Opinie- en ruziemaker Chris Klomp (54) voelt de tijd dringen door diagnose kanker. ‘Ik heb nog heel veel te vertellen en minder tijd om het te vertellen’
Chris Klomp gaat altijd met gestrekt been in de discussie: "Ik snap best als mensen alleen een paar tweets zien, denken: wat is dat voor een klootzak.” Foto: Frank de Roo
Chris Klomp (54) is ziek. Heeft kanker. En in ‘zijn’ online wereld wensen de haters hem dood. Omdat ze hem haten. Maar eigenlijk is Chris Klomp best een lieve jongen.
Rechtbankjournalist, maar nog meer opiniemaker. Chris Klomp (Ooststellingwerf, 11 augustus 1971) werkte in een grijs verleden bij deze krant en werd een – hij vindt het een vreselijk woord – influencer. Hij werd een merk op sociale media.
Waar tegenstanders zijn bloed wel kunnen drinken.
Hij strijdt op de socials tegen coronawappies, extreemrechts en complotdenkers. Met gestrekt been. Het levert hem dagelijks tientallen bedreigingen op. Tot de dood aan toe.
Die dood is sinds zijn diagnose – prostaatkanker met uitzaaiingen – een stukje levendiger geworden.
Waar hij woont – we zeggen niet waar dat is, vanwege de veiligheid – steekt hij maar weer eens een sigaret op. „Ik heb dat roken voorgelegd aan de oncologisch verpleegkundige. Die zei: ‘Geniet er nog maar even van’. Dat vind ik aan de ene kant fijn. Aan de andere kant denk ik: What the fuck! Hoe snel gaat dit?”
"Er zijn heel veel mensen die kanker krijgen. Als kinderen kanker krijgen, waarom zal ik op mijn 54ste miepen dat het zo onrechtvaardig is?" Foto: Frank de Roo
Hoe snel gaat dit?
„De doctoren weten mijn levensverwachting niet. Eerder jaren dan maanden, zeggen ze. Maar dat ik mijn pensioen niet haal, is wel duidelijk, denk ik. Het hangt nog wel af van wat de behandeling doet.”
Hij drukt zijn peuk uit in de asbak bij het balkon. „Die verpleegkundige zei ook: ‘Als je aan de chemotherapie begint, is het goed te minderen’. Ik denk dat ik dan stop. Ik kan heel goed stoppen. Probleem is alleen dat ik steeds weer begin.”
Hoe ben je eronder?
„Grappig is dat. Heel veel mensen zeggen: je leven staat op zijn kop. Ik ben van nature somber, maar heb daar nu helemaal geen last van. Het is wat het is en het komt zoals het komt. Weet je? Je verlegt steeds je grenzen. Eerst denk je: als het maar geen kanker is. Daarna hoop je dat het niet uitgezaaid is. Zo ga je van het ene slecht-nieuws-gesprek naar het andere.”
Hoe zie je zoiets? Noodlot? Onrechtvaardig?
„Er is geen recht op rechtvaardigheid. Dat is een menselijk construct, vastgelegd in wetboeken. Maar in het grotere geheel is dat natuurlijk niet zo. Ik ben ook niet uniek. Er zijn heel veel mensen die kanker krijgen. Als kinderen kanker krijgen, waarom zal ik op mijn 54ste miepen dat het zo onrechtvaardig is? Ik had het ook liever anders gewild, maar vind het vrij narcistisch om te zeggen: dit verdien ik niet. Niemand verdient dit.”
„Als je dit soort ziektes krijgt, is het vooral heel erg kut voor je omgeving. Zelfs als ik dood ben, zitten zij er nog mee. Waarschijnlijk niet zo heel lang, want mensen vergeten snel. Uiteindelijk zal ik vergeten worden. De wereld draait door, iedereen is vervangbaar, we zijn maar sterretjes en dat soort praat.”
We zijn best veerkrachtige wezens, toch?
„Klopt. Ik zie dat ook in mijn werk, bij moord- of zedenzaken. Voor nabestaanden staat het leven stil. En dan kom je buiten en dan fietst er een kind voorbij. Je eigen leed is heel beperkt en de wereld doesn’t care. En dat is goed.”
