Forum Groningen van NL Architects. Foto: Peter de Kan
Loop het vernieuwde station uit en je staat oog in oog met het exuberante museum, loop een eindje door en je kijkt omhoog naar het imposante Forum: Groningen is altijd een architectuurpromotor van jewelste geweest. Leuk voor de toerist en de dagjestripper: een gids verzamelt nu honderd markante gebouwen bij elkaar.
Dat Forum Groningen de cover van het boek Groningen Architectuur Stad siert is eigenlijk een no-brainer. Het is volgens medesamensteller Peter Michiel Schaap het meest iconische gebouw van deze eeuw in de stad. „Was dit boek 15 à 20 jaar geleden geschreven, dan had ongetwijfeld het Groninger Museum voorop gestaan.”
Schaap en Erik Dorsman hebben in het overzichtswerk de honderd meest karakteristieke gebouwen in de stad Groningen op een voetstuk gezet. Voor architectuurliefhebbers en toeristen is het een onmisbare leidraad met tal van informatieve kaders, die in een notendop toont wat Groningen allemaal in huis heeft. Het is onderdeel van een reeks, waarin eerder Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Almere aan bod kwamen.
Architectuurhistoricus Peter Michiel Schaap. Foto: Anjo de Haan
Hoe stel je zo’n lijst samen? Het Platform voor Groningen Architectuur en Stedenbouw GRAS, waarvan Schaap de directeur is, heeft op de vernieuwde architectuur- en erfgoedlijst (zie: www.staatingroningen.nl) drieduizend waardevolle gebouwen in de gemeente geïnventariseerd.
„We waren met een clubje van zes mensen. Ieder van ons heeft daaruit een top 100 samengesteld. Het bleek dat pakweg twee derde ervan op ieders lijst stond. De rest hebben we gekozen vanuit het idee dat we diverse perioden en bouwstijlen aan bod wilden laten komen. We hadden alle Bouma-scholen kunnen opnemen, maar dat is een beetje overdreven.”
Vensterschool De Starter van Siebe Jan Bouma. Foto: Peter de Kan
Ongekende rijkdom
De oudste gebouwen die in de Groninger editie staan, zijn de dertiende-eeuwse Martinikerk en het Calmershuis aan de Oude Boteringestraat. Verder bestrijkt het zo’n beetje alle eeuwen, al zijn een aantal perioden op architectuurgebied meer vruchtbaar dan andere.
Dat geldt volgens Schaap in het bijzonder voor het tijdvak tussen 1910 en 1940. „Als je dat overziet, dan is dat van een ongekende rijkdom.” Hij doelt dan vooral op de Groninger variant van de Amsterdamse School. Zelf spreekt hij liever van de Groninger School. „Groninger architecten hebben een heel eigen interpretatie gegeven van de Amsterdamse School.”
Bernouilliplein van J.A. Boer. Foto: Peter de Kan
Als markant voorbeeld daarvan noemt hij het Bernoulliplein van J.A. Boer. „Als je daar langs fietst zie je een enorme variëteit, hoewel de bebouwing als één geheel overkomt. Hij heeft zich door allerlei stijlen laten beïnvloeden. Niet alleen door de Amsterdamse school, maar ook door de Nieuwe Zakelijkheid. Dat is werkelijk uniek.”
Ondergewaardeerd
Schaap breekt ook een lans voor de wederopbouwarchitectuur in de stad die vanaf 1949 werd gebouwd. Bij het grote publiek is die bouwstijl lange tijd ondergewaardeerd gebleven. Vergeleken met de wederopbouwarchitectuur in andere Nederlandse steden is die in Groningen van ‘bijzonder hoog niveau’. „Het was moeilijk kiezen in deze periode”, zegt Schaap
Er werden in de jaren vijftig veel oorlogsgaten opgevuld met karakteristieke bouwwerken in deze stijl van onder meer Frans Klein en Herman van Wissen, vooral aan de singels in de omgeving van het Groninger Museum. In het boek is bijvoorbeeld de Plantsoenflat op de hoek van de Westersingel en Reitdiepskade van Klein opgenomen. Deze geldt als een van de eerste flats van Groningen. De krant sprak destijds eerbiedig van ‘een miniatuur wolkenkrabber met de hoogste woongelegenheid van Groningen’. Het is typisch jarenvijftigbouw, opgetrokken in een combinatie van beton en baksteen met veel diepte en verdeling in de gevels.
Fenomenaal
De jaren zeventig en tachtig gelden als ‘een schrale periode’, al liep de stadsvernieuwing in Groningen samen met die in Amsterdam landelijk wel voorop. Verder staat ook Piet Bloms Academie Minerva erin, evenals Cultureel Centrum De Oosterpoort. „De grote zaal is simpelweg fenomenaal. Het verbaast me dat het nog geen monument is.”
Grote zaal van De Oosterpoort. Foto: Peter de Kan
Een andere bloeiperiode deed zich voor in de jaren negentig, waarin Alessandro Mendini en consorten het Groninger Museum ontwiepen, mede dankzij de inzet van wethouder Ypke Gietema en museumdirecteur Frans Haks. Daarna kwamen er meer Italiaanse architecten naar de stad, zoals Grassi (Openbare Bibliotheek, nu de Rechtenfaculteit) en Natalini (Waagstraatcomplex).
Brinkflats van Rem Koolhaas. Foto: Peter de Kan
Het was ook de periode van de experimentele architectuurfestivals als What a Wonderfuld World, A Star is Born en Blue Moon. Internationale grootheden als Zaha Hadid, Bernhard Tschumi en Toyo Ito lieten hun sporen na in de stad. Van John Hejduk werd postuum het Wall House gerealiseerd. En Rem Koolhaas tekende voor de Verbindingskanaalzone en de twee Brinkflats. Groningen liep voorop.
Sterke band
Schaap: „De innige band tussen de gemeente en Groninger architecten werd losgelaten. Opdrachten werden steeds vaker gegund aan architecten van buiten de stad. Overigens niets nieuws, want eind negentiende en begin twintigste eeuw was er een sterke band tussen Groningen, Amsterdam en Den Haag. Er werkten toen veel Amsterdamse en Haagse architecten in Groningen – en andersom.”
Na de Kredietcrisis van 2008 was het gedaan met de bloei. Op architectuurgebied was het lange tijd armoe troef. Lichtpunten waren het ‘cruiseschip’ van Duo (UN Studio), de Energy Academy Europe op Zernike (De Unie Architects en Broekbakema) en natuurlijk het Forum van NL Architects.
Momenteel gaat het volgens Schaap weer wat beter en heeft de stad met De Zwarte Hond, waarvan onder meer de fraaie Superhub in Meerstad is opgenomen, zelfs een architectenbureau voortgebracht dat tot de top van het land behoort.
Boek
‘Groningen Architectuur Stad’ is uitgegeven door Nai010. Prijs: 19,95 euro (128 blz.).
Bezoekers bezichtigen in 2015 de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch. In de zaal, een pronkstuk uit de Gouden Eeuw, kon publiek tijdens de openstelling in kleine groepjes onder begeleiding terecht. Foto: ANP