Op een zaterdagavond deed ik mijn vriend Sem uit Moskou mijn geheim uit de doeken. Hij reageerde sportief en feliciteerde me zelfs. Maar daarna merkte ik een verkilling.
Begin april kreeg ik mijn beste Russische vriend Semjon op bezoek. Hij kwam vanuit Moskou naar Tbilisi. We konden elkaar na een jaar weer in de armen sluiten. Dat was bij mijn vertrek uit Rusland voor het laatst gebeurd. De omhelzing nu was vanzelfsprekend, maar bij mijn afscheid vorig jaar allerminst.
‘Sem’ en ik kennen elkaar van een studentenuitwisseling en hebben veel meegemaakt. In augustus 1991 trokken we door wat toen nog net de Sovjet-Unie heette. Toen we in Kyiv waren, probeerden communistische haviken partijleider Michaïl Gorbatsjov af te zetten. We waren voor het eerst persoonlijk getuige van een staatsgreep.
Een paar dagen later in Odesa hoorden we dat de coup voorbij was. Aan tafel werd er blij en opgelucht getoost. Natuurlijk, Sem en ik deden mee. Maar een seconde deelden we een blik van verstandhouding. Het was beter zo voor iedereen, maar alle journalistieke avonturen die we hadden bedacht, gingen niet door. Ons beroep is soms pervers.
De Sovjet-Unie viel datzelfde jaar nog uiteen. Er braken voor Sem en zijn familie krankzinnige tijden aan van grote economische onrust en hyperinflatie. Sem was net klaar met zijn opleiding, maar verslaggeverij levert in Rusland slechts een handvol roebels op.
Dus kwam hij in de zomer van 1992 naar Nederland om een half jaar bollen te pellen. Hij verdiende er genoeg mee om terug in Moskou de aanbetaling te doen voor het appartement waar hij nu nog woont.
Psychische klachten
De jaren gingen voorbij en Sems leven begon flink te schuren. Hij kreeg psychische klachten, waarmee hij tot op heden kampt, deed een zelfmoordpoging, maar overleefde die gelukkig. Eind jaren 90 ging het tijdelijk beter met hem. Hij vond leuk werk als journalist en belangrijker: een vrouw, Lena, op wie hij dol was.
Ze waren nog maar anderhalf jaar getrouwd, toen Sem en Lena een nicht in de Letse hoofdstad bezochten. Lena zat voorin, Sem op de achterbank. Zijn nicht zag een vrachtwagen over het hoofd. Zij was op slag dood. Sems beide benen waren verbrijzeld, maar hij was bij kennis. Hij heeft moeten toezien hoe Lena nog 5 minuten leefde, maar langzaam weggleed.
Zes jaar later overleed Sems halfzusje Anja op 26-jarige leeftijd. Het was een al lang loerend noodlot, want ze leed al vanaf haar jeugdjaren aan de ernstigste vorm van diabetes. Niettemin was het verdriet voor de familie groot.
Door de jaren heen was het contact met Sem sporadischer geworden, maar na mijn aankomst in Moskou in 2013 bliezen we onze vriendschap weer nieuw leven in. We dronken vrijwel dagelijks koffie op zijn balkonnetje, waar ik hem ook vertelde over mijn scharrels en relaties. We werden als broers voor elkaar.
Tot het een jaar geleden bijna fout liep. Ik had een nieuwe vriendin en hoewel we toen al anderhalf jaar aan het daten waren, had ik Sem niets over haar verteld. Dat had een reden: ze was een ex van hem.
Wat moest ik hem zeggen? En vooral: hoe?
Sem ontmoette haar in 2019 tijdens een reünie van de journalistenfaculteit. Het was geen lang leven beschoren, van een kilometer afstand zag je dat ze niet voor elkaar waren voorbestemd. Na drie maanden trok zij de stekker eruit.
Ik hield een beetje contact met haar, omdat ze goed was in het vinden van mensen voor een artikel of televisie-item. Als tegendienst (en eerlijk gezegd met voorbedachten rade) nam ik haar af en toe uit eten. Het klikte, we konden urenlang zitten praten.
Tegenover Sem voelde het ongemakkelijk. Hij hoopte - tegen beter weten in - na vijf jaar nog steeds dat mijn vriendin bij hem zou terugkeren. Dus wat moest ik hem zeggen? En vooral: hoe?
Toen ik mijn vriendin vorig jaar tot verloofde had geringd, kon ik evenwel niet anders dan het hem vertellen. Ik zou vertrekken uit Rusland en had alles kunnen achterhouden. Tot het eind van onze levens, maar dat voelde als verraad.
‘Hij is beledigd en geïrriteerd’
Op een zaterdagavond deed ik Sem mijn geheim uit de doeken. Hij reageerde sportief en feliciteerde me zelfs. Maar de laatste weken van mijn Moskouse bestaan, merkte ik toch een verkilling bij mijn vriend.
Hij belde me niet meer en als we elkaar zagen, kreeg ik geen omhelzing. Zijn moeder vertelde me wat er speelde: ‘Hij is beledigd en geïrriteerd’, zei ze. ‘Maar trek het je niet aan. Hij is gewoon jaloers.’
Mijn laatste avond in Rusland zaten we op Sems balkonnetje, waar we zo vaak hadden gezeten. Ik vroeg of het hem nog dwars zat, hij zei wat hij nog op zijn lever had, ik toonde begrip en dat was het.
Zand erover. De omhelzing bij het vertrek was weer zoals voorheen. Evenals die hier in Tbilisi.
Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noordenpubliceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Joost Bosman (1969, Eindhoven) was sinds eind oktober 2013 correspondent in Moskou voor het AD, Financieele Dagblad, deze krant, EWMagazine, BNR Nieuwsradio en EenVandaag. Hij studeerde journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt nu vanuit de Georgische hoofdstad Tbilisi.