Dat hij stopt is een grotere schok voor ons dan de eigenaar van de dierenwinkel een dorp verderop misschien beseft. Ook wij gingen voor advies vaak naar Dries.
Een van de redenen voor de boerenzoon om het voor gezien te houden was dat mensen hun dieren te veel verwennen. Ze als kleine mensen te behandelen. Erger: te pamperen.
Ook huisdieren horen geen ‘nee’ meer.
Zo’n anderhalve week na het afscheidsverhaal van Dries in en op DVHN zag ik op Ameland wat hij bedoelde.
Ik kwam terug van een wandeling en voor mij op de weg maakte een gezin zich op voor een fietstocht. Vader en moeder hadden ieder zo’n elektrische bakfiets. De kinderen zaten bij haar voorin en een hond bij hem. Model kalf, Berner senner volgens mij.
Het op gang komen bleek lastig. Wat er eigenlijk op neerkwam dat die Berner senner de baas niet snapte en die baas de hond niet.
Die hond zat niet met de kop in de rijrichting, het beest keek naar zijn baas. Niet handig, dacht ik. Ook dieren wilden vooruitkijken.
Terwijl vrouw en kinderen toekeken, probeerde de man gang te maken, maar na één pedaalslag stond de hond naast de fiets.
„Hij is eruit gevallen”, zei een van de kinderen.
„Nee, gesprongen”, zei de vader.
Wat klopte. Het was niet moeilijk te bedenken dat de hond gewoon wilde lopen, rennen. En dat kon best naast de fiets. Een Berner senner was groot en sterk genoeg. Zo’n beest moet zelfs moe worden.
Het lag me op de lippen om ook eens een advies te geven: „Die hond wil lopen.”
Maar ik hield me stil. Je hebt tegenwoordig zo een tik op de bek.