Wicher Schuurman, schrijver van de voorstelling 'God en Menso' voor theaterproject Veur Alied. Foto: Anjo de Haan
Zes Groningse oude kerken zijn geselecteerd voor Veur Aaltied. Onder die noemer vormen historische gebeurtenissen, terug te leiden tot deze kerken, de basis voor voorstellingen. Regel één: de dorpen worden erbij betrokken.
Ze staan in de rij om mee te mogen doen, de oude kerkjes en hun dorpen. Zo jaagt het theaterproject Veur Aaltied de gemeenschapszin aan, met veel lokale spelers, en nog meer lokaal publiek. Bovendien stimuleren de voorstellingen nieuwsgierigheid: de verhalen zijn verzonnen, maar hebben historische personen en gebeurtenissen als startpunt. En de orgels doen mee, bespeeld door Euwe Zijlstra. Niet voor niks heeft de provincie Groningen er geld voor over.
Friesland ook trouwens. Daar speelt op 6 mei in Boer-Ried de eerste Veur Aaltied-productie, waarna er tot november elke maand een nieuwe volgt: vier Fries, zes Gronings. ,,Meer kunnen we niet behappen”, zegt artistiek leider Ben Smit.
Opvallend: niks Drents. ,,Drenthe blijft lastig. Daar zit geen overkoepelende organisatie als Stichting Alde Fryske Tsjerken en Stichting Oude Groninger Kerken.” Dus gaat Veur Aaltied zonder Drenthe op voor de derde editie.
Donatuskerk – Leermens: de smid en zijn bronzen klok
God en Menso, 6 en 7 juni, tekst Wicher Schuurman, regie Jorrit Boonstra.
Het verhaal draait om de 15de-eeuwse dorpssmid Menso, een fictief personage, die na jaren van ondergewaardeerd ijzerwerk een bronzen klok mag gieten voor de kerk. Hij laat zijn werk aan het hek voor het graf van Aaltje zitten en gaat aan de slag, strijdend tegen onwillige dorpsgenoten, de hotemetoten van de voorste rijen, en met zijn eigen onzekerheid. Er ligt bij de kerk – niet verzonnen – een Aaltje (Burema) begraven, overleden in haar eerste levensjaar.
,,De geschiedenis vermeldt een pastoor genaamd Schenkius. Bijnaam, ja, misschien. Hij schijnt een borrel te hebben gelust. Te dankbaar om dat gegeven te laten liggen”, zegt Schuurman. ,,Ook de hagioscopen in de Donatuskerk zijn een aansprekend gegeven, gaten in de muur waardoor de verschoppelingen in mijn verhaal van buiten toch nog konden volgen wat zich binnen voltrok.”
Hervormde kerk – Nieuwolda: de orgelbouwer, de gemiste boot en de roof
Het Wenthinorgel: ‘kovvie mit kouke’, 27 en 28 juni, tekst Liesbeth Groenwold, regie Bas de Bruijn.
Liesbeth Groenwold schreef een ’crimi’ gebaseerd op een historisch gegeven. Orgelbouwer Johann Wenthin krijgt in 1787 de opdracht voor de kerk van Nieuwolda. Wenthin woont in Emden en hij moet, met een zak loon, op tijd thuis zijn voor zijn jarige vrouw Catharina. Dat is hem eerder al eens mislukt.
Groenwold: ,,Bronnen vertellen dat Wenthin daadwerkelijk de trekschuit die hij wilde nemen heeft gemist en daarna is beroofd, wat ik in mijn verhaal meeneem.” Schipper Schoon, die hem na dat mislopen van de trekschuit een ‘lift’ geeft, speelt een weinig frisse rol. Als dat maar goed afloopt. ,,Bas en ik hebben er veel plezier in.” Met een peloton spelers uit de buurt doet de voorstelling recht aan het uitgangspunt. ,,Er zijn twee levendige toneelverenigingen. De grote ramen in de kerk zijn voor de voorstelling ook heel mooi.”
Jacobuskerk – Zeerijp: gestrand op weg naar Compostella
Riepster licht, 12 en 13 september 2025, tekst en regie Maaike van den Hoek.
Imposant, die vroeg-Gotische Jacobuskerk, genoemd naar apostel Jacobus de Meerdere. ,,Prachtige plek om te spelen”, zegt Maaike van den Hoek. Riepster licht gaat over Caminoloopster Mirna Wegmans, echt bestaand, nu, praktijkondersteuner bij een huisarts. Ze wil in de Jacobuskerk een stempel halen en dan in twaalf weken door naar Santiago de Compostella. Helaas, ze komt in Riepster licht niet verder dan Zeerijp. Van den Hoek: ,,Is mijzelf overkomen, haha!”
Het personage Wegmans stuit in die kerk samen met een grote groep mede-pelgrims (de bezoekers van de voorstelling), schuilend voor een storm op mythische verschijningen, zoals een cycloop, een gevallen engel en meer, terwijl die pelgrims alleen zijn gekomen voor het Riepster licht, dat slechts te zien is op 12 en 13 september 2025 (o, toeval).
