Leidt het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat tot een verhoogd risico op Parkinson en obesitas? Dat zou goed kunnen. Dus zou het verboden moeten worden, stelt Ariena van Bruggen, emeritus hoogleraar plantenziektekunde.
Op 1 oktober wees demissionair VWS-minister Ernst Kuipers op de noodzaak van preventieve gezondheidszorg. Een langetermijnperspectief is nodig om een gezonde leefomgeving te creëren en te behouden. Bedrijven die bijdragen aan vervuiling zouden moeten bijdragen aan ziektepreventie. De vergunningen verleend aan bedrijven zouden niet alleen afhankelijk moeten zijn van bewezen risico’s (die pas jaren na uitstoot bekend kunnen worden), maar ook van potentiële risico’s.
Deze uitspraak deed mij onmiddellijk denken aan het aanstaande EU besluit over de vergunning aan de chemische industrie en boeren om onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat (beter bekend als Roundup) de komende 10 jaar te mogen vermarkten en gebruiken. Minister Adema (LNV) heeft inmiddels besloten om zich van stemming te onthouden, gebaseerd op verschillende stemmen in de Nederlandse samenleving. Het is echter belangrijk om nogmaals te wijzen op de risico’s die aan het gebruik van glyfosaat kleven.
Effecten zijn aanzienlijk
De effecten van chronische blootstelling aan lage concentraties glyfosaat zijn aanzienlijk. Die blootstelling vindt voornamelijk plaats via het voedsel dat wij eten (en bij boeren en hun buren ook door spuiten op het land).
In bijna alle soorten voedsel zitten kleine hoeveelheden glyfosaat. Planten die bespoten zijn met dit middel, bijvoorbeeld sojabonen en mais met resistentie tegen glyfosaat, kunnen veel glyfosaatresten bevatten (want glyfosaat gaat ook in de zaden en zelfs in het stuifmeel zitten). Maar ook in tarwe en aardappelen zit glyfosaat als die gespoten worden vlak voor de oogst. Dit laatste mag officieel niet meer in de EU.
Glyfosaat kan in vrij grote hoeveelheden in veevoer voorkomen, vooral in geïmporteerd krachtvoer voor koeien en voer voor varkens en kippen. Het bereikt nauwelijks de spieren van slachtdieren, maar wel hun organen. Daarom bevat goed vlees dat uit spieren bestaat geen glyfosaat, maar vlees waarin organen verwerkt worden (goedkoop gehakt, worsten en frikadellen) zeer waarschijnlijk wel. Arme mensen die relatief meer goedkoop vlees kopen worden dus meer blootgesteld aan glyfosaat.
Hoger glyfosaat-gehalte in urine
Tien jaar geleden was het percentage van de bevolking met glyfosaat in de urine nog veel hoger in de VS (95 procent) dan in Europa (30-40 procent), maar nu is dat percentage ook in Europa al 90 procent. Het glyfosaat-gehalte van varkensurine en dat van huisdieren is nog vele malen hoger dan dat van mensen.
Glyfosaat doodt niet alleen planten maar ook vele gevoelige bacteriën, schimmels en sommige parasieten. Dan denk je misschien: mooi, dan zijn we daar van af. Maar zo is het niet.
De meeste bacteriën en sommige schimmels in je darmen (en ook in die van dieren) dragen bij aan je gezondheid. Vaak zijn ziekmakende bacteriën ongevoeliger voor glyfosaat dan ‘goede’ bacteriën, zodat de ziekteverwekkers de overhand kunnen krijgen. Het afweersysteem tegen ziekten wordt grotendeels bepaald door de bacteriesamenstelling in je darmen.
Babyhersenen
Ook de ontwikkeling van babyhersenen kan beïnvloed worden door blootstelling van zwangere vrouwen aan glyfosaat. Dat is aangetoond in experimenten met ratten en bijen. Bij ratjes waarvan de moeders waren blootgesteld aan lage hoeveelheden, waren Parkinson-achtige verschijnselen te zien. Bijtjes konden hun korven niet terugvinden.
Essentiële ‘goede’ bacteriën in de darmen van bijen gaan dood door glyfosaat in de nectar en het stuifmeel, en de bijen worden gevoeliger voor parasieten en sterven eerder door een virusziekte. Dit zijn ook potentiële risico’s voor mensen waar demissionair minister Kuipers waarschijnlijk op doelt.
Bestrijdingsmiddel glyfosaat zou een rol kunnen spelen bij Parkinson en obesitas. Foto: Shutterstock
Ik heb alle mogelijke artikelen verzameld over glyfosaat in menselijke urine wereldwijd, en heb daar onder andere gegevens over obesitas (zwaarlijvigheid) bij gezocht. Uit experimenten is al bekend dat een bepaalde bacterie die zwaarlijvigheid tegengaat gevoeliger is voor glyfosaat dan vele andere bacteriën. Het is al langer bekend dat zwaarlijvigheid af kan hangen van de bacteriesamenstelling in de darmen.
Zwaarlijvigheid
Er is dus een potentieel risico dat zwaarlijvigheid door glyfosaat bevorderd zou kunnen worden. Dit is inderdaad aangetoond bij muizen. Ik heb zelf een positief verband gevonden tussen wereldwijde blootstelling aan glyfosaat en het percentage zwaarlijvigheid per land. Dus ook dit kan tot de potentiële risico’s gerekend worden. En we weten dat zwaarlijvigheid kan bijdragen aan de ernst van allerlei ziekten.
Ik ben het met onze demissionair minister van VWS eens dat potentiële risico’s mee gewogen moeten worden bij het verlenen van vergunningen. Ik stel daarom voor dat glyfosaat niet toegelaten wordt zolang de producerende industrie die potentiële risico’s voor de volksgezondheid niet uitgesloten heeft. Verder bepleit ik strictere beperkingen aan glyfosaat gehaltes in geïmporteerd voedsel en dierenvoer.
Ariena van Bruggen is emeritus hoogleraar plantenziektekunde