Wie ziet de meest bombastische libelle? Of de sierlijkste bermplant? Dat wedstrijdje voltrok zich de afgelopen dagen in Groningen vanwege de Week van de Biodiversiteit. Wat is het nut van zo’n spel?
Gekleurde bloemetjes, zwevende libellen, zoemende bijen en potsierlijke kevers. Ze stonden in de volle aandacht, vanwege de landelijke Week van de Biodiversiteit vorige week. Daarin organiseert de gemeente Groningen activiteiten samen met acht natuurorganisaties.
‘Scoor de soort’ is een van die activiteiten vanuit de Natuur en Milieufederatie Groningen. Liefhebbers uit de gemeente kunnen zich opgeven voor een wedstrijdje spot-de-meeste-soorten. Dit heet ook wel een ‘bioblitz’, een korte intensieve periode om soorten te zoeken binnen één gebied.
Lees onder in het verhaal van twee deelnemers: Afke Manshanden (33) en Jessy van Wieringen (21)
Citizen science: ‘een schat aan informatie’
Dat kan met de app ‘ObsIdentify’. Je maakt een foto van een insect of plant, en de app vertelt welke soort je te pakken hebt. Leerzaam natuurlijk, maar deze zogeheten citizen science (letterlijk: ‘burgerwetenschap’) heeft maatschappelijk waanzinnig veel nut.
Volgens Arnold van Vliet, expert in citizen science van de Wageningen University & Research, leveren zulke foto’s een schat aan informatie op. „Over hoe de natuur verandert in de tijd en hoe het met een bepaalde soort nu gaat.”
Internationale rapportages van Nederland zijn volgens hem voor het leeuwendeel gebaseerd op vrijwilligerswaarneming. We staan erom bekend. Elke dag weer zijn er duizenden waarnemingen, beheerd en geverifieerd door professionele organisaties zoals Netwerk Ecologische Monitoring.
Onbekend maakt onbemind
Ook voor de gemeente Groningen heeft deze manier van wetenschap veel nut. Allereerst voor bewoners zelf, vertelt Guido Hummel, projectleider leefklimaat van de gemeente Groningen. „Door bewoners foto’s te laten maken, raken ze bewust van de soortenrijkdom in eigen omgeving. Die neemt al decennialang af.”
Het gemeentebestuur wil de biodiversiteit graag versterken, dat begint volgens Hummel bij bewustwording. Immers: onbekend maakt onbemind. Door foto’s te nemen in de eigen buurt kom je er vanzelf achter hoeveel soorten er nog zijn. Of – in andere gevallen – hoe armoedig de buurten of bermen zijn. Je gaat de overblijvers koesteren. „Op die manier kunnen we inwoners bij die grote, vaak abstracte wereld van natuurherstel betrekken.”
Helpt bij vergunning- en maaibeleid
Maar deze citizen science levert ook concretere voordelen op voor de gemeente. Iets waar Hummels collega Hemmo Jager als adviseur ecologie veel profijt van heeft. Alle waarnemingen van ObsIdentify komen terecht bij de Nationale Database Flora en Fauna. En die gebruikt Jager – naast eigen onderzoek – om te bepalen of waardevolle soorten een bouwproject in de weg zitten of waar je minder intensief moet maaien omdat er bijvoorbeeld een beeldschone paarse morgenster bloeit.
Dankzij citizen science laat de gemeente inmiddels het gras langs de Kieler Bocht (een weg aan het industrieterrein in het zuidoosten van de stad) staan. Daar groeit graslathyrus, zo bleek dankzij citizen science. „Dat is een mooi rood bloemetje, en ook een Rode Lijst-soort. Maar deze bloem valt alleen op als het bloeit. Als niemand weet dat het ergens staat, is hij moeilijk te behouden.”
Sowieso steken alle burgerfoto’s Jager soms een hart onder de riem. „Dan zie ik bijvoorbeeld hoeveel bloeiplekken er zijn van ereprijs. Dat is heel leuk, want dat is een plantje waar veel insecten op af komen.”
Prijzen winnen
Het is de tweede keer dat de Week van de biodiversiteit in Groningen wordt georganiseerd. Dat doet de gemeente Groningen samen met Landschapsbeheer Groningen, Natuurmonumenten, Het Groninger Landschap, Natuur en milieufederatie Groningen, Staatsbosbeheer, IVN Natuureducatie, KNNV vereniging voor veldbiologie en Avifauna. Vorig jaar waren er veertig activiteiten, dit jaar twintig.