Volgens de legende ‘brandde’ het licht eenmalig, voor het jaar 800. Twaalf mannen die de wetten van Karel de Grote moesten uitschrijven weigerden dat en werden daarom in een stuurloze boot de zee op gedreven. Maar was dat Riepster licht nu een reddend lichtbaken, of juist een duivelse misleiding?
Kerk Kolham – Kolham: de vrouw van 2.40 meter
Abeltje, 17 en 18 oktober, tekst Marija Katic, regie Rozan Vergeer.
De witgepleisterde 17de-eeuwse kerk in Kolham met zijn donkerrode bezoldering en dito dakruiter (torentje) is de locatie voor Abeltje, gebaseerd op de ware geschiedenis van Abeltje Lubbers. Zij groeide en groeide maar door, tot ze 2.40 meter lang was, letterlijk de Grootste Groningse ooit.
De diaconie die haar vanaf 1777 als wees grootbracht, wilde haar tentoonstellen en was vervolgens bang dat ze met ‘zwervende personen’ op pad zou gaan. En jawel, ze haakte aan bij een door Duitsland trekkend circus, waarbij ze als ‘ABELTIE, die grosse Riessin’ aan het publiek werd getoond.
Een treurig verhaal over een vrouw die wordt uitgebuit? Abeltje-auteur Maria Katic: ,,Regisseur Rozan Vergeer en ik zitten op één lijn: wij zien dat totaal anders. Abeltje was een sterke vrouw die haar eigen keuzes maakte. Uit de overlevering blijkt zelfs dat ze in kringen van Goethe moet hebben verkeerd.” In de voorstelling speelt daarom Faust een rol, waarbij Abeltje verliefd wordt op een kunstenaar en de grenzen van kunst, geloof en liefde verkent.
In het echt had Katic pech. Ze ging naar Londen om in het British Museum de gravure te bekijken die Abeltjes lengte verbeeldt. ,,Er was een Picasso-expositie. Abeltje was daarvoor van haar plek gehaald.” Op deverhalenvangroningen.nl is de gravure wél te zien.
Nederlands Hervormde Kerk – Midwolde: strijd tegen kerkvernieling
Pronk versus Praal, 17, 18 en 19 oktober, tekst Ben Smit, regie Niels Smit Duyzentkunst.
De kerk in Midwolde kent een sierlijke trekpleister: het marmeren praalgraf dat Rombout Verhulst in 1665 vervaardigde in opdracht van de jonge weduwe Anna van Ewsum, die hiermee haar twee gestorven echtgenoten Carel en Georg von Inn- und Knyphausen wilde eren, de tweede een achterneef van de eerste.
In Pronk versus Praal, dat schrijfster Mariken Jongman door omstandigheden moest laten uitwerken door Ben Smit, duikt Anna inderdaad op, als het achterachterkleinkind van de stichters van Landgoed Nienoord in Leek. In een sprong naar het heden wil architect Lodewijk Pronk de kerk en zijn graf eens flink moderniseren, annex toetakelen. Daartegen komt Anna samen met haar betovergrootmoeder Beetke van Rasquert in het geweer – dus met een dubbelsprong weer flink terug in de tijd. Een gevecht tussen ambitie en herinnering ontspint zich.
Smit: ,,De prachtige kerk en zijn historie zijn prima voer voor zo’n voorstelling, die ook nog actueel is. Bovendien is het mooi om de schijnwerpers te kunnen richten op Midwolde, dat altijd overruled wordt door Leek.”
Petruskerk – Pieterburen: een watergeus en een lokale profeet
Brood, 1 en 2 november, tekst Nico van der Wijk, regie Ben Smit.
De 15de-eeuwse Petruskerk in Pieterburen is een plaatje, ook al zonder de rijkversierde triomfboog in het interieur. De kerk vormt het decor van de voorstelling Brood en schrijver Nico van der Wijk werkt inderdaad naar de oorspronkelijke opdracht van Veur Aaltied: neem een graf en de begraven persoon bij een kerk als uitgangspunt.
In dit geval gaat het om Diederik van Sonoy, een watergeus, in 1597 gestorven in de borg Dijksterhuis, noordelijk van Pieterburen, die werd gesloopt in 1903. Sonoy kreeg een graf in de Petruskerk. Zijn weduwe kwam er later bij liggen. Een rouwbord uit 1613 verwijst naar de twee.
Sonoy biedt als Noord-Hollandse, later verstoten meedogenloze jager op katholieken in de tijd van de reformatie samen met zijn graf in de kerk aanknopingspunten voor een rijk verhaal. ,,Een houwdegen, massamoorden op zijn naam”, schildert Van der Wijk.
Een tweede inspiratiebron is de zelfverklaarde profeet annex ‘leraar’ René Kres, tevens mimespeler. Hij stichtte in 1974 de leefgemeenschap Impuls, die uitgroeide tot een commune, die zoals veel andere aan narigheid ten onderging. De commune bakte zijn eigen brood: daar heb je de titel.
Het klinkt stevig maar Van der Wijk en regisseur Ben Smit beloven juist een avond vol muziek, gezelligheid en een groot gevoel van eenheid en saamhorigheid, plus een schimmel die dat verziekt: humor versus drama, uiteindelijk toch allemaal bedoeld om het leven te vieren.