In de categorie ‘mensen die je slecht hebt behandeld’ vertelde de Amsterdamse me over een oude liefde. „O, dat kon echt niet”, gniffelde ze. „Ik heb een keer zijn moeder geslagen.”
We stonden naast de dansvloer op een huisfeestje dat zo goed was gelukt dat mijn jongste zoon al gauw bezorgd om zich heen had gekeken en vertwijfeld in mijn oor fluisterde: „Jíj wordt toch ook niet dronken hè?”
Inmiddels had ik hem slalommend tussen die rare dansende mensen door naar bed gebracht, en was de avond zover gevorderd dat het tijd werd voor ontboezemingen en sterke verhalen. De Amsterdamse had haar toenmalige schoonmoeder die klap gegeven, vertelde ze, omdat ze haar maar een slappe opvoeder vond die ook wel eens iets mocht zeggen van het gedrag van haar zoon.
„Maar slaan is natuurlijk heel erg”, schaterde ze en verslikte zich in de witte wijn.
Stralende gastvrouw
Het was een verhaal uit een andere tijd. De tijd waarin ze jong was, een complexe vrouw, ambitieus, met grenzeloze buien. Nu was ze zelf moeder met een serieuzer bestaan dan haar lief was. We hadden net een indringend gesprek achter de rug over ziekenhuizen en kopzorgen en hoe anders het leven loopt dan je had gewild.
„Nu begrijp ik pas echt waar al die boeken en films over gaan”, had ze verzucht. Daarna zette ze de knop om en begon enthousiast aan de schoonmoeder-anekdote.
Samen keken we naar onze stralende gastvrouw die non-stop dansend haar vijftigste verjaardag vierde. Wij naderden allebei diezelfde mijlpaal, maar zo te zien hoefde dat geen straf te zijn.
Het was echt een goed feest. De muziekinstallatie raakte oververhit van de bassen van Missy Elliott, opa schreeuwde Fight for your right to party mee met de Beastie Boys en zijn 19-jarige kleinkind zong luidkeels mee met Pump up the jam uit 1989 – geen idee hoe die dat nou weer kende – en zelfs de puberjongens zaten niet op hun telefoons.
Ik zag de eerste glimp van zijn volwassen vorm
Ook mijn oudste vermaakte zich tot diep in de nacht. Nu hij daar zo op een feestje stond te praten met onbekenden, zag ik de eerste glimp van zijn volwassen vorm en werd overspoeld door een nogal overdreven gevoel van trots – ik was, sorry, toch een beetje dronken geworden.
Ik had een zoon grootgebracht, en dat was heus niet altijd goed gegaan, maar hij stond er. Het zou best kunnen dat een van zijn geliefden me ooit een slappe opvoeder zal vinden. Of misschien hijzelf wel. Hoe dan ook, vanavond concludeerden de schoonmoedermepper en ik dat hij was uitgegroeid tot een goed geslaagd exemplaar.
„Hoe reageerde die moeder eigenlijk op die klap van jou?”, vroeg ik haar nog.
„Ze moest huilen.” Weer schoot ze in de lach om de strenge twintiger die ze ooit was. „En ook dat vond ik nogal zwak.”