Nederlander Jaylen Korporaal bereidt zich voor op de laatste race van het seizoen. Marcel Jurian de Jong
Zien we ooit een Nederlander – laat staan een noorderling – in de MotoGP? Die kans moet een stuk groter worden dankzij de talentencompetitie Northern Talent Cup. Op het TT Circuit in Assen vochten de jonge coureurs zondag voor hun laatste kans om in de schijnwerpers te staan.
De koppies staan strak, de concentratie is hoog. Het is zondagochtend, half twaalf, als de coureurs van de Northern Talent Cup (NTC) zich opmaken voor een belangrijke race op het TT Circuit en de tribunes zich langzaam vullen. De jonge snelheidsduivels, tussen de 14 en 17 jaar oud, zijn ‘slechts’ het bijprogramma van de British Superbikes, maar voor hen is niets belangrijker dan deze wedstrijd in de Asser kathedraal van de snelheid.
Zo vaak krijgen ze niet de kans zich te tonen aan de wereld. In zeven weekenden tijdens het raceseizoen moeten ze op de toppen van hun kunnen presteren. Dat is nodig om door te stromen naar een hoger niveau, sponsors binnen te halen en uiteindelijk hun droom te verwezenlijken: coureur worden in de MotoGP. In Assen sloten zij het jaar af, waarna het afwachten is wat het perspectief voor het nieuwe seizoen zal zijn. Het TT Circuit vormt dus het decor voor een laatste kans op showtime.
Rookies
De NTC is een competitie gericht op de ontwikkeling van talenten uit Noord- en Centraal-Europa, zodat zij een eerlijker kans hebben om uiteindelijk door te stromen richting de MotoGP. In landen als Italië en Spanje zijn de mogelijkheden om te trainen vaak beter dan in Noord-Europa. Niet voor niets wordt de koningsklasse overspoeld met Zuid-Europese coureurs.
Dat constateerde ook Dorna, de organisator van de MotoGP. Dorna organiseerde inmiddels al zes edities van de NTC en probeert de talenten gedurende de weekenden zoveel mogelijk te helpen om te leven als een prof. Is een coureur heel goed, dan stroomt hij door naar een hoger niveau, bijvoorbeeld de Rookies Cup. Daarin heeft ook Collin Veijer uit Staphorst, momenteel het grootste Nederlandse talent, gereden. Vanaf de Rookies Cup is er uitzicht op de Moto3, de laagste klasse van het wereldkampioenschap.
Gronings talent
Een van de talenten die via de NTC indruk probeert te maken, is de Groningse Tom Kuil. De inmiddels 16-jarige Kuil reed in 2022 voor het eerst in de talentencompetitie, maakte ook al snel indruk, maar langdurig blessureleed wierp hem terug. Om mee te doen aan de NTC is hij dit seizoen afhankelijk van een wildcard. Die kreeg hij bijvoorbeeld twee weken geleden op de Duitse Nürburgring. Daar werd hij meteen de beste Nederlander – er deden toen vier Nederlanders mee.
De 16-jarige Tom Kuil Eigen foto
Dolgraag had Kuil ook dit weekend in Assen willen racen, in de hoop zijn uitgangspositie voor het nieuwe seizoen nog wat te verbeteren. De hele week leefde hij tussen hoop en vrees, maar een wildcard kreeg hij niet. Daar baalde hij van. ,,Er is niets mooier dan tijdens de British Superbike op het thuiscircuit in Assen het seizoen af te sluiten,’’ zegt hij. Waar Kuil volgend seizoen rijdt, is nog onbekend.
Uit zijn omgeving klinkt door dat Kuil vastberaden is om het beste uit zichzelf te halen. En dat het leven van een racetalent geen sinecure is, blijkt wel uit het financiële plaatje. Kuil moet met behulp van sponsors en familie ieder jaar bijna 50.000 euro op tafel leggen om zijn dromen na te jagen.
Andere Nederlanders
Het geldt voor alle Nederlanders in de NTC. De landgenoten die dit weekend wel in actie kwamen op het TT Circuit, speelden overigens vooraan het veld geen rol van betekenis. Manny van Tilburg (15 jaar) was zondag de beste Nederlander op de tiende plek. Casper Pennings (14 jaar), Ruben Nijland (16 jaar) en Jaylen Korporaal (15 jaar) kwamen eveneens in actie.
Kletsnat van de regen gaan zij zondag de baan af, hopend dat zij voldoende hebben laten zien aan de talentenspeurders in de motorsport. Of de MotoGP weer een klein stapje dichterbij is, zal snel blijken.
Superbikes ook in 2026
De British Superbikes zijn ook volgend jaar weer te zien op het TT Circuit in Assen. De Britten en het bestuur van het circuit werden het zondag eens over een nieuwe samenwerking. Beide partijen gaan ,,dolgraag’’ met elkaar verder.
De overzeese coureurs maakten afgelopen weekend hun rentree in de Drentse kathedraal van de snelheid, nadat zij meerdere jaren verstek lieten gaan. De British Superbike kwamen in 2012 voor het eerst naar Assen. In 2019 waren ze er voor het laatst.
,,Dat kwam door de Brexit’’, legt circuitdirecteur Mark van Aalderen de Britse afwezigheid uit. ,,Voor met name voor kleinere teams was het moeilijk en duur om naar het vasteland te gaan. Vervolgens kwam daar corona overheen.’’
Volgens Van Aalderen is het contact tussen de partijen altijd goed geweest. Toen de mogelijkheid zich voordeed om de British Superbikes weer naar Assen te halen, werd deze met beide handen aangegrepen. De Britten hebben financieel inmiddels weer wat vet op de botten.
Het TT-bestuur wilde voordat ze een toezegging deed over 2026 eerst afwachten of er voldoende animo is voor het evenement. Dat is met zo’n 25.000 toeschouwers wel gebleken, aldus Van Aalderen.