"De mens deugt voorwaardelijk. Die scheidslijn tussen goed en slecht is heel dun en loopt door je hart, niet door de maatschappij.” Foto: Frank de Roo
Hij pakt een kussen van de bank, drukt het tegen zijn zij en trekt z’n knieën op.
Heb je nu last?
„Ja, van mijn ribben. Ik neem even een pijnstiller. Vanochtend vergeten. Druk en ik moest nog douchen. Want de wereld draait door. Ja.”
Chris Klomp kreeg zijn diagnose nadat hij met klachten bij de huisarts kwam. Pas op het laatst werd zijn PSA-waarde (hoeveel eiwitten de prostaat aanmaakt) getest. Zelfs nadat Klomp vertelde dat ook zijn vader prostaatkanker had gehad, ging er geen alarmbel af.
Neem je de huisarts iets kwalijk?
„Nee. Ik ben niet zo… Ik wil niet… Kijk, die man doet het niet bewust. Maar ik denk wel dat ie er laconiek mee om is gesprongen. Misschien had het niks uitgemaakt, maar ik had die maanden graag willen hebben om al met de behandeling te starten. Dat zie ik als verloren tijd. Misschien had ik meer kans gehad op een langer leven.”
Je bent heel openhartig. Je had bijvoorbeeld ook ‘nee’ kunnen zeggen tegen dit interview.
„Ik ben altijd open, over mezelf en ook over de haat. Ik vind het geen enkel probleem om over mezelf te vertellen. Maar nu vind ik het ook belangrijk dat mensen op de hoogte zijn zodat ze hun PSA gaan testen.”
Ga je schrijven over kanker?
„Ik moet daar goed over nadenken, want het is allemaal best snel gegaan. Ik heb het gevoel dat ik er qua verwerking steeds achteraan hobbel, want je gaat maar door en door. Ik ben voortdurend bezig. Kijk maar naar mijn profiel.”
Vooropgesteld: jij en ik zijn heel verschillend. Social media hou ik het liefst ver van mij.
„Dat snap ik.”
Maar ik las een reactie op het artikel waarin jij schreef dat je kanker hebt. Iemand schreef dat de dag dat jij hoorde dat je kanker had, haar mooiste dag was. Wat doet dat met je?
„Vooropgesteld: er waren ook duizenden lieve reacties, we moeten ons niet alleen richten op de haat. Maar je eerste neiging is: what the fuck, wat zijn dit voor idioten? Maar ik snap het wel. Met name complotdenkers hebben van hun strijd hun identiteit gemaakt. Mijn kritiek op hun denken voelen ze als persoonlijke krenking. Ze willen het leed wat ik hun aandoe – in hun ogen dan – net zo terugdoen. Het is makkelijk om te zeggen: deze mensen zijn intrinsiek slecht. Maar ik snap waarom ze het zeggen, hoe laag ook.”
Mensen zijn vreemde schepsels, vind je niet?
„De mens deugt voorwaardelijk. Als de mens een leuke baan heeft, een leuk inkomen, een goed netwerk en alles gaat crescendo, dan is het makkelijk om het juiste te doen, om te deugen. 25 jaar in de rechtbank heeft me geleerd dat de meeste verdachten niet slecht zijn. Ze worden door de omstandigheden rijp gemaakt om het slechte te doen. Het verlies van je baan, een relatiebreuk: het brengt het slechtste in een mens naar boven. Die scheidslijn is heel dun en loopt door je hart, niet door de maatschappij.”
Hoe bedoel je dat?
„Veel mensen denken dat er een scheidslijn is tussen goede en slechte mensen. Maar die lijn loopt door je hart. Jij kunt nu het goede doen en er kan morgen iets gebeuren waardoor je het slechte doet.”
En als ik zeg dat ik nooit op het criminele pad terecht zal komen?
„Dan lach ik je uit. Geloof me, ik heb het meegemaakt. Mensen die bijvoorbeeld niet kunnen verkroppen dat de ander is weggegaan, kunnen heel rare dingen doen. Ik heb zelf een relatie van negen jaar gehad. Toen die werd verbroken, was ik jaren van streek. Ik raakte echt depressief.”
En dan knapt er iets?
