David Dekker: „Er is maar éen manier om terug te keren naar de profs en dat is overwinningen overleggen." Foto: Rudie Ottens
Met podiumplaatsen in de Dorpenomloop van Rucphen (tweede) en de Ster van Zwolle (derde) was David Dekker er al dichtbij. Maar deze coureur uit misschien wel de beroemdste Drentse wielerfamilie weet dat alleen overwinningen tellen om een tweede kans te krijgen in het profpeloton.
Deze week biedt Olympia’s Tour een mooie kans zich opnieuw in de kijker te rijden, ook op Drentse wegen. De inmiddels 28-jarige coureur, die van vader Erik en oom Dick Dekker uit Fluitenberg het goede voorbeeld kreeg, moest deze winter een stap terugdoen nadat hij bij Visma, Arkea en Euskaltel toch aan het hoogste profniveau had geroken.
Terug naar de profs
Met podiumplaatsen in een rit in de Giro d’Italia, de UAE Tour en de GP de Samyn deed hij het niet onverdienstelijk, maar op het hoogste niveau kreeg hij – ook door een beknelde bekkenslagader – geen contract meer. Hij liet zich er niet door uit het veld slaan en is erop gebrand om via het continentale team van BEAT – waar hij met Jeff Vermeulen uit Exloo als ploegleider en ploeggenoot Tijmen Eising uit Emmen meer noorderlingen aan zijn zijde weet – terug te keren naar de profs.
„Ik denk dat ik daar thuis hoor”, zegt Dekker zelfbewust. „Vorig jaar werd met die beknelde slagader een oorzaak gevonden waarom het niet optimaal meer ging. Maar toen was er eigenlijk na mijn herstel niet voldoende tijd meer om me te bewijzen. Ik heb nog een koers in China gereden, maar eigenlijk nog op halve kracht. Dat was niet voldoende en te laat om me echt in de kijker te rijden.”
Weer wennen aan de chaos
En dat moet dus dit jaar gebeuren. Terug naar de koersen waar hij vijf, zes jaar geleden zoveel indruk maakte met winst op het NK voor beloften en de Ster van Zwolle op zijn palmares. „Natuurlijk is dat weer anders, maar ik zie het niet als terug naar af” laat de Drent weten. „Al moet ik zeggen dat ik bij mijn allereerste koers in Dwars door Drenthe wel even wennen moest aan de manier van koersen. Bij de profs wordt veel meer gecontroleerd gereden, iets voorspelbaarder. Op dit niveau is het soms meer chaos, maar daar was ik na één koers ook wel weer aan gewend. In de Ster van Zwolle en in Rucphen had ik graag opnieuw gewonnen, maar uiteindelijk raakte ik net even te lang ingesloten in de aanloop naar de sprint, waardoor ik van iets te ver eraan beginnen moest.”
Hij vervolgt: „Maar verder kan ik tevreden zijn over het team en over mijzelf. Er is maar éen manier om terug te keren naar de profs en dat is overwinningen overleggen. Dat ben ik van plan. Tot nog toe lukte het niet, maar het seizoen is nog lang en kansen komen er nog genoeg.”
Col du VAM
Vijf dagen en vier kansen zijn er voor Dekker in Olympia’s Tour deze week. Vandaag start de oudste rittenkoers van Nederland met een etappe in Alkmaar. Daarna komt het peloton via de Achterhoek en de Bommelerwaard naar de Col du VAM voor een koninginnenrit op zaterdag. Een dag later wacht de slotrit naar Tiel.
Olympia’s Tour bood de afgelopen jaren voor veel renners een opstapje naar het profpeloton. Onder anderen Axel van der Tuuk uit Assen reed zich er vorig jaar in de kijker met ritwinst en een tweede plek in het eindklassement. Afgelopen weekend won hij zijn eerste koers voor het profteam Euskaltel-Euskadi,