Of de oorlog in Oekraïne in het nieuwe jaar zal stoppen, is moeilijk te voorspellen. De standpunten liggen zo ver uit elkaar, dat ik niet optimistisch ben.
Twee direct betrokkenen, een Russische frontsoldaat en een Oekraïense vluchteling, met wie ik afgelopen jaar contact had, geven een inkijkje in wat de bloedige strijd, die nu al vier jaar gaande is, met hen heeft gedaan. Soms is hun zienswijze voorspelbaar haatdragend, soms verrassend verzoenend.
‘Skald’, nom de guerre van een 26-jarige landmeter uit Centraal-Rusland, heeft als vrijwilliger deelgenomen aan de slag om Avdiïvka in de Oost-Oekraïense regio Donetsk. Hij raakte eerst lichtgewond door een kogel in zijn arm. Maar bij terugkeer aan het front ging het goed mis; Skald stapte op een antipersoneelsmijn en verloor een been, waardoor hij werd ontslagen uit militaire dienst.
Onze V/M
Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Joost Bosman (1969, Eindhoven) was sinds eind oktober 2013 correspondent in Moskou voor het AD, Financieele Dagblad, deze krant, EWMagazine, BNR Nieuwsradio en EenVandaag. Hij studeerde journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt nu vanuit de Jerevan, de hoofdstad van Armenië.
Volgens Skald is Oekraïne een ‘terroristische staat die niet alleen mensen fysiek doodt door middel van aanslagen, drone-aanvallen en andere middelen, maar ook al bijna tien jaar miljoenen Russen heeft beroofd’. Hoe precies legt hij niet uit. ‘Over het algemeen is het hebben van zo’n kwaadaardige buurman, wiens ideologie gebaseerd is op haat tegen Russen, meer dan we verdienen’, stelt de oorlogsveteraan in een gedachtewisseling via de chatapp Telegram. ‘Ze zullen ons geen vredig leven gunnen.’
Wraak voor een vriend
Skald had ook persoonlijke motieven om de oorlog in te gaan: wraak voor een vriend. ‘Hij werd gevangengenomen en ze (de Oekraïners, red.) stuurden foto’s van afgesneden lichaamsdelen naar zijn moeder tot aan zijn dood.’
Aanvankelijk, zo meldt Skald, stond hij negatief tegenover deze oorlog, maar toen zijn vriend overleed, veranderde alles. In de zomer van 2023 meldde hij zich in de Donbass, Oost-Oekraïne, om te vechten. ‘Oekraïners zijn onze broeders, ze zijn letterlijk bloedverwanten. Ik heb ook familie aan die kant, hoewel ze na het begin van de oorlog geen contact meer met ons hebben opgenomen. Maar de dertig jaar die ze buiten ons gemeenschappelijke vaderland (de Sovjet-Unie, red.) leefden, hebben hen enorm veranderd. Nu beschouwen ze zichzelf als anders.’
Skald ratelt verder over hoe Oekraïners ‘alleen formeel een ander volk’ zijn (niet waar), hoe hun taal een dialect is van het Russisch (ook niet waar). ‘Hun nationale idee is gebaseerd op de ontkenning van onze gemeenschappelijke wortels en haat tegen alles wat Russisch is, terwijl we letterlijk broeders en zusters zijn’, schrijft Skald me.
Dat Rusland Oekraïense burgers moedwillig bombardeert, is volgens hem een leugen. ‘Ik geloof niet dat burgers doelbewust worden aangevallen. Het aantal burgerslachtoffers is maar 1 procent, vergeet ook niet dat dezelfde soort luchtaanvallen ook op ons zijn gericht en dat er ook burgers diep in het (Russische, red.) achterland omkomen.’
De uit dezelfde regio Donetsk gevluchte Oekraïense Olha heeft een minder hardvochtige overtuiging. Ze woont ergens in Nederland, maar al in 2014 nam ze de wijk naar Kyiv, omdat ze niet in de zelfverklaarde en door Rusland gesteunde ‘volksrepubliek’ Donetsk wilde leven. Toen in 2022 de grootschalige Russische invasie in Oekraïne plaatsvond, vertrok Olha opnieuw. Dit keer naar Ierland, waar geen werk was en ze voor haar kamer moest gaan betalen.
,,Kan ik in Nederland geen werk vinden?’’, vroeg ze somber in het voorjaar van 2023, toen ik nog in Moskou woonde. Ik stelde voor te gaan zoeken, Olha stak de Noordzee over, hield zich overeind met schoonmaakbaantjes en was redelijk gelukkig. ,,Ik leef hier tenminste in vrede.’’
Maar voor vluchtelingen is de oorlog nooit ver weg. In de zomer van 2024 kreeg Olha te horen dat haar vijf jaar jongere broer Serhi, die aan Oekraïense kant vocht, krijgsgevangen was gemaakt door de Russen. ,,Ik heb vijf minuten even met hem mogen praten via een videocall. Hij zag er sterk vermagerd uit en al zijn tanden was hij kwijt’’, vertelde ze.
Doodgemarteld door de Russen
Een halfjaar later moest Olha spoorslags naar Kyiv, vanwege een gevangenenruil. Er waren ook veel dode lichamen. Ze zat drie dagen in een minibusje en wist tot het laatste moment niet tot welke categorie haar broer hoorde. Eenmaal in Kyiv moest ze dna afgeven, een veeg teken. Een paar dagen later kwam de jobstijding: haar broer was overleden, doodgemarteld door de Russen.
Natuurlijk was Olha intens verdrietig. ,,Je zult de Russen wel haten’’, opperde ik, toen we zaten koffie te drinken. Ze kibbelt veel over het thema met haar dochter in Kyiv, die als enige goede Rus een dode Rus ziet. ,,Alle Russen haten? Wat lost dat nou op?’’, antwoordde mijn Oekraïense vriendin. ,,Ik krijg mijn broer er niet mee terug. Ik kan niet haten, het zit niet in me.’’
Meer dan eens verzuchtte ze het afgelopen jaar: ,,Ik hoop maar gewoon dat het vrede wordt.’’