Gaan vooral extra reken- en taallessen helpen de leerachterstand bij kinderen weg te werken? Laten we leren met ons hele lijf! | column Irma van Steijn
Ubbo is 43 jaar en geeft les aan groep zes op een basisschool. Hij is redelijk hersteld van een burn-out, maar heeft nog lichte restklachten. Zijn energie is beperkt en hij heeft concentratieproblemen. Het lesgeven van achter een computerscherm, in de periode dat de kinderen thuis zaten, vond hij extra lastig en bijna elke avond had hij hoofdpijn.
Wat Ubbo de afgelopen maanden ontdekte is dat wanneer hij vooral heel erg zijn best deed om te werken, het juist niet lukte. Hij was zo ontzettend serieus en verbeten aan het werk, er kon geen lachje of pauze meer af. En telkens als er iets mis ging, in zijn ogen dan, dan voedde dat zijn overtuiging dat hij faalde en daarmee groeide de neiging te stoppen met de baan waarvoor hij ooit zoveel passie had.
Het kostte me in de therapie flink wat moeite om Ubbo uit zijn eigen serieuze mindset te manoeuvreren en hem aan het ‘spelen’ te krijgen en minder gericht te zijn op alles wat er fout zou kunnen gaan. En het lukte! Hij durfde het aan om zijn lessen in te korten met beweeg- en spelpauzes en hij betrok de creativiteit van de kinderen bij het creëren van de lessen.
Ook begon hij elke les met een mop van een van de kinderen en nu maakt zijn klas een eigen moppenkalender. Thuis had zijn vrouw gezegd dat ze het gevoel had dat ze ‘haar Ubbo’ weer terug had. Door dus zelf meer te spelen veranderden kleine missers van faalervaringen in leerervaringen. Zo werkt ons brein nu eenmaal, hoe meer je speelt, hoe meer leergebieden open gaan.
Nu de kinderen weer fysiek naar school mogen bemerkt Ubbo bij een deel van de kinderen een forse leerachterstand. Hij maakt zich er zorgen over. De overheid heeft geld uitgetrokken om achterstanden weg te werken. Maar zullen vooral extra reken- en taallessen nou helpen de achterstand weg te werken?
Ubbo reflecteert op dit vraagstuk en hij geeft mijns inziens het beste antwoord dat er kan worden gegeven, deels ingegeven door zijn eigen ervaringen en deels door het onderzoek dat hij hierover heeft geraadpleegd. De aandacht zou expliciet moeten gaan naar het creëren van meer speel- en beweegmogelijkheid voor kinderen. Wanneer er voldoende spel, creativiteit en beweging wordt ingevoegd, dan gaat het brein van een kind vanzelf leren, de leergebieden worden actief en de reken- en taallessen worden veel gemakkelijker in het brein verwerkt.
Niet spelen leidt tot forse ellende. Onderzoeker Stuart Brown toonde bijvoorbeeld aan dat bijna alle psychopaten in hun jeugd nooit hebben gespeeld. Dat is ernstig. Ook het Finse onderwijssysteem laat zien dat kinderen tot betere prestaties komen als ze spelend bewegingsonderwijs krijgen waarin ze zelf problemen oplossen. Dus laten we de achterstanden niet alleen cognitief aanpakken, laten we leren met ons hele lijf!