Mijn moeder stond altijd klaar voor ons, anderen en wat haar bijzonder maakte: ze oordeelde niet. Iedereen was voor haar gelijk | column Herman Sandman
Mijn moeder is overleden. Ze ging op haar 88e verjaardag, op 4 april, op bed liggen en kwam daar niet meer vanaf. Het verdriet is er, maar soms is de dood een verlossing.
Ze had Alzheimer en met de onomkeerbare slietoazie aan t benul verdween beetje bij beetje onze lieve vrouw, moeder en oma.
Ze stond altijd klaar, voor ons, anderen, had een luisterend oor en wat haar bijzonder maakte: ze oordeelde niet.
Iedereen was voor haar gelijk. Als mensen anders waren of anders werden bevonden, zeg maar minder gelijk, dan hadden die juist haar aandacht. Daar hoefde niks tegenover staan. Dat ze iets voor iemand kon betekenen was genoeg.
Mijn moeder was ook iemand voor wie het leven, geluk, in kleine dingen zat. Contact met anderen, een wijntje, lezen, wandelen, de aanblik van een oud kerkje, of een koerende duif in de tuin.
„Kiek, n doefke”, zei ze dan. Waarna de blik voor een kort moment op oneindig ging, want ze wist dat die duif haar overleden moeder was die een kijkje kwam nemen.
Ik kan hier nog van alles schrijven, maar ik ga dat niet beter doen dan mijn neef, die ook Herman Sandman heet, dat in een app deed.
‘Als ik aan u denk, zie ik meteen die woensdagmiddagen voor me. Met mijn moeder aan tafel, met een glaasje sherry of wijn, pratend en lachend. Er hing altijd zo’n warme, gezellige sfeer als u er was.
Het voelde gewoon goed. En als u weer naar huis ging, bleef dat gevoel nog even hangen, maar was het ook een beetje leeg.
U bracht iets bijzonders mee, zonder dat u daar iets voor hoefde te doen. Gewoon door er te zijn.’