De Prinsentuin kennen we allemaal, maar de binnenstad van Groningen telt meer fraaie tuinen van onverwacht grote omvang. In Buiten in de binnenstad nemen we er een kijkje.
Geen treurwilg maar een treurbeuk. In de tuin van het Ommelanderhuis staat er eentje van immense omvang. Op warme zomerdagen is het kolossale bladerdak de parasol van de veertig bewoners die het opvanghuis voor mensen met psychiatrische en verslavingsproblemen telt, in de winter is het op droge dagen al even fijn toeven onder de bladerloze takken die troostend over de zitplaatsen heen hangen.
Zo’n tweehonderd jaar oud is de boom. ,,Een monument’’, zegt Eveline Bruggink (57). Ze geeft leiding aan de facilitair medewerkers van stichting Het Kopland, waar behalve het Ommelanderhuis ook 24-uursopvang Het Eemshuis en een nachtopvang onder vallen.
De monumentale status van de boom, het sierlijke middelpunt van de tuin, betekent dat alleen een deskundige de beuk mag komen snoeien en geregeld komt controleren of de boom goed wordt verzorgd.
Omdat de stichting voor een tuinman geen geld heeft en medewerkers geen tijd hebben voor het onderhoud, groeit er behalve hier en daar een mooie stinsenplant of vlinderstruik, vooral onkruid.
Bruggink: ,,Het heeft wel wat, zo’n groene wildernis. Maar liefst hadden we iemand die af en toe samen met bewoners de tuin wil bijhouden en mooi maken.’’ Verscheidene oproepen op de vrijwilligersbank leverden vooralsnog niks op. ,,Jammer’’, vindt Bruggink. ,,Het zou heel mooi zijn er weer wat leven in te krijgen.’’
De tuin ligt niet alleen op een bijzondere plek aan de Schoolstraat, zo vlak achter (en onder de hijskraanarmen van) het Groninger Forum in aanbouw, maar heeft ook een opmerkelijke geschiedenis: toen stichting Het Kopland zich in 1996 in het pand vestigde, vonden werkers bij de aanleg van de tuin meerdere kanonskogels. ,,Die dateerden nog van Bommen Berend, het Gronings Ontzet’’, weet Bruggink.
Ook in het pand zelf, dat stamt uit 1300, doken bijzonderheden op. Bruggink toont een apart kamertje, waar nog een stuk stadsmuur en een oude gootsteen uit die tijd te zien zijn. ,,We hebben er speciaal een extra kamer omheen gebouwd.’’
Niet alleen de bewoners van het Ommelanderhuis maar ook Bruggink en haar collega’s maken gretig gebruik van de tuin en het naastgelegen, iets kleinere hofje, waar een fraaie esdoorn de show steelt. En hoewel de tuin op privé-terrein ligt, wordt erover nagedacht hoe de mooie plek met anderen gedeeld kan worden. ,,Twee maanden geleden hebben we hem opengesteld voor een blaasmuziekfestival. Dat was hartstikke leuk.’’