De deelnemers aan de bromfietseditie van de Carbage Run krijgen het ook op dag 4 qua weer flink voor de kiezen. De deelnemers rijden van Vänersborg naar Frederikstad.
De Carbagerun heeft ook een burgemeester. Zijn naam is Sietse Jansma, maar iedereen kent hem als Grutte Pier. En dat is niet toevallig. Sietse is in alle opzichten groot: qua lijf en qua daden.
,,Grutte Pier stond erom bekend dat hij iedereen hielp en dan vooral de armen. Ik ben hier ook het aanspreekpunt voor iedereen'', legt Sietse, uit Jelsum bij Leeuwarden, uit. ,,Zelfs Grutte Pier-bier kun je bij mij kopen.'' Grutte Pier-bier? ,,Ja, een stevig speciaalbier voor stevige mannen. Met 8 procent alcohol. Gaat heel groot worden'', weet stevige Sietse beslist.
Sietse zit in de laatste bezemwagen, maar vooral op de camping kun je hem niet over het hoofd zien. Bovendien is hij degene die 's morgens voor de start een steekproef doet met blaastests. De organisatie van de Carbagerun wil niet dat deelnemers in kennelijke staat de weg opgaan.
Die blaastest leverde donderdagochtend om 9 uur een topscore op: 0,8 promille voor een van de Oranje Pakken uit Noord-Holland. Hij kijkt Grutte Pier verbaasd aan. ,,Huh, zoveel? Ik dacht dat het nu toch wel uitgewerkt was.'' Even later geeft hij toe dat hij tot 3 uur met een vriend aan het bier zat in een lege hot tub. Die vriend scoort even later 0,5. De rest van het team gaat op pad; de twee achterblijvers drinken de ene koffie na de andere en mogen uren later alsnog de brommer starten.
Sticky Fingers, het team van Jarno de Jong uit Lippenhuizen, is dan al lang en breed onderweg. Maar niet heel erg van harte. Geen wonder: tot aan Halden – maar dan zitten we inmiddels in Noorwegen – regent het onophoudelijk. Helemaal doorweekt komen we de vijf Friezen tegen in een benzinestation in het Zweedse Ed. Als ze weer op pad gaan schiet het kaartlezen er een beetje bij in. Daardoor wordt Halden op geheel eigen wijze bereikt. Ach ja, Friezen hè, altijd een beetje koppig.
Nog een voordeel dat ze hun voertuigen flink opgevoerd hebben. De teller geeft al gauw 60 kilometer per uur is, ook voor de enige snorfiets in het Friese gezelschap. Ze arriveren rond drie uur in Fredrikstad, zonder overigens maar één opdracht uitgevoerd te hebben. Géén Ikea-pakje opgeduikeld, géén supergrote knäckebröd en ook geen foto van een Zweedse Monark-motor.
Maar… ze rijden nog. En dat kan niet van elke deelnemer worden gezegd. Een Brabants team had zoveel pech dat het noodgedwongen moest afhaken en naar huis ging en met de bezemwagens kwamen minstens tien bromfietsen naar de finish. Dat wordt weer flink sleutelen op de camping. Maar Oslo is in de buurt.