Bij Scoor de Soort kunnen deelnemers prijzen winnen door de meeste of de bijzonderste waarneming te doen. Ook is er een bingokaart, die, als hij vol is, een prijs kan opleveren. De aanmeldingen stromen nog binnen, het zijn er nu ruim 120.
Dat is goed voor bewustwording over de biodiversiteit, hopen de beide mannen van gemeente Groningen. Al komt zo’n actie vaak vooral onder de aandacht bij bewoners die toch al natuurfanaat zijn. Hoe bereik je de bewoner die in het weekend de voegen tussen zijn van zijn betegelde oprit doodspuit met RoundUp? „Tja, iemand die hier enthousiast over is, vertelt het weer aan zijn buurman”, hoopt Jager.
Deelnemer: Jessy van Wieringen
Jessy van Wieringen zet fluitenkruid op de foto. Foto: NMF
Jessy van Wieringen (21) uit Noordbroek studeert biologie en is gek op de natuur. „Als je wat langer dan één seconde op een bijtje let, zie je hoe hij van bloem naar bloem vliegt. Zo’n insect heeft een heel leven, daar ben je je niet altijd bewust van.”
Sinds ze een telefoon heeft met een fatsoenlijke camera fotografeert ze soorten aan de lopende band. ,,Ik zet elke dag de zwanen op de foto onderweg naar mijn werk. Eerst waren ze bezig met een nest te maken, toen kwamen de eitjes, en die zijn een paar dagen geleden uitgekomen. Altijd als ik er langs kom, stap ik even af. Dan kom ik maar wat te laat op mijn werk.”
Ze vindt de campagne van groot belang. „Mensen zeggen vaak: ‘Nederland heeft geen natuur’. Misschien is het niet zoveel, maar wát er is moeten we daarom koesteren.”
Zelf vindt ze alle natuur mooi. Tot aan de stadsduiven. Ondieren zal zij ze nooit noemen. „Als ze niet in de stad zouden wonen, maar in een oerwoud, hadden deze vogels alle eigenschappen die we als mens mooi hadden gevonden. Ze hebben een mooie roep, de gekleurde veren zijn prachtig in de zon, en de paartjes blijven altijd bij elkaar.”
Vondsten van Jessy van Wieringen: meikever, struiksprinkhaan, azuurwaterjuffer, paardenkastanje en duif. Foto: eigen beeld
Deelnemer: Afke Manshanden
Afke Manshanden (33) doet ook mee aan de activiteit 'Scoor een soort' Foto: eigen beeld
Theaterdecormaker Afke Manshanden (33) woont in een bovenwoning met balkon in de wijk Beijum in Groningen. Die woonplek maakt dat zij echt zoek moet naar natuur buitenshuis. En dat doet ze dan ook graag. „Er is zoveel om ons heen wat ik nog niet ken. Ik loop de hele dag met een smartphone en een plantenherkenningsapp om erachter te komen wat alles is.”
Manshanden constateert dat het de verkeerde kant opgaat met ons milieu en dat we de aarde uitputten. Ze vindt het daarom belangrijk om juist extra stil te staan bij de natuur om zich heen die er nog is. „Ik hoop dat meer mensen zich bewust worden door ontdekkingen die een gevoel geven van: wauw, hier om de hoek staat een bijzondere soort!”
Ze haalt er zelf veel lol uit. „Laatst maakte ik een foto in mijn moestuin van een plantje, bleek het een Rode Lijst-soort te zijn: de stinkende ganzenvoet. Toen dacht ik wel van: en nu? Moet ik het laten staan? Hij gaat blijkbaar echt stinken. Haha.”
Omdat ze begaan is met de wereld is ze begonnen aan een tuindersopleiding. Ze hoopt op een toekomst met lokaal voedsel uit korte ketens „Ik denk dat we de verbinding met de natuur een beetje kwijt zijn geraakt. Het hele jaar zijn er aardbeien te koop. Het is gek dat we dat normaal vinden.”
Kiekjes door Afke Manshanden: blauwe bes en stinkende ganzenvoet. Foto: eigen beeld