Veel jongeren voelen zich eenzaam of gestrest en weten niet wat ze kunnen doen om zich beter te voelen. Maandag is het Blue Monday, de zogenaamd deprimerendste dag van het jaar. Aanleiding voor Irma van Steijn, GZ-psycholoog en columnist van deze krant, eens in de oorzaken te duiken. „Jongeren zelf mogen echt wat handiger worden met hun eigen stress.”
‘Twintigers bruisen van de energie, ze zien weinig gevaar en leren graag nieuwe dingen. Ze zijn ook onzeker, maar ze weten dat ze beter worden van foutjes maken. Hun veerkracht en doorzettingsvermogen zijn groot!”
Noa is een 20-jarige studente die me bevreemd aankijkt wanneer ik bovenstaande zinnen voorlees. Noa: „Dan ben ik 60 jaar ouder dan ik altijd dacht. Ik heb geen enkele energie en daardoor wil ik juist helemaal niets meer.”
De generalistische uitspraak uit de eerste alinea hoorde ik 35 jaar geleden, in de collegebank bij ontwikkelingspsychologie. Ik vond dat toen heel gewoon en bovendien herkende ik mezelf erin. Maar hoe anders is het vandaag de dag? Uit de Monitor mentale gezondheid en middelengebruik hoger onderwijs blijkt dat 46 procent van de studenten kampt met milde tot ernstige klachten van stress of depressiviteit. Veel jongeren voelen zich eenzaam of gestrest en weten niet wat ze kunnen doen om zich beter te voelen. Wat is er aan de hand en wat kunnen we hieraan doen?
Echte verbinding essentieel
Echte verbinding is inderdaad één van de aspecten die bewezen effectief is in het gevoel gelukkig te zijn. Eenzaamheid, ook in gezelschap, is giftig. Een mens heeft het nodig ergens bij te horen, onderdeel te zijn van een ‘stam’ waarin je op elkaar kunt bouwen. Veel studenten hebben digitaal veel verbinding, op sociale media heb je zomaar honderden vrienden, maar zo’n ‘stam’ is veel te groot.
En hoewel sociale media veel mogelijkheden biedt, kan het juist tot eenzaamheid en een negatief zelfbeeld leiden. Jongeren hebben de neiging zichzelf te vergelijken met anderen en op internet leg je het meestal af tegen al die zogenaamd gelukkige levens van de ander. Of je laat je besmetten door influencers die je vertellen dat ze ADHD, autisme of een depressie hebben en dat jij dat waarschijnlijk ook hebt.
Ook heeft het digitale leven onder veel jongeren geleid tot angst en onvermogen om face to face te communiceren, ze weten niet goed hoe dat moet en een mailtje of appje is veel gemakkelijker, helemaal als het een beetje schuurt. Noa: „Bellen? Dat doe je gewoon echt niet hoor!”
Met warmte begrenzen
Is het toevoegen van verbinding genoeg? Nee, zeker niet. Een belangrijke rol is weggelegd voor alle volwassenen om kinderen en jongeren heen. Wat mijns inziens mist is een kader, een duidelijke koers in wat wel en niet kan en de hulp van volwassenen om jongeren te leren doorzetten, al ruim voor dat ze 20 zijn. ‘Met warmte begrenzen’, dat is best een hele kunst.
Veel jongeren hebben ouders die goedbedoelend alle obstakels voor hun kroost wegnemen, alles voor het geluk van hun kind. Ik doel hiermee op ouders die het huiswerk van hun kind maken; kinderen die na drie sportlessen mogen stoppen omdat ‘het niet zo leuk is’ terwijl er voor een seizoen betaald is; kinderen op een elektrische fiets zonder dat er iets aan hun benen mankeert en kinderen die rustig 8 uren per dag achter een beeldscherm mogen zitten en dan verbaasd zijn dat ze slecht slapen.
Slapen is een van de belangrijkste manieren om te herstellen, om veerkracht te ontwikkelen en bijna alle mensen, inclusief jongeren, slapen veel te weinig. De belangrijkste boosdoener is onze mobiele telefoon. Het zijn de volwassenen die kinderen hiertegen moeten beschermen, zij kunnen dat zelf nog niet en zonder begrenzing op tijd zullen ze in hun studententijd volledig verslaafd zijn.
Energie en veerkracht
Structuur en samen aanklooien
Maar nu genoeg gedroeftoeterd! Want we kunnen best een heleboel doen, met elkaar. We kunnen samen de Vermijdingvan het ongemakkelijke leren opheffen. Volwassenen mogen wat mij betreft dus veel meer begrenzen, op een warme manier. Biedt structuur en start bij voldoende slaap, verbied dus de telefoon mee naar bed te nemen.
Leer jongeren weer face tot face dingen bespreken. En dan bedoel ik niet debatteren, maar juist nieuwsgierig zijn, samen dingen oplossen. Aanklooien, foutjes maken, doorzetten als iets niet lukt en niet opgeven. Fietsen op een gewone fiets (tenzij dat echt niet anders kan), op tijd naar college en samen trots zijn als iets is gelukt.
Jongeren zelf mogen echt wat handiger worden met hun eigen stress. Nu vertellen jongeren mij dat ze stressklachten hebben en proberen ze steeds meer dingen die stress opleveren te vermijden, bijvoorbeeld hun opleiding of een moeilijk gesprek. Maar eigenlijk moeten ze leren hun stresssysteem beter te gebruiken, er is immers stress nodig om te presteren en na die stress mogen ze weer herstellen.
Als je een tentamen uitstelt omdat je onvoldoende energie had om te studeren, dan levert dan vanzelf negatieve stress op. Jongeren kunnen leren slimmere stress-ritmes te maken en gezondere keuzes te maken, liefst in verbinding met elkaar. Noa ging hiervoor naar de Vitaliteitsfabriek in Leeuwarden, een plek waar je veerkrachtvaardigheden leert en merkte dat ook zij energiek en veerkrachtig kan zijn. Noa: „Ik had het niet in mijn eentje gekund, maar samen is het zelfs leuk!”
Podcast
De Uitkijkers, onderdeel van Innovatiepact Fryslân (de Economic Board van Friesland met een strategisch platform en een organisatie met executiekracht; een pact van ondernemers, onderwijs en overheden) en Arcadia (een 100-daags cultureel programma in Friesland van 17 mei tot en met 24 augustus), vraagt aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren.
In gesprek met studenten en docenten van NHL Stenden Hogeschool ontdekten ze dat het voeren van een echt gesprek, met veel doorvragen, van essentieel belang is. In een podcast delen ze hun ervaringen, zie: www.deuitkijkers.nl/vraag-door.