groen, waterpartijen, een prachtig meer compleet met zeilschool, een gezellig marktplein met een imposante Dom en misschien wel het meest opvallende: geen enkele fatbike te bekennen. Voor een Nederlander is dat tegenwoordig bijzondere ervaring.
Ook bezochten we de botanische tuin. Een schitterende plek, al viel ons wel iets op. Bij werkelijk iedere plant stond een bordje. Blijkbaar zijn studenten plantkunde bijzonder vergeetachtig, was onze conclusie. Je zou toch denken dat je na drie jaar studie een eik van een beuk kunt onderscheiden zonder een spiekbriefje.
Na een paar uur in de stad te hebben gewandeld en gefietst begon er iets te knagen. Ik kon er eerst de vinger niet op leggen, maar ineens wist ik wat er ontbrak: studenten die reuring veroorzaken.
Een universiteitsstad roept toch bepaalde verwachtingen op. Fietsen die midden op de stoep zijn achtergelaten. Winkelwagens die kilometers van de supermarkt zijn afgedwaald. Kortom, die onmiskenbare studentenenergie, waarbij de stad tegelijk chaotisch, levendig en verrassend aanvoelt.
Maar Münster leek een uitzondering. Natuurlijk liepen er studenten rond, veel zelfs. Alleen hadden ze zich blijkbaar collectief voorgenomen zich netjes te gedragen. De fietsen stonden in rekken, het afval lag in bakken en niemand leek bezig de openbare ruimte om te toveren tot een praktijkopdracht chaos-management.
En dan viel er nog iets op: het groen.
De stad telt een aantal prachtige parken, met oude, statige bomen en een inrichting die doet denken aan een Engels landschap. Het zijn plekken waar mensen graag verblijven.
Nu moet ik erbij zeggen dat we in Emmen ook niet mogen klagen. Kortgeleden hebben vrouwlief en ik nog even door Emmen en omgeving gefietst. Langs de Rietplas, door Zuidbarge, overal groen! We wonen hier tussen bossen, weilanden en water. Dat vergeten we soms omdat we er dagelijks doorheen rijden.
Maar toch denk ik onvermijdelijk ook aan ons eigen Rensenpark.
Er wordt al jaren gesproken over mogelijkheden, kansen, ambities, visies, toekomstbeelden, doorontwikkelingen en andere woorden die meestal worden gebruikt als er nog niet zoveel gebeurt. Er wordt vergaderd, onderzocht, geëvalueerd en gepresenteerd. Laat ik het zo zeggen, als praten fotosynthese was, hadden we inmiddels een regenwoud gehad.
In Münster zagen we hoe parken kunnen zijn als plannen uiteindelijk worden uitgevoerd en als je het verder met rust laat. Misschien juist daarom valt het zo op dat het Rensenpark nog altijd niet de plek is geworden die het had kunnen zijn.
Misschien moeten we er gewoon een bordje neerzetten, net als in de Hortus van Münster.