„Ik geloof er heilig in dat wij allemaal in staat zijn om een moord te plegen. Of om tijdens de Tweede Wereldoorlog als kampbeul te werken. In potentie zijn we onder de juiste omstandigheden tot het slechte in staat. Naar die kampbeulen is onderzoek gedaan: dat bleken overwegend geen intrinsiek slechte mensen, maar door de omstandigheden waren ze overtuigd dat ze het juiste deden. In dit geval: de Joden vermoorden.”
"Uiteindelijk zal ik vergeten worden. De wereld draait door, iedereen is vervangbaar, we zijn maar sterretjes en dat soort praat.” Foto: Marco Keyzer
Wat wil jij bereiken met jouw werk?
„We zitten in een informatieoorlog, worden van alle kanten bestookt met desinformatie. Journalisten worden niet meer serieus genomen. Ik probeer de complotdenkers tegen te spreken. Niet om hen te overtuigen, maar wel om mensen die twijfelen te overtuigen. Ik krijg mails van mensen die zeggen: dankzij jouw stukken geloof ik niet meer in die complotten.”
Ik ben ook journalist, maar wat minder pretentieus, denk ik dan.
Zijn telefoon rinkelt onophoudelijk. Chris Klomp staat op en drukt meerdere malen de oproep weg. „Hmm. Tsja. Ik word de hele tijd gebeld. Een stalker heeft mijn gegevens doorgeven aan allemaal bedrijven. Die bellen mij onophoudelijk omdat ik belangstelling zou hebben voor van alles. De politie weet er al van.”
Tegenover die pretenties zet ik mijn privéleven. Dit soort telefoontjes, bijvoorbeeld.
„Snap ik. Het is nogal een hoge prijs die ik hiervoor betaal. Je levert een deel van je privéleven in: ik sta onder politietoezicht, er is een aandachtvestiging op dit adres, ik loop al zes jaar met een noodknop, er zijn rechtszaken waar ik beveiliging nodig heb. Het heeft nogal gevolgen. Ik kan het heel veel journalisten niet aanraden.”
Nou, mij niet gezien.
„Het moet bij je passen. Ik bemoei me graag met dingen, ben niet bang voor conflicten. Mijn vader was in het Noorden een bekende vakbondsman, streed voor rechtvaardigheid, betere omstandigheden. Misschien komt het daar vandaan. En ik ben redelijk dol op aandacht, sta redelijk graag in middelpunt van de belangstelling.”
Dat valt mij ook op: soms gaat het meer over Chris Klomp dan over de complotten zelf.
„Dat heeft ook te maken met mijn uitzonderingspositie in de media. Ik werk met een donatiemodel; dat werkt door bereik en tractie. Daarvoor leefde ik, net als jij nu, op een uurtarief van de mainstream media.”
Mainstream media? Zeg jij dat nou? Dat is toch een term die wordt gebruikt voor media die volgens critici door de overheid wordt betaald?
„Haha, klopt. Maar het is op zich een redelijke term. Nou ja, traditionele media dan.”
Chris Klomp begon zijn journalistieke carrière in 2000 als medewerker bij Groninger Dagblad Stad, de voorloper van deze krant. Hij vervolgde zijn loopbaan onder meer bij de onlineredactie van het Algemeen Dagblad. In 2014 begon hij een betaald rechtbankaccount op Twitter. Eind 2020 koos Klomp voor een uniek verdienmodel: een eigen website waar lezers kunnen doneren.
„Ik sprak met Jan-Jaap Heij, oud-hoofdredacteur van De Pers en oprichter van Reporters Online. Die zei: jij bent een merk, weliswaar op social media dus beperkt, maar je kunt je naam linken aan wat je doet. Marketing is een belangrijk deel van wat ik doe. ‘Ja’ zeggen tegen interviews, podcasts, is dus onderdeel van mijn werk.”
Chris Klomp in 2010, toen hij het platform Twitter als rechtbankverslaggever gebruikte. Foto: Archief Jan Willem van Vliet
Maar dagelijkse bedreigingen – stalkers die bedrijven laten bellen – zijn dat ook.
„Deels roep ik dat over mezelf af door met gestrekt been erin te gaan. Want dat doe ik. Ik reageer niet zoals een normale journalist. In vaste loondienst zou dat ook niet kunnen, want dan ben je onderdeel van het merk.”
