'Het Nederlandse landschap is te waardevol om in één generatie vergaand op te offeren aan ondoordachte ruimtelijke ingrepen.' Foto: Shutterstock
Natuur en milieu Nederlands belangrijkste cultureel erfgoed is ons landschap, stelt Theo Spek. We moeten het niet verpesten met ondoordachte ingrepen.
Je merkt het vaak niet: hoezeer het landschap waar je bent geboren en opgegroeid, waarin je graag wandelt of fietst, waar je op vakantie gaat of ingrijpende gebeurtenissen in je leven hebt meegemaakt, een belangrijk gegeven in je bestaan vormt. Het omringt je iedere dag en is daarmee een van de zekerheden in je leven.
Wat is de waarde van het landschap en hoe kan het landschap een rol spelen bij het oplossen van allerlei actuele vraagstukken?
Van het Drentse esdorpenlandschap tot de Zeeuwse kleipolder, van het Friese veenweidegebied tot het Limburgse heuvelland: overal zijn landschappen ontstaan die precies waren toegesneden op de mogelijkheden en beperkingen van hun milieu. Ze weerspiegelen de rijke variatie aan landschappelijke streken in ons land met karakteristieke heggen, bosjes, oude boerderijen, rivieren en andere elementen.
Het is niet overdreven om te stellen dat het Nederlandse landschap ons belangrijkste culturele erfgoed is, minstens even waardevol als al onze kunstwerken en monumenten.
Kennis van onze landschappen is cruciaal voor het oplossen van de grote opgaven waar we als samenleving in de komende decennia voor staan: de omgang met klimaatverandering, de verduurzaming van de landbouw, de zoektocht naar geschikte woningbouwlocaties en de manier waarop we de grote teruggang van de biodiversiteit kunnen stoppen.
Sloten en heggen
De waarde van het landschap is nog veel groter dan we denken. Planten, dieren en ecosystemen zijn niet alleen afhankelijk van natuurgebieden, maar juist ook van het gewone landschap, die sloten en die heggen. Landschappen hebben daarom een grote ecologische waarde.
En ook hun economische waarde valt niet te onderschatten. Honderdduizenden ondernemers en werknemers in recreatie, toerisme en horeca danken hun inkomen (deels of geheel) aan mooie landschappen. Huizenprijzen in een mooie omgeving zijn substantieel hoger dan in lelijke gebieden.
En ook het vestigingsklimaat voor bedrijven is blijkens onderzoek significant beter in gebieden met een fraai landschap – hoogopgeleide kenniswerkers uit binnen- en buitenland wonen nu eenmaal graag in een mooie omgeving.
Laten we ook niet de grote esthetische waarde van het landschap vergeten, die van Rembrandt en Ruysdael tot Van Gogh en Weissenbruch talloze kunstenaars heeft geïnspireerd en ook gewone mensen steeds weer verwondert, blij maakt of ontroert. In goede tijden, maar ook op het moment dat iemand het leven moet loslaten of een zwaar verlies heeft geleden en juist tijdens een wandeling in het eigen landschap troost vindt.
Een duurzaam landschap is een gebied waar de mens in een goede balans met de natuur leeft
Een landschap is het erfgoed dat mensen die ons voorgingen hebben nagelaten en dat wij zelf kunnen nalaten aan onze nakomelingen. Vrijwel ieder Nederlands landschap kent een eeuwenoude geschiedenis en draagt de sporen van het harde werk en de ontwerpkracht van de tientallen generaties vóór ons.
Zij hebben de veenmoerassen, kwelders en heidevelden in onze weerbarstige delta omgezet in productieve landbouwlandschappen. Die maakten het mogelijk om miljoenen monden te voeden en ons land tot een van de meest verstedelijkte en welvarende landen ter wereld om te vormen.
Wie het rijke boekwerk van het Nederlandse landschap leert lezen, beseft dat dit werkelijk onze rijkste en grootste categorie van cultureel erfgoed is. Op die landschapserfenis moeten we ongelofelijk zuinig zijn. Wie dit erfgoed vernietigt, kan het nooit meer terugkrijgen.
