Iedere euro subsidie die in lokale sportclubs wordt geïnvesteerd, levert de samenleving gemiddeld tien euro op. Bij het lezen van het deze week gepresenteerde Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen vallen je de schellen van de ogen.
Nooit eerder is de maatschappelijke waarde van plaatselijke sportverenigingen zo aangetoond. Het rapport dat deze week is aangeboden aan leden van de Tweede Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laat zien hoe groot de maatschappelijke- en financiële waarde is. Een betere gezondheid van mensen, ruimte voor ontmoeting, sociale binding met regelmatig aandacht voor elkaar en bestrijding van eenzaamheid.
De onderzoekers namen 100 sportverenigingen onder de loep met 13.000 vrijwilligers, die 1,9 miljoen uren steken in hun club. Landelijk vertaald naar 26.000 verenigingen komt dat neer op een opbrengst van ongeveer 14,1 miljard euro per jaar. Dat is tien keer zoveel dan de 1,4 miljard die gemeenten samen uitgeven aan sport.
Die opbrengst is een optelsom van lagere zorgkosten, het versterken van de vitaliteit, betere schoolprestaties, maar ook het leden laten deelnemen aan anti-rookprogramma’s. Twee derde van de sportverenigingen biedt activiteiten aan aan kwetsbare groepen. Maar ook werkervaringsplekken of dagbesteding voor mensen met een beperking. Ander voorbeeld is een tafeltennisvereniging in Groningen die een programma heeft voor mensen met de ziekte van Parkinson.
Een maand na de gemeenteraadsverkiezingen onderhandelen beoogde coalitiepartijen over een nieuw collegeprogramma. Daarbij gaat het over de verdeling van schaarse middelen. Het lijdt geen twijfel dat onderwerpen als wonen, jeugdzorg, asielopvang en armoedebestrijding de boventoon voeren. Maar wat op het lijstje van prominente onderwerpen niet mag ontbreken is aandacht voor de sportverenigingen.
Op dit moment staan veel sportclubs met overbelaste bestuurders en lege clubkassen onder druk. Er is een groot tekort aan vrijwilligers. De wet- en regelgeving bij het runnen van clubs en het zelf beheren van sportvoorzieningen wordt ingewikkelder en bureaucratischer. De onderzoekers stellen vast dat de financiële middelen, en dan gaat het ook over gemeentelijke subsidies, onzeker zijn.
Als het verenigingsleven afbrokkelt, is echter niet alleen de wethouder Sport het haasje maar ook die van Zorg, Veiligheid en Onderwijs. Ze zullen zien dat hun rekeningen stijgen, omdat ze meer problemen die voortvloeien uit een slechtere fysieke en mentale gezondheid op hun bordje krijgen. Sportclubs doen er goed aan met gemeentebesturen om tafel te gaan en het Impactonderzoek Sportverenigingen daarbij te betrekken.
Uiteraard is de belangrijkste uitdaging voor sportclubs en gemeenten om mensen zover te krijgen dat ze gaan sporten. Dat lukt alleen als er goede sportvoorzieningen zijn. Dit onderzoek dat zo duidelijk de meerwaarde aantoont van sportverenigingen mag niet in de la verdwijnen.