Het onderwijs eist een beter toekomstperspectief. Beeld van de landelijke onderwijsstaking in Den Haag eerder dit jaar. Foto Archief Peter Hilz
De samenleving verandert veel sneller dan het onderwijs. Wachten op acties van Den Haag is zinloos, scholen en docenten moeten zelf actie ondernemen.
Het rommelt al een aantal jaren in het onderwijs. Er zijn de afgelopen jaren nauwelijks positieve berichten uit het onderwijs verschenen. De vraag rijst dan ook of het onderwijs nog wel een aantrekkelijke plek is om er te werken. Er is alle reden om aan te nemen dat we in het onderwijs toe moeten met bijvoorbeeld een kwart minder gepassioneerde docenten. Moeten we naar de overheid wijzen of moeten we als scholen zelf het antwoord formuleren op deze vraag?
Het voortgezet onderwijs worstelt met de vanuit de overheid verplicht opgelegde urennorm, het tekort aan leerkrachten voor sommige vakken en een onderwijssysteem dat zijn oorsprong vindt in het tijdperk van de industriële revolutie. Systemen die zich richten op de gemiddelde leerling – en die bestaat niet zoals wij weten – zijn niet meer levensvatbaar en vormen geen uitdaging meer voor de zich op de arbeidsmarkt oriënterende starter. We hebben de didactische systemen uitontwikkeld en het is niet gelukt om voor alle leerlingen een passende onderwijsoplossing te bieden. Kinderen zijn niet gelukkig met het onderwijs dat ze ‘krijgen’ en dat ze niet zelf (mede) vorm mogen geven. In absolute aantallen zijn er veel hoogbegaafde kinderen en kinderen met gedragsproblemen die hun urennorm van 1040 uur of 940 uur (basisonderwijs) thuis mogen halen, hangend op de bank en worstelend met het onderwijssysteem waarbinnen ze ongelukkig worden. Ik wijs met de vinger naar het onderwijssysteem waarop ze geen invloed hebben en waarbinnen ze niet de ruimte krijgen om met hun eigen unieke talenten aan de slag te gaan. Behoudens mooie concepten als bijvoorbeeld ‘Het groene lyceum’ en het ‘Agora’ en dappere pogingen om bijvoorbeeld een Nederlandse versie van de Zweedse Kunskapsskolan vorm te geven, heeft het merendeel van de Nederlandse scholieren nog te maken met een systeem dat doceert in plaats van stimuleert. Als maatschappij accepteren we dat grote groepen kinderen niet of niet gemotiveerd een school bezoekt. In het onderwijs lijken we te hebben geaccepteerd dat de wereld sneller verandert dan de school.
Begin november leggen grote groepen leerkrachten het werk weer neer. Met name in het primair onderwijs. Het kraakt, rammelt en schuurt en er komt maar geen glans. De overheid wil wel een beetje geven, maar er is becijferd dat ongeveer het dubbele nodig is. De overheid blijft het onderwijs behandelen alsof het een kostenpost is. Ze weigert echt in te zien dat onderwijs een investering is en vergt. Terecht wordt daar geëist dat het salaris wordt rechtgetrokken met dat wat in het voortgezet onderwijs wordt betaald. Terecht wordt er gevraagd om een lagere werkdruk en middelen om dat te bereiken. Alle maatregelen dragen bij aan een beperkte verbetering maar ze gaan het probleem niet oplossen. Kern van het probleem is dat we behoefte hebben aan gepassioneerde leerkrachten en gelukkige leerlingen. Geld en stakingen gaan echt niet de oplossing bieden voor deze immense opgave waar we als onderwijs voor staan. De vraag is dan, hoe we dat wel kunnen oplossen in het belang van huidige en toekomstige generaties.
Ondertussen verandert de samenleving razendsnel. De contouren van een nieuwe samenleving met nieuwe kernwaarden worden overal zichtbaar. Brede groepen, bedrijven en instanties zijn druk doende met het formuleren van de kernwaarden van onze nieuwe samenleving, sterker nog, bijna iedereen werkt eraan mee. Na een periode waarin alles ‘samen’ moest (het gemiddelde) zijn we verder gaan personaliseren. Van de massa naar de persoon. We laten ons niet meer opjagen, we willen stimuleren. Van fossiele brandstoffen naar een duurzame circulaire mobiliteit. Van zelfredzaamheid naar samen-redzaamheid. Naar een samenleving waar welbevinden, geluk en vertrouwen een centrale rol spelen. Er is een grote behoefte aan ethiek en zingeving. De nieuwe samenleving is krachtig en flexibel. Het leidt tot de eenvoudige conclusie dat onderwijs een grote brug zal moeten slaan naar de nieuwe samenleving.
Als onderwijs kijken we net als de rest van de samenleving vaak naar ‘Den Haag’. De politiek moet alles voor ons oplossen. De praktijk heeft echter geleerd (zie bijvoorbeeld het aardbevingsdossier) dat het wachten op en het bekritiseren van de overheid nauwelijks heeft bijgedragen aan een oplossing die past bij de uitdagingen waar we voor staan. Ik denk dat we als onderwijs zelf het eigenaarschap moeten overnemen. Elke school of elk bestuur moet het eigenaarschap pakken dat hen toekomt. Elke leerkracht moet in haar talent en samen met anderen zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Elke leerling moet aan de slag mogen met zijn of haar eigen doelen in het leven. Pas dan zullen meer mensen kiezen voor het prachtige en uitdagende vak ‘onderwijs’. Zelf werk ik vanuit de belofte aan de kinderen van onze maatschappij om voor hen altijd het juiste te doen. Daarvoor sta ik elke ochtend op. Dat doe ik met gelukkige en gepassioneerde leerkrachten die alle ruimte krijgen om te werken aan een mooie toekomst voor alle kinderen.
Harm Wolthuis uit Wildervank is schoolleider in het primair onderwijs