Vogels op het wad bij Holwert. Foto: Jacob van Essen
Eens in de vier jaar stemmen Nederland, Duitsland en Denemarken de bescherming van de Waddenzee op elkaar af. Deze week is er een driedaagse conferentie in Esbjerg, wat staat er op het spel?
Eigenlijk staat nog hetzelfde op het spel als bijna veertig jaar geleden, toen in 1987 de samenwerking tussen Nederland, Duitsland en Denemarken begon, zegt Katja Philippart. Het doel is samen de Waddenzee proberen te behouden en ontwikkelen als natuurgebied.
„Dat wordt steeds spannender”, ziet Philippart, de directeur van de Waddenacademie, die als lid van de Nederlandse delegatie mee afreist naar Esbjerg. Dat houdt in dat ze bij de overleggen is tussen de drie natuurministeries van Nederland, Duitsland en Denemarken. Deze vierjaarlijkse conferentie is een belangrijk moment om de samenwerking goed op elkaar af te stemmen, benadrukt Philippart. „En die is meer dan ooit nodig. Zulke kansen krijg je verder niet.”
Katja Philippart, directeur van de Waddenacademie. Foto: Jan Spoelstra
Het doel is nog hetzelfde als in 1987, maar de druk op de natuur neemt steeds meer toe, zegt Philippart. „Het wordt steeds ingewikkelder om uit te kunnen voeren. Een belangrijk element is klimaatverandering, daar waren we ons veertig jaar geleden nog niet echt van bewust. Dat heeft effect op planten en dieren in het gebied.”
Gedoe met ministers
Minder dan een week voor de conferentie is het definitieve programma nog niet rond. Tot voor kort dreigde zelfs dat Denemarken geen minister zou afvaardigen en dat het evenement op het hoogste ambtelijke niveau afgedaan zou worden. Oorzaak is dat Denemarken een nieuw kabinet krijgt en onduidelijk is wie bevoegd is. Uiteindelijk lijkt toch de ‘demissionaire’ minister met natuur in portefeuille vrijdag aan te schuiven, waardoor ook Nederland en Duitsland een minister sturen.
Arno Brok windt zich erover op. „Teleurstellend”, zegt de Commissaris van de Koning in Friesland als voorzitter van het Omgevingsberaad Waddengebied. „Er wordt al een jaar nagedacht over Esbjerg. Als zo’n belangrijke conferentie komt, wil je iedereen aan tafel hebben. Je moet je punt kunnen maken.”
Arno Brok. Foto: Jacob van Essen
De samenwerking tussen de drie landen is bittere noodzaak, zegt Brok. Het omgevingsberaad adviseert namens de visserij, de landbouw, de waddenzeehavens, de toerismesector, de natuurorganisaties en de wetenschap meerdere ministeries, maar in Duitsland en Denemarken is de zeggenschap over de Waddenzee „volslagen anders”. „De Waddenzee is een internationaal gebied, wij kunnen alleen problemen oplossen als we dat op Europees niveau doen. De opgaven zijn groot, dan kan alleen in eensgezindheid. „
Stroef
Dat de samenwerking tussen de drie landen stroef verloopt, blijkt almaar weer. Philippart wijst op de Europese Natuurherstelverordening, die voor alle landen in de Europese Unie geldt. „Het ligt voor de hand om als drie landen samen eerst vast te stellen waar we heen willen, maar dat blijkt hartstikke lastig.”
Waar het om gaat
Waar gaat het deze week om?
De vijftiende editie van de Trilaterale Regeringsconferentie over de Bescherming van de Waddenzee.
Waar zijn we?
In Esbjerg, de grootste havenstad van Denemarken.
Waarom moet ik dit weten?
De Waddenzee is het enige natuurlijke Unesco werelderfgoed in Nederland. Het hoort in een rijtje met het Great Barrier Reef, de Grand Canyon en de Galapagos eilanden.
Waar speelt dit nog meer?
In Nederland, Duitsland en Denemarken. De Waddenzee houdt niet op bij de Nederlandse grens.
De wil is er wel, maar de praktijk is weerbarstig, merkte ze onlangs nog in Hamburg bij een workshop van het Common Wadden Sea Secretariat. „Iedereen is aan handen en voeten gebonden: eerst moeten de plannen voor het eigen land worden uitgewerkt, en misschien liggen er daarna dan nog wat koppelkansen.”
Klimaatmaatregelen
Philippart ziet nieuwe drukfactoren voor de natuur, zoals klimaatmaatregelen die impact hebben op het leven in de Waddenzee. „Dat gaat snel nu.”
Als voorbeelden noemt ze dijkversterkingen en tekort aan zoet water in de zomer. „Die dijken worden niet alleen hoger, maar ook breder. Doe je dat aan de zeekant, dan verdwijnt er areaal van de Waddenzee”, schetst ze. En door oplopende tekorten aan zoet water wordt zoveel mogelijk daarvan vastgehouden op land en in het IJsselmeer. „Dat zie je nu alweer met dit droge voorjaar. Maar de natuur in de Waddenzee heeft ook zoet water nodig, het is eigenlijk een estuariene kuststrook. Dat wordt echt knijp.”
‘Vergeet de leefbaarheid niet’
Michiel Schrier, burgemeester van Vlieland, volgt de conferentie namens de vijf Waddeneilanden. „Vergeet de leefbaarheid niet”, is steevast zijn invalshoek als beleidsvorming over de natuur centraal staat. „Er moeten niet plannen gemaakt worden die daar grote nadelige effecten op hebben.”
Schrier kijkt dan bijvoorbeeld naar de veerverbindingen en ook de aanleg van kabels door de Waddenzee, die ervoor moeten zorgen dat er voldoende stroom op de Waddeneilanden blijft (als in de toekomst veerboten elektrisch gaan varen), maar ook opgewekte windenergie van de Noordzee naar het vasteland transporteren.
Burgemeester Michiel Schrier van Vlieland. Foto: Met Linde Fotografie
„Je ziet het ook aan het baggeren van de vaargeulen naar Ameland, dat heeft een grote impact op de natuur. Maar een goede verbinding is essentieel voor de eilandbewoners. En wat doet verplaatsing van veerhavens met de natuur? Die discussies raken de Waddeneilanden, omdat we in een heel kwetsbaar natuurgebied zitten.” En ook toerisme moet als belangrijke economische sector mogelijk blijven, zegt Schrier.
Eén lijn
Dat het niet goed gaat met de natuur in de Waddenzee, is volgens Schrier evident. Hij vindt het zaak dat de regeringsleiders van Nederland, Duitsland en Denemarken meer op één lijn komen in de bescherming van de Waddenzee. Het verbaast hem dat de grenzen van het Unesco werelderfgoed per land verschillen.
Het werelderfgoed Waddenzee strekt zich uit van Den Helder tot iets ten noorden van Esbjerg. Illustratie
„In Nederland vallen de eilanden er niet onder, en in Denemarken ook niet, maar in Duitsland deels wel. Bovendien horen in Duitsland en Denemarken ook stukken Noordzee bij het werelderfgoed. En in Duitsland vallen zeegangen en havens er weer buiten. Wij kunnen van alles doen, maar als Duitsland en Denemarken minder doen, gaat het hem niet worden.”