Gerda Meter in 2006 in haar hamburgertent op de markt in Roden. Foto: archief Omke Oudeman
Op braderieën en kermissen in Noord-Nederland was ze bekend en geliefd. Net als haar lijfspreuk ‘Een hamburger van Meter is altijd beter’. Hamburgerkoningin Gerda Meter overleed afgelopen juli op 83-jarige leeftijd.
Gerda Meter begint haar carrière met rookworsten. Op de Zuidlaardermarkt zoekt de bijdehante tiener onder haar artiestennaam Miene Bakgraag zelf een mooi plekje op vlakbij de kermis voor haar grote pan — een ouderwetse wasaker — met een brandertje eronder.
Het duurt maar even of de marktmeester staat bij haar illegale verkoopkarretje. Of ze wel weet dat ze moet betalen voor een standplaats? Haar broodjes warme worst vinden gretig aftrek, dus Gerda trekt de beurs. Ze krijgt een betaalbewijs zonder datum. Dat bonnetje gebruikt ze jarenlang om aan te tonen dat ze heeft betaald.
Familie in ambulante handel
Haar koopmansgeest heeft Gerda niet van een vreemde. Haar ouders hebben een groentezaak in Tolbert. Als ze verhuizen naar de Smalstraat in de wijk Kostverloren in Groningen, met een pakhuis ernaast, gaat pa naar markten om zijn waar te verkopen. Gerda wordt in dit huis geboren, als 13de kind van het gezin. Ze krijgt nog een zusje.
Meerdere kinderen uit het hechte gezin gaan de handel in, net als hun ouders. Broer Ate heeft jarenlang een haringkraam langs de Kraneweg en geniet bekendheid in heel de stad. Zijn slogan: Haring van Meter, altijd beter. Zus Trijn en haar man staan met noga op kermissen. En Gerda staat al als jonge tiener bij broer Klaas in zijn groentekraam. Ze poetst de appels met een doek op, zodat ze glimmend in de uitstalling liggen.
Rookworstenkraam Grote Markt
Ze leert de fijne kneepjes van het vak in de poffertjes- en oliebollenkramen van de familie Sipkema. Ze wil zelf de handel in en begint met de verkoop van rookworsten. Na haar eerste ondernemerstappen in Zuidlaren heeft ze al gauw haar eigen vaste standplaats op de Grote Markt in Groningen.
Gerda trouwt met een zeeman, Herman Daalman. De machinist op de grote vaart is langere periodes van huis en dat is geen probleem voor de zelfstandige Gerda. Een vrouw met een goed hart, maar voor anderen soms ook lastig, want ze weet precies weet wat ze wil en neemt geen blad voor de mond.
Na een paar jaar in de worst stapt Gerda over op de hamburgers. Later komt er een grote snackwagen bij, waarmee ze een veel groter assortiment kan bieden. In heel Noord-Nederland, maar soms ook in het buitenland, gaat ze naar markten en kermissen, zoals in Winsum, Warffum, Hoogezand, Zuidlaren, Winschoten, Dwingeloo, Schoonebeek, Hasselt en nog veel meer plaatsen. Op de kar staat in grote letters: Een hamburger van Meter is altijd beter. Afgekeken van haar broer met haring. De slogan, waaraan ze grote bekendheid ontleent, staat ook op haar shirt en schort.
Cafetaria in oude gemeentehuis Noordbroek
Als dochter Annemike in 1969 wordt geboren, neemt Herman afscheid van de grote vaart. Het gezin verhuist van de woonark in hartje Hoogezand naar Noordbroek. Later kopen ze het oude gemeentehuis van Noordbroek waarin ze gaan wonen en een cafetaria inrichten. De zaak opent in 1984. Herman zwaait hier de scepter en gaat met patat langs de deuren. Maar het huwelijk houdt geen stand. In de jaren negentig gaat het stel uit elkaar.
Ook alleen redt Gerda zich prima. Ze voelt zich helemaal thuis op grote evenementen, is altijd in voor een praatje en geintje en wordt op handen gedragen. Klanten en collega’s op de markt geven haar de meest prachtige bijnamen: Hamburgerkoningin en Moeke Speklap. Haar jongste zussen helpen vaak mee met de verkoop van friet en broodjes hamburgers, braadworsten en spek, evenals hun kinderen.
In de wintermaanden, als het marktseizoen nagenoeg stil ligt, verkoopt de koopvrouw in hart en nieren oliebollen. Ze pakt alles aan waar handel in zit, koopt partijen op en verkoopt die weer. Gerda werkt hard, maar rijk wordt ze er niet van.
De onderneemster krijgt ook het nodige voor kiezen. In 2003 wordt haar snackwagen, die geparkeerd staat op een vrachtwagenplaats, in brand gestoken. De verzekering dekt lang niet alle schade. Van haar spaargeld koopt ze een andere frietwagen.
Diefstal snackwagen en overval
Ze is ten einde raad als die twee jaar later wordt gestolen. ,,Die wagen is mijn broodwinning. Wat moet ik zonder?” laat ze optekenen in deze krant. Een paar weken later wordt de kar teruggevonden op een parkeerplaats in Emmen. De schade is te overzien en Gerda kan weer aan de slag. Op veel markten staat ze 40 of 50 jaar achtereen, of langer. Meerdere evenementen besteden aandacht aan haar jubileum en zetten haar in of bij haar kraam in het zonnetje.
Op een avond na een markt in Winsum wordt Gerda overvallen. Als ze haar wagen parkeert op een vaste plek vlakbij huis krijgt ze een mes op de keel gedrukt. Dankzij haar stoere houding ‘ik heb amper geld bij me’, weet ze haar beuring (omzet) grotendeels te behouden. De mannen gaan er alleen vandoor met wat vijftigjes die ze altijd in een mini-portemonneetje bij zich draagt. ,,Bel de politie” zegt ze heel rustig als ze thuiskomt. ,,Ik ben net overvallen.”
Toch doet de overval veel met haar. Nooit meer rijdt ze onbevangen terug van een markt naar huis. En slapen lukt ook niet goed meer. Ze voelt zich niet meer veilig. Woest is ze als ze hoort dat ze moet betalen voor hulp. De therapie was sowieso al niet besteedt aan de nuchtere Gerda.
Als marktkramer
Om haar een hart onder de riem te steken huldigt haar familie haar als ze voor de vijftigste keer op de markt staat in Winsum. Een koortje zingt speciaal voor haar Als marktkramer. Gerda, die nooit huilt, is in tranen.
Gerda Meter leeft zich uit met een grote drum op de markt. Foto: Eigen foto
Voor de buitenwereld houdt ze zich sterk, maar een paar jaar later draagt ze haar werk over aan haar dochter, uitgeput door de slapeloze nachten.. Af en toe staat ze nog met een ijscokar met steekijs op de markt. IJs dat over is aan het einde van de dag, deelt ze uit.
Haar gezondheid holt achteruit en de laatste jaren komt ze nauwelijks nog de deur uit. Als dan ook nog hondje Sisi overlijdt, hoeft het voor haar niet meer. Op haar uitvaart zingt collega Bert Zwier, alias de zingende visboer, zijn levenslied Als marktkramer, zoals ze hem ooit had gevraagd. En na afloop worden alle gasten getrakteerd op een ... broodje hamburger uit haar eigen kraam.