Die lange lijnen in de tijd werken overigens ook de andere kant op: beslissingen die wij nemen over ons huidige landschap, bepalen of de bovengenoemde rijke erfenis toegankelijk zal blijven voor toekomstige generaties. Denken in lange termijnen vormt de basis van elke landschapsbenadering.
Kennis van onze landschappen kan aanzienlijk bijdragen aan de grote opgaven waarvoor we als samenleving in de komende decennia staan.
Balans verstoord
Een duurzaam landschap is een gebied waar de mens in een goede balans met de aarde en de natuur leeft. Dat wil zeggen dat we zorgen voor schoon water, een gezonde bodem; het land gebruiken op een manier die minder natuur- en milieuschade aanricht en ook respect heeft voor het erfgoed en de belangen van mensen die vanouds in een gebied wonen en werken.
Juist die balans is in de afgelopen eeuw steeds verder verstoord en moet binnen afzienbare tijd worden hervonden. In plaats van de voortdurende polarisatie tussen landbouw en natuur, zouden we in het beleid veel meer het landschap centraal willen stellen dat we gezamenlijk wensen – inclusief boeren en natuur.
Nagenoeg alle politieke stromingen, organisaties en burgers zijn het er tenslotte over eens dat de verbindende kracht van de regio en de daarbij behorende eigen leefomgeving een van de hoofdpijlers dient te zijn van een duurzame toekomst.
In onze ruimtelijke ordening hanteren we al decennia de zogenoemde casco-planning, wat wil zeggen dat landbouw, natuur, woningbouw en recreatie elk hun eigen plek in het landschap krijgen, zodat ze vervolgens hun gang kunnen gaan.
Dat gebrek aan onderlinge afstemming leidde in de praktijk vaak tot monotone en te intensief belaste landschappen. Zo’n scheidingsmodel wijkt ook volledig af van alle voorafgaande eeuwen, want daarin stond juist een sterke verweving van landbouw, natuur en waterbeheer centraal. Dit leidde tot een ongekend gevarieerd landschap.
Biodiversiteitsonderzoek toont glashelder aan dat een landschappelijk gevarieerd boerenland veel meer plantensoorten, vogels, insecten en vlinders heeft dan een monotoon gebied. De samenleving moet boeren dus in staat stellen het grootschalige en monotone platteland om te vormen tot een landschap waar landbouw en natuur duurzaam samengaan.
Dat vraagt om andersoortige financieringsmodellen, maar ook om een herinrichting van ons Nederlandse platteland die veel sterker dan voorheen is gericht op de verweving van landbouw, natuur, waterbeheer en woningbouw.
Voor zulk toekomstig beleid moet de karakteristiek van iedere streek – Nederland kent er 130 – het uitgangspunt zijn. De overheid geeft opdracht en budgetteert, maar laat de transformatie zelf over aan de partijen in de streek die onder leiding van bekwame gebiedsregisseurs onderhandelen over een financieel én landschappelijk duurzame herinrichting.
Uitgangspunt daarbij is dat elke streek zijn karakteristieken behoudt en versterkt, zodat Twente, het Groene Hart of Midden-Brabant ook in de toekomst hun unieke eigen karakter houden.
Tijd en geduld
Het is een illusie om te denken dat we binnen enkele jaren alle crises van de afgelopen 80 jaar kunnen rechtzetten. Alle belangrijke transformaties vragen om tijd en geduld. Het is realistischer om daarvoor een termijn van 20-30 jaar te kiezen, waarin wél ieder jaar een flinke stap in de goede richting wordt gezet. Hiermee kunnen mensen meegroeien met de veranderingen en kunnen de benodigde budgetten over langere perioden worden verdeeld.
Het Nederlandse landschap is te waardevol om in één generatie vergaand op te offeren aan ondoordachte ruimtelijke ingrepen. Juist door het integrale en verbindende karakter van dit landschap als belangrijke pijler voor een duurzame toekomst te kiezen, kunnen we de kracht van elke regio optimaal benutten.
Theo Spek is hoogleraar Landschapsgeschiedenis en hoofd van het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen. Recent verscheen het door hem geredigeerde boek ‘Landschappen van Nederland. Handboek voor de geschiedenis van onze leefomgeving‘. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. 697 pagina’s.