Wachtrij voor de Primark aan de Westerhaven in Groningen. Foto: Nienke Maat
Voor de unieke boetiekjes en speciaalzaken van Groningen stonden geen rijen, toen de winkels in het voorjaar weer open mochten. Wel voor Primark, Zara en andere internationale ketens. Als we de ziel van de binnenstad willen redden, moet er een knop om.
Hoeveel kappers kan een stadshart herbergen? Hoeveel koffiebarretjes die allemaal op elkaar lijken, en hoeveel kledingketens waar T-shirtjes minder kosten dan een stuk kaas?
In Groningen is er langzamerhand wel erg veel van zulks, en het dreigt andere zaken te overwoekeren. Lokale handelaars die op kleine schaal liefdevol gemaakte waar verkopen. Etablissementen waar je andere dingen kunt proeven dan frappuccinos. Of, heel gewoon, plekjes om te zitten dagdromen, praten of mensenkijken zonder iets te moeten kopen.
Voor alle duidelijkheid: dit is geen mening van schrijver dezes, dit vindt de stad zélf. Het Groningse gemeentebestuur werkt aan een visie om de balans terug te brengen in de binnenstad, tussen groot en klein, winkels, horeca, cultuur en vrije verblijfsruimte. Prijzenswaardig is het, zeker in de wetenschap dat er ook bewindslieden rondlopen die visie iets voor de oogarts vinden. Maar het is niet genoeg; niet zo lang de consument met de portemonnee heel andere dingen belijdt dan met de mond.
In 2015 werd de Folkingestraat tot leukste winkelstraat van het land uitgeroepen, en de Zwanestraat kreeg die titel in 2017. Toen dit voorjaar de niet-essentiële winkels weer volledig open mochten, stonden er geen rijen voor de boetiekjes en speciaalzaken in die straten. Wel voor de vestigingen van multinationals als Primark, ZARA, New Yorker en TK Maxx.
Marktonderzoeksbureau GfK constateert kwartaal op kwartaal dat Nederlanders steeds meer geld in webwinkels spenderen. Terwijl kleine ondernemers vochten om overeind te blijven, draaide webwarenhuis Bol.com in 2020 70 procent meer omzet dan in 2019. Grote Amerikaanse broer Amazon.com verdiende 44 miljard euro in Europa, en betaalde 0 euro vennootschapsbelasting.
Lokaal, kleinschalig en liefdevol is zelden goedkoop. Hippe, prefabeenheidsworst vaak wel. Als we willen dat de Groninger binnenstad een unieke mengelmoes blijft, moeten we collectief andere keuzes maken. Kwaliteitsspullen kopen, desnoods wat minder vaak, in plaats van het haast dwangmatige troep inslaan zodra het uitverkoop is. En als we dat niet kunnen? Dan verdienen we misschien niet beter dan een verschraald stadshart, met een nondescript koffiebarretje waar ooit de ziel zat.