De oplettende lezer zal mogelijk het spoor bijster raken, bij het lezen van de plaatsnaam boven dit stuk. Ja, het staat er echt: Jerevan, de hoofdstad van de voormalige Sovjetrepubliek Armenië.
Ik begon mijn bijdragen op deze plek twee jaar geleden in Moskou, daarna werd het een klein jaar Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. En nu dus Jerevan.
Nadat ik vorig jaar Rusland moest verlaten, koos ik ervoor naar Tbilisi te verkassen. Georgië ligt tegen Rusland aan en veel mensen spreken er nog Russisch. Bovendien kende ik de stad en kwam ik er altijd graag. Tbilisi is sprookjesachtig en romantisch, mystiek. Toen ik de luchthaven uitkwam, voelde ik me direct thuis en dat is nooit meer voorbij gegaan.
Sinistere grauwsluier
Dat had ook te maken met mijn laatste jaren in Rusland, die werden beheerst door de bloedige invasie in Oekraïne. Er lag een sinistere grauwsluier over die periode. Zeven keer voelde de Russische veiligheidsdienst me aan de tand. Het waren buitengewoon onaangename gesprekken.
Dus toen de Georgische douanier mijn identiteitsbewijs zonder een vraag te stellen had gestempeld, viel er een last van mijn schouders en liep ik de vrijheid in. Althans, dat dacht ik.
Het voorheen altijd liberale Georgië heeft het laatste jaar een democratische neergang zonder weerga ingezet. In ijltempo hamert het parlement er repressieve wetten door, die zo uit de Kremlinkoker lijken te komen.
De parlementsverkiezingen van oktober vorig jaar werden waarschijnlijk vervalst en toen eind november de regering verklaarde dat het land tot 2029 niet meer wil praten over toetreding tot de EU, pikte hervormingsgezind Georgië het niet langer en ging massaal de straat op.
Wekenlang volgden er zware gevechten tussen de oproerpolitie en betogers. Ik deed er verslag van en zag in maart, dat de betogers shawls voor hun gelaat begonnen te dragen. ‘Er hangen nu overal gezichtsherkennende camera’s, als je geflitst wordt, krijg je een boete van 5000 lari (omgerekend 1600 euro, red.)’, verklaarden actievoerders.
Toen ik een week later terugkeerde uit Armenië, vertelde een Georgische grenswacht me, dat ook ik een geldstraf op mijn naam had staan van vijf mille. Ik begreep het direct: ook ik was gefotografeerd.
Natuurlijk schreef ik direct een bezwaarschrift, ik deed immers mijn werk, demonstreerde niet. Toch ging het in juni mis. Ik wilde naar Nederland vliegen, maar de autoriteiten hielden me staande. Vanwege de boete. Ze lieten me twee uur wachten en reikten me vervolgens opnieuw de prent uit. Ik miste erdoor mijn vliegtuig.
Slecht voorgevoel
Begin juli keerde ik met een slecht voorgevoel terug. Al meerdere, vooral westerse journalisten was de toegang tot Georgië ontzegd. Allemaal waren ze aanwezig geweest bij de massale demonstraties en dat willen de autoriteiten niet.
Opnieuw wachten, dit keer acht uur lang. Ik kreeg twee gesprekken met een man van de veiligheidsdienst en daarna werd de teerling geworpen. „U bent geweigerd”, zei de douanier die me mijn paspoort terug gaf en een formulier waarop de reden stond aangegeven. Of eigenlijk stond die er niet. Slechts ‘overige’ meldde het papier dat reizigers weer buitenzet.
Weer terug in Nederland kreeg ik een e-mail, die me de klomp deed breken. Het Georgische ministerie van Binnenlandse Zaken meldde, dat het mijn bezwaarschrift had gehonoreerd. De boete was geannuleerd.
Ik was verbijsterd, maar vermoedde dat ik nu aanzienlijk sterker stond. Dus printte ik de brief uit en besloot nu te proberen via Armenië de grens met Georgië over te steken.
Drie dagen later kwam ik daar aan. En opnieuw die boete. Ik zei: „Die is er niet meer, kijkt u maar”, en ik overhandigde de brief aan de douanier. „Goed, we zullen het bekijken”, antwoordde ze droogjes.
U bent opnieuw geweigerd
Drie uur later kwam ze terug met een jobstijding: „U bent opnieuw geweigerd.” Ik vroeg narrig: „Maar waarom dan? Mijn boete is toch kwijtgescholden?” Onbewogen antwoordde ze: „Ik heb niet de bevoegdheid u dat te vertellen. Vraagt u in Jerevan op de Georgische ambassade maar om uitleg.”
Ik keerde terug naar Jerevan, waar ik nu alweer bijna twee maanden woon. Niks mis mee, een prettige stad waar de bijbelse berg Ararat majestueus bovenuit rijst. Ik mis Tbilisi en Georgië. Aan de andere kant besef ik hoe naïef ik ben geweest. Door het bevrijde gevoel dat ik het repressieve Rusland was ontvlucht, dacht ik dat me in Georgië niets kon overkomen.
Helaas lijkt het mooie Kaukasusland mee te liften op een wereldwijde trend van opkomende autocratieën, waarvan Rusland natuurlijk gretig misbruik maakt. Heel zorgelijk, maar misschien is het maar beter, dat ik niet meer ben binnengelaten in Georgië. Het zou me de komende jaren een eindeloos déjà vu van Moskou hebben opgeleverd.
Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Joost Bosman (1969, Eindhoven) was sinds eind oktober 2013 correspondent in Moskou voor het AD, Financieele Dagblad, deze krant, EWMagazine, BNR Nieuwsradio en EenVandaag. Hij studeerde journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt nu vanuit de Armeense hoofdstad Jerevan.