Binnen kijken in het azc in Winsum. Foto: Archief/Anjo de Haan
Anne Buunk vraagt zich af waarom je zo weinig ziet of hoort van de succesvolle initiatieven om de situatie van asielzoekers te verbeteren in het Noorden. Volgens haar tonen succesvolle voorbeelden aan dat verschillen juist een mooie basis voor verbinding kunnen zijn.
Sinds de gemeenteraadsverkiezingen is het debat over de opvang van vluchtelingen weer opgelaaid. Een discussie die al snel gepolariseerd raakt, waarbij tegenstanders vaak het hoogste woord hebben. Naast duidelijk rechtsextremistisch verzet, zien we ook in minder radicale kringen boze uitingen op sociale media, vlaggen met ‘azc nee’, en protesten bij mogelijke opvanglocaties.
Ook in Noord-Nederland is al jaren kritiek, onbegrip en weerstand rondom vluchtelingenopvang voelbaar. Angst en woede worden in belangrijke mate aangewakkerd door negatieve en eenzijdige berichtgeving, met name op sociale media.
We kennen allemaal de beelden van onrust en gewelddadige incidenten in en rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel, maar de precieze oorzaak blijft meestal onderbelicht. Dat deze onveiligheid met name te wijten is aan een falend beleid en gebrek aan spreiding, staat niet in het gemiddelde Facebookbericht.
Stabiel aantal asielzoekers
We kennen in Nederland al jaren een min of meer stabiel aantal asielzoekers, maar een chronisch tekort aan permanente opvanglocaties, lange wachttijden bij de IND, en te weinig personeel bij asielzoekerscentra. Kortom: we zitten in een opvangcrisis, waarvan vooral de mensen die huis en haard hebben verlaten, het slachtoffer worden.
Deze mensen, al getraumatiseerd door vervolging, geweld of oorlog, verdienen bovenal medemenselijkheid. Gelukkig worden de ontvangst en daaropvolgende omgangsvormen niet overal getekend door weerstand. Sterker nog, onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen toonde aan dat Nederlanders die dichtbij een asielzoekerscentrum wonen, eerder een positieve dan negatieve mening over asielzoekers hebben, vergeleken met degenen die veraf wonen.
Daarnaast zet een kleinere groep zich ook nog eens actief in om ervoor te zorgen dat vluchtelingen zich geen vreemden voelen. Ter Apel mag het landelijke nieuws dan wel regelmatig domineren, ook in Groningen bestaan diverse succesvolle initiatieven om de situatie van nieuwkomers te verbeteren.
Voorbeeld van stabiel draagvlak
Een goed voorbeeld van deze maatschappelijke bereidheid om vluchtelingen te helpen, is te vinden in Winsum. In dit dorp van ongeveer 8000 inwoners, staat al jaren een asielzoekerscentrum, waar zo’n 250 mensen wonen. Toen na de inval van Rusland in Oekraïne werd gesproken over mogelijke huisvestingen van vluchtelingen, werd hier Stichting Vluchtelingen Winsum opgericht.
Door de dorpelingen, ondernemers, sportverenigingen en kerken vanaf het begin te betrekken, is een groot en stabiel draagvlak ontstaan. Met elkaar en met de bewoners van het asielzoekerscentrum worden allerlei activiteiten georganiseerd, waarbij het credo is: niet opleggen, maar overleggen. Bevlogen vrijwilligers en een individuele benadering zijn daarbij van cruciaal belang.
Vrijwilligers gaan bij bewoners langs, om ze beter te leren kennen en behoeften te inventariseren. Voor de één is dat een buddy om de taal en gewoonten te leren, voor de ander is dat muziekles. Hierdoor kennen de vrijwilligers en vluchtelingen elkaar, en ontstaat er een gevoel van verbondenheid in het dorp.
Plezier met elkaar
Maar bovenal hebben ze veel plezier met elkaar, door te eten, sporten en creatief bezig te zijn. Er wordt samen Dabke gedanst en geknutseld met de kinderen. Dat de bewoners van het azc vrijwilligers verrasten met het Gronings volkslied, onderstreept de bijzondere wederzijdse betrokkenheid.
Natuurlijk gaat niet alles van een leien dakje en ontstaan er soms misverstanden, niet anders dan op andere plekken in de maatschappij. Succesvolle voorbeelden als deze tonen vooral aan dat verschillen juist een mooie basis voor verbinding kunnen zijn.
Bescheidenheid
Waarom worden deze voorbeelden niet altijd gezien of gehoord? Onder andere omdat het noordelijke ‘noaberschap’ met een zekere bescheidenheid komt. Helpen doe je gewoon, daar praat je niet te veel over en je loopt er al helemaal niet mee te koop.
Als geboren en getogen Groningse vind ik dat een mooie eigenschap, maar in dit soort gevallen leidt het ertoe dat prachtige verhalen niet verteld worden. Dat het positieve geluid niet gehoord wordt.
Dus laten we de natuurlijke bescheidenheid iets vaker plaats laten maken voor gepaste trots. Om aan zo veel mogelijk mensen te laten zien dat echt onderling contact niet alleen mogelijk, maar ook verrijkend is, voor alle betrokkenen. In een tijd van toenemende verdeeldheid, mogen we daar best iets meer bij stilstaan.
Anne Buunk is werkzaam in het Universitair Medisch Centrum in Groningen en vrijwilliger bij Stichting Vluchtelingen Winsum