Maar er zijn nogal wat maatregelen, zoals die noodknop. Hoe reëel is de dreiging?
„De bedreigingen zijn heftig, maar de kans is niet heel groot dat ze ten uitvoer worden gebracht. Probleem is dat je nooit weet wie van de zoveel duizend haters wél tot actie overgaat. Ik kreeg laatst een audiobericht op Facebook: ‘Het laatste wat ik doe is jou doodtrappen’. Bleek iemand te zijn die net vrij was gekomen en bekend staat als vuurwapengevaarlijk. Kijk, dan wordt het link.”
Beangstigend.
„Ik ben niet bang, maar het is ook niet lollig. Laten we wel wezen: in het echte leven weet 99 procent niet wie Chris Klomp is, maar er is altijd die dreiging van die ene procent.”
En je blijft maar met gestrekt been erin vliegen.
„Op de een of andere manier vinden we iemand die opkomt voor onrecht in het échte leven een held. Maar als je online iets doet tegen criminelen en aso’s, dan verlaag je je ineens tot hun niveau. Als iemand voordringt bij de kassa, zeg jij toch ook: ‘Hé, mafkees!?’”
Ik denk het niet. Ik zou me die moeite besparen, geloof ik.
„Ik denk dat ik een soort… Passie? Eergevoel? Een ego heb dat ik moet opstaan tegen onrecht. Dat zou iedereen toch moeten doen?”
Stil.
„Alhoewel. Dan zou waarschijnlijk iederéén ruzie met elkaar hebben, haha. Maar je bent het toch met me eens dat we elkaar moeten aanspreken op gedrag?”
Daar kan ik weinig tegen inbrengen.
„De vraag is wel wat je ermee opschiet. Wat ik doe, is niet echt verbindend…”
Wij hebben nog steeds geen ruzie.
„Mensen die mij tegenkomen zeggen vaak: je bent helemaal niet zo’n klootzak. Ik maak in het echte leven niet veel ruzie met mensen. Ik denk dat ik snap waar mensen vandaan komen en leg op mijn beurt uit waarom ik zeg wat ik zeg. En in een interview als dit heb ik daarvoor meer ruimte dan een paar tweets. Want ik snap best als mensen alleen een paar tweets zien, denken: wat is dat voor een klootzak.”
En met het slechte nieuws dat je hoorde…
„O, je maakt een bruggetje?”
Klopt. Want ben je anders gaan denken nu je leven in ander daglicht is komen te staan?
„Nee, ik ben gedrevener dan ooit. Dit klinkt pathetisch, maar in de tijd die mij nog rest…”
Tromgeroffel… Nu komt de kop boven het verhaal?
„Nee, de kop mag wel zijn ‘Kanker is niet altijd even leuk’. Wat ik wilde zeggen: in de tijd die mij nog rest, voel ik meer dan ooit de drang te schrijven wat ik wil schrijven. Ik heb nog heel veel te vertellen en minder tijd om het te vertellen. Het voelt net of ik de tijd voor wil blijven.”
En die kop? ‘Kanker is niet altijd even leuk’?
„Ik probeer zoveel mogelijk te relativeren, de humor ervan in te zien. Niet omdat ik diepe gesprekken schuw. Integendeel. Kanker heeft in zoverre ook mooie dingen: het is ontzettend cliché, maar de verbinding met mensen om je heen wordt anders. Er is meer diepgang en oprechte interesse.”
Je zou bijna zeggen: iedereen zou kanker moeten hebben.
„In de kern hou ik van oprechte emotie. Heel veel om ons heen is nep. Op het moment dat dingen echt heftig worden, valt alle bullshit weg. Dan draait het om de echte dingen in het leven. Alleen jammer dat je er kanker voor moet krijgen.”
Paspoort
Naam: Chris Klomp
Geboren: 11 augustus 1971 te Ooststellingwerf
Opleiding: School voor Journalistiek
Loopbaan: OOG Radio, Groninger Dagblad Stad, RTV Noord, Dagblad van het Noorden, ANP, Algemeen Dagblad en diverse publicaties in tijdschriften.
Hobby: fotografie
Prive: drie kinderen, heeft vriendin, woont in de Randstad