Frenkie de Jong in gesprek met Jan Paul van Hecke na Nederland - Japan. Foto: ANP
Bij elk tegenvallend resultaat van het Nederlands elftal richt de kritiek zich op de sterkhouders. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. En dus moest ook Frenkie de Jong het na Nederland-Japan (2-2) ontgelden op het WK 2026.
De Japanners zaten hem kort op de huid en maakten het de middenvelder van FC Barcelona bijna onmogelijk te excelleren. Niet dat De Jong slecht speelde, maar hij was niet zo dwingend als hij kan zijn. Het siert hem dat hij zich in Kansas City niet verschuilt achter het feit dat hij maanden aan de kant stond met een blessure. „Voor een WK vind je altijd energie. Je bent dan gewoon klaar en fris.”
Waar merk je aan dat jij die frisheid hebt?
De Jong: „Vooral aan hoe je beweegt en hoe je je mentaal voelt. Of je het gevoel hebt dat je in een sleur zit of op de automatische piloot leeft. Dat gevoel heb ik nu helemaal niet.”
Heb je het gevoel dat de wissels tegen Japan een kantelpunt waren en jullie daardoor initiatief uit handen gaven?
„Dat weet ik niet. Dat moeten we analyseren. Aan het einde was het voor ons moeilijk om de breedte van het veld te verdedigen. Dat hadden we beter kunnen doen.”
Nederland loopt al langer tegen dit soort wedstrijden aan. Is het tekenend dat jullie in de tweede periode-Koeman nog niet van een top-20-land hebben gewonnen?
„Wanneer hebben we voor het laatst van een top-20-land verloren? Dat is al heel lang geleden. Ik denk dat wij met iedereen kunnen strijden om de winst.”
Frenkie de Jong heeft alle vertrouwen in het Nederlands elftal. Foto: ANP
Hoe voorkom je dat deze kater tegen Japan doorwerkt?
„Je kijkt naar wat goed ging en naar wat beter kan. Ik heb het gevoel dat er heel veel potentie in zit. Ik vond het tegen Japan al een stuk beter en ik denk dat we echt gaan groeien.”
Wat maakt een WK spelen zo bijzonder?
„Het toernooi is uniek, omdat het maar eens in de vier jaar plaatsheeft. Je speelt voor je land, waar je als kind van droomt. Ook bijzonder is dat al het clubvoetbal stil ligt. Heel Nederland staat dan achter Oranje. Bij een club heb je verschillende belangen, maar nu voel je dat het hele land hoopt dat je wint.”
Je hebt niet veel gescoord voor Oranje, maar wel op een WK. Is dat speciaal?
„Zeker. Ik scoor niet heel veel, en in Oranje al helemaal niet. Maar misschien kan ik er op dit WK weer eentje toevoegen.”
Frenkie de Jong scoort op het WK 2022 tegen Qatar. Foto: ANP
Hoe was het om vlak voor het WK geblesseerd te raken?
„Ik raakte eind februari geblesseerd. Ik wist eigenlijk meteen hoe lang het zou duren en dat het WK niet in gevaar kwam. Dat was een geruststelling. Tegelijkertijd was het vervelend, want ik miste daardoor de kwartfinale van de Champions League. Daar had ik graag bij willen zijn.”
Hoe liep je de hamstringblessure op?
„Tijdens een training en dat was eigenlijk heel raar. Ik was hartstikke fit, speelde drie keer per week en er was niets aan de hand. Juist in een periode waarin we minder wedstrijden hadden, raakte ik geblesseerd. Dat was frustrerend en moeilijk te accepteren. Maar daarna zat er niets anders op dan zo snel mogelijk herstellen.”
Heb je alles geprobeerd om sneller terug te komen?
„Je probeert natuurlijk alles wat kan helpen. Ik heb bijvoorbeeld met compressieboots gewerkt, die de bloedsomloop stimuleren en mogelijk het herstel ondersteunen. Uiteindelijk was het helaas niet genoeg om het proces sneller te laten gaan.”
Je staat inmiddels op 67 interlands. Wat zegt dat?
„Vooral dat ik de afgelopen jaren veel heb gemist door mijn enkelblessure. Volgens mij heb ik daardoor 25 à 30 interlands gemist. Die had ik graag gespeeld. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het aantal interlands, maar vooral om de impact die je hebt.”
Hoe ben je veranderd sinds je debuut in 2018?
„In de kern ben ik nog steeds dezelfde speler. Natuurlijk leer je door ervaringen en pas je bepaalde dingen aan, maar de essentie is hetzelfde gebleven.”
Ben je zakelijker geworden?
„Dat hangt af van de wedstrijd. Tegen een ploeg die laag verdedigt, is het als nummer 6 moeilijker om steeds te dribbelen. Tegen een ploeg die hoog druk zet, ontstaat er juist ruimte. Het hangt dus vooral af van de situatie.”
Je wordt gezien als een van de leiders van Oranje. Wat is volgens jou de kracht van deze ploeg?
„We hebben veel goede spelers en zijn in zekere zin onvoorspelbaar. We hebben snelheid, fysieke kracht en kunnen ook goed aan de bal spelen. Daarnaast zijn we gevaarlijk in de omschakeling en sterk bij standaardsituaties.”
Het doel is wereldkampioen worden. Is dat realistisch?
„Ik denk dat iedereen wereldkampioen wil worden en dat dat ook het doel is. Tegelijkertijd zijn er meer landen met een uitstekende kans en een geweldige selectie.”