Als ik op de ochtend van de eerste dag op het eiland voor het raam sta zie ik iets onder een veranda. De achterkant van een beest. Met een grijsbruine vacht.
Soort duinmarmot, denk ik en ik wacht tot het beest met de kop vooruit weer tevoorschijn komt. Dat is niet zo. En het is natuurlijk geen marmot, maar een duinkonijn. In het Gronings: doenknien. Jongste zoon ziet er een als we met de auto naar Nes gaan.
„Ik zag een konijn”, zegt hij.
Ik vraag: „Weet je zeker dat het een konijn was en gaan haas?”
Want in het natuurgebied bij ons dorp wonen hazen en denken mensen dat het konijnen zijn.
„Ja, een konijn”, zegt jongste.
Er zijn heel veel grijsbruine duinkonijnen op het eiland, want er zijn weinig tot geen natuurlijke vijanden. Zelfs de mens niet, lees ik.
In 2022 is een landelijk jaagverbod voor konijnen ingegaan vanwege de zorgelijke staat van de soort en dat verbod geldt dus ook voor Ameland. Maar wat ik ook lees is dat de eilanders het daar niet mee eens zijn omdat het op het eiland juist goed met ze gaat.
Een kenner van grijsbruine duinkonijnen ben ik niet, maar wij zien zoveel dat ik de lokale bevolking gelijk geef.
Raar is ook dat de site van de VVV van het eiland meldt dat het duinkonijn een Amelander delicatesse is. Maar ik heb de menu’s van veel restaurants bekeken en nergens een konijn.
Of ik ben gek of het is het seizoen niet.
Bij het schrijven van dit stukje drink ik thee en als ik een nieuw kopje maak en uit het raam kijk zie ik een grote en een kleine.